Op 20 juni riep Amster­dam op ini­ti­a­tief van BIJ1 als eer­ste Neder­land­se stad de eco­lo­gi­sche cri­sis en kli­maat­cri­sis uit. Een belang­rij­ke eer­ste stap, want pas als je een cri­sis erkent kun je haar bestrij­den. Maar het is ook slechts een eer­ste stap. Want zelfs Amster­dam, met haar zelf­be­noem­de ‘meest groe­ne, pro­gres­sie­ve col­le­ge ooit’, neemt niet de maat­re­ge­len die nodig zijn om de kli­maat­cri­sis te bestrij­den. Aldus duo-raads­lid van Amster­dam BIJ1 Jelle de Graaf.

In het kli­maat­ak­koord van Parijs is afge­spro­ken de wereld niet ver­der te laten opwar­men dan 2 gra­den Cel­si­us, en te pro­be­ren om onder de 1,5 gra­den Cel­si­us te blij­ven. De cij­fers van het IPCC, het onaf­han­ke­lij­ke kli­maat­pa­nel van de VN, zijn even hel­der als schok­kend. Op dit moment is de aar­de door toe­doen van de mens al met 1 graad opge­warmd. Als we door­gaan zoals we bezig zijn, warmt de aar­de waar­schijn­lijk rond de 3,7 gra­den op. Zelfs als we alle afspra­ken uit het akkoord van Parijs nako­men gaan we naar de 3 gra­den opwar­ming. Het ver­schil tus­sen 1,5 gra­den opwar­ming van de aar­de en 2 gra­den is 150 mil­joen men­se­lij­ke doden. Dit is de con­text waar­in we kli­maat­maat­re­ge­len moe­ten beoor­de­len. In deze con­text schiet ook het ‘groe­ne’ Amster­dam ern­stig tekort.

De eer­ste stap in het bestrij­den van de bio­di­ver­si­teits­cri­sis en de kli­maat­cri­sis is bescher­men wat er nog is. In de motie waar­in Amster­dam de kli­maat­cri­sis uit­riep beloof­de zij dan ook “een ein­de te maken aan beleid dat ingaat tegen het stop­pen van kli­maat­ver­an­de­ring”. Toch kiest dit Groen­Links-col­le­ge ervoor de Lut­ke­meer­pol­der, de laat­ste bio­lo­gi­sche klei­pol­der van de stad, plat te wal­sen en er een bedrij­ven­ter­rein te ves­ti­gen.

Veer­tig pro­cent van de voet­af­druk van ste­den is voed­sel­ge­re­la­teerd. Bio­lo­gi­sche land­bouw­grond is cru­ci­aal voor het behou­den van kwets­ba­re bio­di­ver­si­teit. Als je de kli­maat­cri­sis en bio­di­ver­si­teits­cri­sis seri­eus neemt kan je dus niet anders dan zeld­za­me bio­lo­gi­sche land­bouw­grond koes­te­ren. In het geval van de Lut­ke­meer­pol­der is dat voor de gemeen­te ook mak­ke­lijk, omdat zij eige­naar is van de grond. Toch wer­den afge­lo­pen maan­dag de actie­voer­ders die de Lut­ke­meer­pol­der pro­beer­den te bescher­men onder ver­ant­woor­de­lijk­heid van bur­ge­mees­ter Hal­se­ma ont­ruimd. Het stemt moe­de­loos dat juist Groen­Links dit laat gebeu­ren. De acti­vis­ten op de Lut­ke­meer doen het werk waar­voor de Groen­Links raads­le­den zijn geko­zen. Wil dit col­le­ge haar groe­ne geloof­waar­dig­heid her­stel­len en laten zien dat ze de eco­lo­gi­sche cri­ses seri­eus neemt zal ze de Lut­ke­meer­pol­der als­nog moe­ten behou­den.

De twee­de stap om de bio­di­ver­si­teits­cri­sis en de kli­maat­cri­sis te bestrij­den is zo snel moge­lijk stop­pen met de groot­ste exces­sen van onze ver­sla­ving aan fos­sie­le brand­stof­fen. Voor Amster­dam gaat dit om de lucht­ha­vens, de haven en crui­se­sche­pen.

Als eige­naar van de haven moet de gemeen­te op de kortst moge­lij­ke ter­mijn een ein­de maken aan de over­slag van fos­sie­le brand­stof­fen. Pas in 2030 stop­pen met de over­slag van steen­kool, en de over­slag van olie over­la­ten aan het haven­be­drijf zelf is geen optie. Dit bedrijf wil hier ook hele­maal niet mee stop­pen. Zo valt in hun ‘duur­za­me’ plan­nen het vol­gen­de te lezen: “Samen wil­len we de balans tus­sen fos­sie­le en niet-fos­sie­le ladin­gen stap voor stap ver­leg­gen. Niet door de fos­sie­le indu­strie af te sto­ten, maar door ons aan­deel in her­nieuw­ba­re ener­gie en ande­re niet-fos­sie­le mark­ten te ver­ster­ken.” Hier staat dus eigen­lijk dat het haven­be­drijf best bereid is ook geld te ver­die­nen aan groe­ne ener­gie, zolang ze maar niet min­der geld hoeft te ver­die­nen aan de over­slag van olie. Dat is niet groen, dat is green­was­hing. Als eige­naar van het haven­be­drijf moet Amster­dam de dui­de­lij­ke opdracht geven dat de haven per 2020 fos­siel­vrij is.

Ook moet Amster­dam zich als mede-eige­naar van de Schip­hol Group niet alleen ver­zet­ten tegen de uit­brei­ding van Schip­hol, maar ook van haar ande­re vlieg­vel­den in Lely­stad, Rot­ter­dam en Eind­ho­ven. Ten­slot­te moet ze een totaal­ver­bod op crui­se­sche­pen in de stad invoe­ren. Afge­lo­pen zomer kwam uit­ge­breid in het nieuws dat één crui­se­schip even­veel uit­stoot als een mil­joen auto’s. Deze mon­ster­ver­vui­lers toe­la­ten in de stad is niet lan­ger een optie.

De der­de stap om de bio­di­ver­si­teits­cri­sis en de kli­maat­cri­sis te bestrij­den is een snel­le en recht­vaar­di­ge ener­gie­tran­si­tie. Ik moet erken­nen dat Amster­dam het hier beter doet dan veel ande­re ste­den. Maar dat ande­re plek­ken het nog slech­ter doen maakt het alleen maar pijn­lij­ker dat er zo’n groot gat zit­ten tus­sen de ambi­ties van Amster­dam en wat er daad­wer­ke­lijk nodig is om de kli­maat­cri­sis te beper­ken.

Dat Groen­Links en D66 hun eigen ver­kie­zings­be­lof­te om in 2030 van het aard­gas af te zijn met tien jaar heb­ben voor­uit­ge­scho­ven is niet te ver­de­di­gen. Zeker nu het col­le­ge bij de begro­tings­be­han­de­ling heeft toe­ge­ge­ven dat niet het gebrek aan scho­ne ener­gie om het gas te ver­van­gen de reden hier­voor is, maar de kos­ten. En wan­neer zelfs een wel­va­ren­de stad als Amster­dam pas in 2050 de uit­stoot van broei­kas­gas­sen heeft terug­ge­bracht gaan we het wereld­wijd niet red­den. Het Wes­ten heeft de kli­maat­cri­sis ver­oor­zaakt, het is onze ver­ant­woor­de­lijk­heid haar op te los­sen.

Zolang we ons blij­ven bezig­hou­den met het poli­tiek haal­ba­re, en niet met wat de pla­neet van ons vraagt, is er geen hoop.” Zegt Gre­ta Thun­berg. “Je kan een cri­sis pas oplos­sen als je erkent dat er een cri­sis is. En als de nodi­ge ver­an­de­rin­gen bin­nen het sys­teem niet haal­baar zijn, dan zul­len we het sys­teem moe­ten ver­an­de­ren.” Als er een plek is waar die ver­an­de­ring kan begin­nen is het wel Amster­dam. Maar daar­voor moet dit col­le­ge wel bereid zijn de rea­li­teit aan te kij­ken en te doen wat nodig is.