Antiracisme en dekolonisatie

Van excuses naar daden

Amsterdam is altijd al van ons allemaal. BIJ1 gelooft in een stad waar gelijke waardigheid geen abstract ideaal is, maar dagelijkse realiteit. In deze raadsperiode 2026–2030 willen wij de lat hoog leggen: racisme en koloniale ongelijkheid moeten actief en structureel de stad uit worden gewerkt. Dat doen we door normstelling – duidelijk uitspreken wat wel en niet kan, door concrete maatregelen op ieder beleidsdomein - en door steun te bieden aan diegenen die al eeuwenlang voor rechtvaardigheid vechten. We bouwen voort op wat al in gang is gezet (van excuses voor het slavernijverleden tot een versterkte antidiscriminatie-aanpak) en gaan verder, met nieuwe ambitie.

Onze inzet is vooruitstrevend én verbindend. We aarzelen niet om het systeem bij de wortel aan te pakken en misstanden bloot te leggen, altijd met het doel om Amsterdam beter en sterker te maken. Een stad die vooroploopt in antiracisme en dekolonisatie is een stad die iedereen perspectief biedt. Of je nu een bi-culturele jongere in Nieuw-West bent, een Joodse bewoner van Zuid, een Roma-gezin in Oost, een queerpersoon van kleur in het Centrum, of gewoon een Amsterdammer die gelooft in gelijkheid: dit programma is er voor jou.

Amsterdam BIJ1 zal normstellend zijn en iedereen uitnodigen om mee te doen. Samen maken we van onze mooie stad een plek waar geschiedenis eerlijk onder ogen wordt gezien, waar herstel plaatsvindt en waar nieuwe geschiedenis wordt geschreven: een toekomst waarin alle Amsterdammers werkelijk gelijk en vrij zijn. Voor een dekoloniaal, antiracistisch Amsterdam, nu en voor de generaties na ons.

Bestrijding van racisme en discriminatie topprioriteit

Voor racisme en uitsluiting is in Amsterdam geen ruimte. Daarom wordt de bestrijding ervan topprioriteit in al het gemeentelijk beleid. Dit vertalen we in concrete maatregelen binnen de gemeentelijke organisatie en daarbuiten:

  • Iedere wethouder en dienst maakt binnen zijn portefeuille beleid om uitsluiting tegen te gaan. Er komt een Adviesraad Gelijkwaardigheid die continu de ervaringen en aanbevelingen uit gemeenschappen ophaalt en ongevraagd advies geeft aan college en raad over het bestrijden van racisme en structurele ongelijkwaardigheid. Deze raad bestaat uit vertegenwoordigers van gemeenschappen van kleur, Zwarte en Inheemse mensen, Roma/Sinti, religieuze minderheden en andere ervaringsdeskundigen.
  • Amsterdam als werkgever geeft het goede voorbeeld. Uiterlijk in 2030 zijn alle gemeentelijke organisaties - van de loketten tot de top en in stadsdeelbesturen - een ware afspiegeling van de Amsterdamse bevolking. Dat betekent concrete streefcijfers en aannamebeleid ten gunste van ondergerepresenteerde groepen (mensen van kleur, mensen met een migratieachtergrond, vrouwen, mensen met beperkingen, LHBTIQ+ personen, etc.). Leidinggevenden worden expliciet verantwoordelijk voor het behalen van diversiteitsdoelen.
  • Iedere afdeling krijgt een antiracismecoördinator. De gemeente publiceert jaarlijks een racisme-monitor waarin data over meldingen, uitsluitingspraktijken en doorstroming van biculturele medewerkers worden gedeeld. Instellingen die discrimineren kunnen gemeentelijke steun verliezen. Bij aanbestedingen en subsidieafspraken gelden expliciete eisen voor actief antidiscriminatiebeleid. We versterken bestaande meldpunten zoals voor stagediscriminatie, met actieve inzet vanuit de gemeente.
  • Binnen de gemeente en alle gemeentelijke bedrijven geldt dat discriminatoir gedrag directe consequenties heeft. Wie zich schuldig maakt aan racisme of discriminatie krijgt een verplichte educatieve maatregel opgelegd; bij herhaling volgt ontslag. Deze regels worden glashelder gecommuniceerd naar alle personeel: Amsterdam accepteert geen racisme binnen de organisatie.
  • Alle gemeentelijke medewerkers in sleutelposities – HR-medewerkers, leidinggevenden, loketmedewerkers, handhavers – volgen verplicht op regelmatige basis trainingen met betrekking tot antiracisme, anti-discriminatie en bewustwording van wit privilege. Deze trainingen worden verzorgd door experts en ervaringsdeskundigen uit de getroffen gemeenschappen zelf. Zo leren ambtenaren direct van de ervaringen van Zwarte Amsterdammers, Joodse Amsterdammers, moslimgemeenschappen, Aziatische gemeenschappen, Roma en Sinti, Inheemse mensen en andere groepen.
  • Het periodieke onafhankelijke onderzoek naar racisme en discriminatie binnen de gemeente zelf wordt voortgezet, uitgebreid en verdiept, op alle niveaus, en bij alle gemeentelijke partners (zoals stadsdeelorganen, stadsbedrijven en deelnemingen). Het is belangrijk dat dit onderzoek samen met medewerkers en inwoners die racisme hebben meegemaakt wordt opgezet. Zo krijgen onderzoekers beter zicht op de praktijkervaringen en kunnen direct gezamenlijk oplossingen worden ontwikkeld. De uitkomsten van deze onderzoeken worden openbaar gemaakt en leiden tot bijsturend beleid.
  • We zorgen dat gemeentelijke middelen voor diversiteit en participatie ook bij de gemeenschappen terechtkomen voor wie ze bedoeld zijn. Te vaak komen subsidies voor inclusie bij grote, vaak witte, instellingen terecht. Doelgroepen hebben er zo geen baat bij. Voortaan worden projecten daarom voor, door en met de betreffende gemeenschappen zelf opgezet. Niets over ons zonder ons. Organisaties die zich diverser en inclusiever voordoen dan ze zijn, komen niet langer in aanmerking voor gemeentelijke steun.
  • Racistische karikaturen zoals Zwarte Piet horen in Amsterdam definitief tot het verleden. We verankeren een verbod op blackfacing in de Algemene Plaatselijke Verordening. Openbare uitingen van Blackface (bij intochten, evenementen, in etalages of op scholen) worden beboet. Scholen, bedrijven of (culturele) instellingen die vasthouden aan Zwarte Piet of vergelijkbare racistisch stereotypen, verliezen eventuele gemeentelijke subsidies. Hiermee stellen we de norm dat racistische beeldvorming niet langer maatschappelijk geaccepteerd is.
  • Amsterdam BIJ1 blijft zich actief uitspreken tegen het landelijke ‘boerkaverbod’. Deze wet beschouwen wij als islamofoob en racistisch. In afwachting van landelijke afschaffing, zorgen we ervoor dat handhavers in Amsterdam géén prioriteit geven aan het controleren op dit verbod. Moslima’s in Amsterdam met gezichtsbedekkende kleding zijn Amsterdammers en verdienen bescherming. Discriminatie of geweld tegen hen wordt nergens getolereerd in onze stad.
  • Ook in de private sector stellen we strikte grenzen. Bedrijven of organisaties die schuldig zijn aan discriminatie worden openbaar veroordeeld en bestraft. We introduceren een gemeentelijke zwarte lijst voor discriminerende werkgevers, uitzendbureaus, makelaars of andere bedrijven. Bij een eerste overtreding volgt een officiële waarschuwing; bij herhaling schrapt de gemeente bestaande contracten of subsidies, en worden nieuwe samenwerkingen uitgesloten. Naming-and-shaming wordt de norm. Bedrijven die discrimineren zullen dat voelen in hun reputatie en portemonnee. Amsterdam legt hiermee de lat hoog: geen zaken met racisten.

Racistische terreur aangepakt

Iedere Amsterdammer moet zich veilig weten in onze stad, ongeacht identiteit of achtergrond. Helaas is dat nu nog niet zo. BIJ1 zet zich voor honderd procent in voor veiligheid zonder racisme op straat, in het onderwijs, in de wijken en binnen alle veiligheidsdiensten. We introduceren een reeks maatregelen om racistische vooroordelen en extreemrechts geweld aan te pakken:

  • Racistisch profileren door politie en handhavers is onacceptabel en moet stoppen. We investeren in trainingen en voorlichting binnen de politie om vooroordelen te herkennen en tegen te gaan. Bij politiecontroles wordt standaard geregistreerd waarom iemand staande is gehouden en wat de uitkomst was. Deze data worden openbaar geanalyseerd om disproportionele controles van mensen van kleur op te sporen. Racistisch politiegeweld – fysiek of verbaal – wordt niet gedoogd. Bij incidenten volgen disciplinaire acties of ontslag, en eventueel strafrechtelijke vervolging.
  • Er komt een onafhankelijk meldpunt waar burgers racisme, discriminatie, buitensporig geweld en machtsmisbruik door politie kunnen melden. Dit meldpunt wordt bemenst door een diverse groep bewoners (geen politie-onderdeel) die klachten onderzoekt en beoordeelt. Het krijgt bevoegdheid om diepgaand onderzoek te doen en periodiek advies uit te brengen aan de driehoek (burgemeester, OM, politie) over maatregelen om politie-optreden te verbeteren. Door onafhankelijk toezicht vergroten we de verantwoording van de politie richting de gemeenschap.
  • Wijkagenten en handhavers moeten de gemeenschap die ze dienen écht kennen en respecteren. Daarom introduceren we in buurten met veel inwoners van kleur verplichte wijkstages voor agenten en BOA’s, voordat zij daar aan de slag gaan. Tijdens zo’n stage leren zij de buurtbewoners, de lokale cultuur en gevoeligheden kennen, om zo wederzijds begrip op te bouwen. De stage-eisen en invulling worden in overleg met de betreffende gemeenschap bepaald. Dit vergroot het vertrouwen tussen gemeenschap en politie en verkleint de kloof.
  • Een onafhankelijke organisatie (bijvoorbeeld de ombudsmens of een burgerrechtenplatform) gaat toezien op de inspanningen van de politie om racisme en discriminatie intern uit te bannen. Ook start er een extern onderzoek naar de positie van medewerkers van kleur binnen de politie. We willen weten hoe veilig de werkomgeving is voor Zwarte agenten, agenten van kleur en andere minderheidsgroepen. Op basis van de resultaten worden verbeterplannen opgesteld, opdat ook de deze organisatie diversiteit werkelijk gewaardeerd en beschermd wordt.
  • Racistische terreur, van scheldpartijen tot aanslagen, wordt in Amsterdam nergens getolereerd. Aanslagen of bedreigingen aan het adres van moskeeën, synagogen, kerkgebouwen van gemarginaliseerde gemeenschappen, homo/lesbische ontmoetingsplekken of andere doelwitten van haat worden topprioriteit voor politie en justitie. We zorgen dat elk geval van anti-Zwart-, anti-Joods-, anti-moslim-, anti-Aziatisch- of anti-LHBTIQ+ racisme of -geweld de hoogste aandacht krijgt in de lokale veiligheidsdriehoek. Alle gebedshuizen en community-centra onder dreiging, krijgen passende beveiliging, gefinancierd door de gemeente. Het stadsbestuur volgt hiermee de aanbeveling om meer te doen aan preventie en bescherming tegen moslimhaat en andere haatmisdrijven.
  • We lanceren herkenbare campagnes om discriminatie en haatmisdrijven te melden. Te vaak is er sprake van onderrapportage, bijvoorbeeld bij moslimdiscriminatie en anti-Aziatisch racisme, doordat slachtoffers denken dat melden geen zin heeft, of niet weten waar ze terechtkunnen. In samenwerking met organisaties van en voor moslims, Joodse gemeenschappen, Asian Raisins en andere gemeenschappen ontwikkelen we campagnes die drempels verlagen en die duidelijk maken: meldpunt en politie nemen je serieus. Het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (MDRA) krijgt extra middelen om outreach te doen en actief samen te werken met zelforganisaties van gediscrimineerde groepen. Daarnaast pleiten we landelijk voor een aparte categorie in de politie- en meldpuntregistraties voor moslimdiscriminatie, net zoals antisemitische incidenten apart geregistreerd worden. Alleen met de juiste registratie krijgen we een scherp beeld van de aard en omvang van elk type haatincident.
  • Anti-extremismebeleid wordt inclusief en rechtvaardig. Amsterdam blijft waakzaam tegen extreemrechts, neonazisme en complotextremisme. We investeren in het tegengaan van radicalisering die leidt tot rassenhaat of antisemitisme. Tegelijk bewaken we dat anti-radicaliseringsbeleid zelf nooit islamofobe of discriminerende trekken krijgt. We gaan stigmatiserende aanpak richting moslimgemeenschappen actief tegen. Wel zoeken we samenwerking met deze gemeenschappen om dreigingen te signaleren en tegen te gaan. Nazistisch gedachtegoed en symbolen worden waar mogelijk bestreden: particulier bezit en handel in Nazi-artefacten wordt verboden, behalve voor erkende musea.
  • Amsterdam hanteert een scherpe definitie van antisemitisme. Die omvat klassieke nazistische denkbeelden, alle vormen van Jodenhaat en complottheorieën met betrekking tot Joodse mensen of het Joodse geloof. Kritiek op de staat Israël mag niet als antisemitisme worden bestempeld, en we zijn waakzaam als dit onterecht toch gebeurt. We maken duidelijk onderscheid tussen antisemitisme en antizionisme: kritiek op het beleid van Israël of solidariteit met het Palestijnse volk valt onder vrije meningsuiting en verzet tegen koloniale onderdrukking, niet onder Jodenhaat. In samenspraak met Joodse organisaties, holocaust-overlevenden en antiracisme-experts ontwikkelen we voor de gemeente een eerlijke antisemitismedefinitie die dit onderscheid bewaakt. Daarnaast beëindigt Amsterdam de samenwerking met organisaties die een onterechte definitie hanteren zoals het CIDI met de omstreden IHRA-definitie. We introduceren een alternatief meldpunt antisemitisme, onder de paraplu van het MDRA. Zo zorgen we dat de bestrijding van antisemitisme in Amsterdam effectief is én breed gedragen binnen zowel Joodse gemeenschappen als mensenrechtenbewegingen.
  • Roma, Sinti en woonwagenbewoners worden beschermd. Hoewel het et racistische ‘uitsterfbeleid’ ten aanzien van woonwagenlocaties landelijk is beëindigd, voelen Roma en Sinti, ook in Amsterdam, zich nog niet gelijkwaardig behandeld. Het gelijkwaardigheidsprincipe moet leidend zijn in alle contacten tussen de gemeente en Roma, Sinti en woonwagenbewoners. Stigmatiserende uitingen, zoals het afschilderen van deze gemeenschappen als overlastgevend, worden actief tegengegaan. We investeren juist in het behouden en stimuleren van hun cultuur door voldoende standplaatsen in de stad te realiseren, ruimte voor hun tradities te maken, en hun organisaties te betrekken bij beleid dat hen aangaat.
  • Hoewel curricula landelijk bepaald worden, heeft de gemeente een belangrijke rol in het bevorderen van kansengelijkheid en het ondersteunen van scholen. Amsterdam zet haar middelen en samenwerkingsverbanden in om te zorgen dat alle leerlingen zich gerepresenteerd en veilig voelen op school. Onderwijs over slavernij en kolonisatie is niet vrijblijvend. De gemeente stimuleert en ondersteunt scholen actief om koloniale en onderdrukte geschiedenissen volwaardig te behandelen. We moedigen het gebruik aan van aanvullend lesmateriaal over bijvoorbeeld de trans-Atlantische slavernij, de kolonisatie van Indonesië, de genocide op Inheemse volken, en de geschiedenis van migratie en verzet. Hierin moet het perspectief van slachtoffers en nazaten centraal staan. Ook queergeschiedenis binnen gemeenschappen van kleur verdient structureel aandacht. Amsterdamse scholen worden waar mogelijk gefaciliteerd om samen te werken met instellingen zoals The Black Archives, NiNsee, het Indisch Herinneringscentrum en migrantenorganisaties. Via subsidies, educatieve programma’s en museumbezoeken helpen we scholen om leerlingen een inclusiever, eerlijker beeld van onze geschiedenis en samenleving te geven.
  • Instellingen zoals The Black Archives, het Slavernijmuseum en erfgoedorganisaties met focus op gedeelde geschiedenis krijgen structurele steun. Musea en publieke instellingen dekoloniseren actief hun collecties in samenwerking met gemeenschappen van kleur en diaspora.
  • Amsterdam zet in op een structureel antiracismebeleid binnen het onderwijs – van basisschool tot universiteit. Samen met scholen, ervaringsdeskundigen en experts op het gebied van discriminatie en uitsluiting ontwikkelt de gemeente hiervoor richtlijnen en handvatten. We bieden ondersteuning bij het ontwikkelen van meldprocedures, het trainen van personeel, het vergroten van de meldingsbereidheid en het creëren van een cultureel veilige leeromgeving. Scholen kunnen rekenen op toegang tot kennis, financiële middelen en een netwerk van antidiscriminatie-experts. De gemeente maakt met schoolbesturen en onderwijsinstellingen afspraken over voortgang en resultaten. We stoppen met het a priori wantrouwen van islamitische scholen. Voor alle onderwijsinstellingen die aan de onderwijskwaliteit en burgerschapsopdracht voldoen geldt gelijke behandeling.
  • Kansenongelijkheid en segregatie zijn nog steeds aan de orde in het Amsterdamse onderwijs. De gemeente bestrijdt deze actief met het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid en doet aanvullende investeringen in wijken met meer armoede en sociale uitsluiting. We stimuleren het ontstaan van brede brugklassen in het voortgezet onderwijs, zodat leerlingen met verschillende achtergronden langer samen leren. Ook ondersteunen we scholen die actief inzetten op talentontwikkeling van kinderen uit gemarginaliseerde gemeenschappen. Projecten voor huiswerkbegeleiding, mentorschap en studieondersteuning met behulp van bijvoorbeeld rolmodellen van kleur krijgen structurele steun. We nemen hierbij de aanbevelingen uit het Zwart Manifest en het Witboek Anti-Zwart Racisme expliciet mee.
  • Keti Koti is een stadsbrede herdenking en feestdag. Amsterdam heeft 1 juli inmiddels omarmd als belangrijke dag. We bouwen hierop voort: de gemeente roept 1 juli officieel uit tot stedelijke herdenkings- en feestdag waarop we gezamenlijk de afschaffing van de slavernij herdenken en de vrijheid vieren. Elk jaar organiseert de gemeente (in samenwerking met NiNsee en slavernij-erfgenamen) een herdenking én feestelijke viering, waarbij alle Amsterdammers worden betrokken. Bovendien streven we ernaar 1 juli voor alle gemeentemedewerkers tot een vrije dag te maken. Hiermee geven we het belangrijke signaal dat deze geschiedenis onderdeel is van ons gedeeld geheugen. In de Pride-kalender is al rekening gehouden met Keti Koti (de Pride-maand start pas na 1 juli), zodat beide evenementen de aandacht krijgen die ze verdienen.
  • We zetten ons in voor de oprichting van een Inheems Centrum in Amsterdam. Dit centrum moet een plek worden waar kennis over de levenswijzen, talen, historie en kosmovisies van Inheemse volken (uit de Amerikas, het Caribisch gebied, Oceanië, maar ook bijvoorbeeld Sámivolkeren) wordt verzameld en gedeeld. Het centrum komt onder regie van Inheemse gemeenschappen zelf – zij krijgen een beslissende stem in het bestuur en de programmering, om te voorkomen dat hun kennis opnieuw door witte instanties toegeëigend wordt. Amsterdam faciliteert en financiert dit centrum als deel van haar inspanning tot culturele diversiteit.
  • Inheemse mensen die in Amsterdam wonen of verblijven, moeten hun cultuur en religie veilig kunnen beoefenen. Naast kerken, moskeeën en tempels erkent de stad ook de behoefte aan ceremoniële ruimtes voor Inheemse rituelen. We onderzoeken waar zulke ruimtes gecreëerd kunnen worden – bijvoorbeeld bij bestaande musea of community-centra – en stellen deze ter beschikking. Tegelijk komt er erkenning en bewustwording van de manier waarop westerse instituties eeuwenlang Inheemse spiritualiteit en cultuur hebben gedemoniseerd. Amsterdam zegt expliciet toe solidair te zijn met Inheemse volken. Als lokale overheid ondersteunen we oproepen van Inheemse groepen, zoals steun voor de Free West Papua-beweging en andere antikoloniale initiatieven wereldwijd.

Activisme op prijs gesteld

Antiracisme en emancipatie komen historisch van de grond dankzij grassroots-bewegingen. BIJ1 erkent dat fundamentele verandering meestal van onderop is afgedwongen door gemeenschappen die zich organiseerden tegen onrecht. In Amsterdam bestaan talloze initiatieven, stichtingen en collectieven die strijden tegen racisme, islamofobie, antisemitisme, anti-Aziatisch racisme, antiziganisme, homo- en transfobie, validisme en andere vormen van uitsluiting. Deze groepen moeten niet als obstakel, maar als bondgenoot worden gezien door de gemeente. BIJ1 wil de komende periode de samenwerking met en ondersteuning van deze bewegingen structureel verbeteren.

  • We breiden het subsidiestelsel uit zodat grassroots-organisaties duurzaam kunnen werken. Kleinschalige organisaties vanuit de gemeenschap - of het nu Black queercollectieven, antiracisme-actiegroepen, zelforganisaties van migranten, platforms tegen islamofobie of Joodse activistische netwerken zijn – krijgen gemakkelijker toegang tot gemeentelijke subsidies en budgetten. In plaats van tijdelijke projectsubsidies willen we meerjarige kernsubsidiemogelijkheden creëren voor bewezen effectieve clubs, zodat zij zich minder zorgen hoeven maken over continuïteit. Bestaande allianties zoals “Amsterdam tegen Racisme” (waarin Pakhuis de Zwijger, Comité 21 Maart, Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie, Zwart Manifest en Oy Vey samenwerken) worden verlengd en waar mogelijk uitgebreid. We zetten ook in op nieuwe allianties, bijvoorbeeld rond anti-Aziatisch racisme en anti-zigeunerisme, als gemeenschappen daar behoefte aan hebben.
  • Veel activistische groepen kampen met het vinden van betaalbare ruimtes voor bijeenkomsten, kantoren of evenementen. Amsterdam stelt daarom gemeentelijk vastgoed beschikbaar aan grassroots-organisaties van gemarginaliseerde gemeenschappen. Leegstaande panden kunnen bijvoorbeeld tijdelijk dienen als broedplaats voor antiracisme-initiatieven. Ook maken we het organiseren van demonstraties en manifestaties makkelijker: de bureaucratie waar met name Zwarte en POC-organisaties tegenaan lopen (vergunningen, onnodige voorwaarden) verminderen we actief. Demonstreren is een grondrecht – de gemeente faciliteert dat, in plaats van het te bemoeilijken.
  • Niets over ons, zonder ons. Amsterdam introduceert nieuwe participatie-instrumenten zodat gemeenschappen echt kunnen meebeslissen over beleid. Voorbeelden: bij elk relevant beleidsvoorstel (denk aan aanpak moslimdiscriminatie of het Pride-beleid) organiseren we vooraf dialoogtafels met de betrokken gemeenschappen, waarvan de uitkomsten zichtbaar worden verwerkt. We richten een Burgerforum Inclusie op, een door loting samengestelde groep Amsterdammers uit diverse gemeenschappen, die het college gevraagd en ongevraagd adviseert over inclusiebeleid. Ook zorgen we dat adviesraden zoals de bestaande Stedelijke Jongerenraad en Ouderenraad divers en inclusief zijn samengesteld. De leidraad is telkens: mensen met lived experience van racisme en uitsluiting worden actief betrokken bij het maken én uitvoeren van beleid. Dit sluit aan op de aanbevelingen uit het MDRA-actieonderzoek om beleid van onderop samen met de doelgroep te maken en uit te voeren.
  • We hanteren in al onze initiatieven een intersectioneel perspectief. Dat betekent dat we bijzondere aandacht hebben voor mensen die op meerdere fronten tegelijk gemarginaliseerd zijn. Zo zetten we specifiek in op de positie van Zwarte LHBTIQ+ personen. We ondersteunen bijvoorbeeld initiatieven als Black Pride Nederland die aandacht vragen voor racisme binnen de LHBTIQ+ gemeenschap en voor queerfobie binnen antiracisme met financiële middelen. Dit doen we zonder hun agenda over te nemen. We zorgen dat Pride-evenementen in Amsterdam diverser en inclusiever worden: niet één organisatie krijgt het monopolie, maar er is ruimte voor meerdere organisatoren, groot én klein, om onderdelen van Pride vorm te geven. Voor de subsidieverlening stelt de gemeente de voorwaarde dat Pride-programmering een afspiegeling moet zijn van de volle breedte van de LHBTIQ+ gemeenschap. Dat betekent onder meer events gericht op queerpersonen van kleur, op trans-personen en op anderen die binnen de gemeenschap vaak onderbelicht zijn. We luisteren hierbij naar de kritiek uit de gemeenschap zelf en geven ruimte aan nieuwe initiatieven. Verder betrekken we minder zichtbare gemeenschappen bij emancipatiebeleid: bijvoorbeeld mensen zonder papieren (die vaak slachtoffer zijn van uitbuiting en racisme), of vluchtelingen uit recente oorlogsgebieden. Amsterdam moet er voor ál haar inwoners en nieuwkomers zijn, ongeacht status.
  • We versterken de positie van slachtoffers van discriminatie en racisme door juridische en psychosociale hulp uit te breiden. Het MDRA en antidiscriminatiebureau krijgen meer budget om slachtoffers bij te staan met rechtszaken (bijvoorbeeld tegen een discriminerende werkgever of huisbaas), eventueel via een fonds voor strategische procesvoering. Daarnaast komt er een Antiracisme Rechtswinkel waar mensen gratis juridisch advies kunnen krijgen als ze met racisme te maken hebben, bemand door advocaten en juristen die expertise hebben in gelijke behandelingswetgeving. Ook wordt de bestaande Anti-discriminatievoorziening wettelijk versterkt: we lobbyen dat het ADVN (Anti-Discriminatievoorzieningen Nederland) meer bevoegdheden en middelen krijgt, zodat meldingen consequent leiden tot actie.

Herdenking en rechtsherstel

Na jarenlange strijd van activisten heeft Amsterdam op 1 juli 2021 officieel excuses aangeboden voor haar aandeel in de slavernij. In 2022 volgden landelijke excuses. Deze erkenning van historisch onrecht was noodzakelijk en is door BIJ1 verwelkomd, maar excuses alleen zijn niet genoeg. Echte verwerking van het verleden vraagt om herinnering én herstel. In de periode 2026–2030 zet BIJ1 daarom in op concrete stappen voor rechtsherstel en blijvende bewustwording van ons gedeeld verleden:

  • Amsterdam koppelt daden aan woorden. We willen de gemaakte excuses voor het slavernijverleden vertalen in materieel herstel voor de nazaten van tot slaaf gemaakten en andere door het kolonialisme getroffen groepen. Concreet organiseren we in navolging van ons vorige programma een conferentiereeks met alle betrokken partijen: de gemeente zelf, grote erfgenamen van koloniaal kapitaal (bijv. banken, verzekeraars, oude handelshuizen), kerken, het Rijk en vertegenwoordigers van de getroffen gemeenschappen. In deze conferenties wordt gesproken over het gezamenlijk opzetten van een Herstelfonds. Doelen van dat fonds kunnen zijn: investeringen in onderwijs en economische ontwikkeling in de Afro-Caribische en Afrikaanse diaspora, financiële ondersteuning voor projecten die intergenerationeel trauma adresseren, scholarships voor nazaten, of directe uitkeringen als symbolisch gebaar. Amsterdam neemt hierin het voortouw en reserveert zelf alvast een startbedrag in de begroting, om andere partijen aan te moedigen aan te haken.
  • We erkennen niet alleen het leed van trans-Atlantische slavernij, maar ook dat van andere koloniale geschiedenissen. Amsterdam zal daarom officieel de onafhankelijkheidsdatum van Indonesië (17 augustus 1945) erkennen als relevante datum, naast 27 december 1949 (de dag die Nederland lange tijd aanhield). We starten samen met de Indische gemeenschap een proces van rechtsherstel voor Indische Nederlanders en Molukkers. Dit kan inhouden: steun aan initiatieven voor woonvoorzieningen voor eerste generatie Indische ouderen, behoud van Indisch maatschappelijk erfgoed (zoals herdenkingsplekken voor de slachtoffers van de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog), en educatie over de koloniale oorlog in Indonesië en de nadien ervaren discriminatie van Indo’s en Molukkers. De gemeente faciliteert dialoog hierover en ondersteunt eventuele eisen van deze gemeenschappen richting het Rijk.
  • Amsterdam laat verder onderzoek doen naar haar eigen rol in koloniale misdaden buiten slavernij – bijvoorbeeld de koloniale expedities in Indonesië (Atjeh, Java, etc.), de genocide op Inheemse volken in de overzeese gebieden, en andere vormen van koloniale uitbuiting. We erkennen expliciet dat bij de stichting van Nederlandse koloniën wereldwijd Inheemse volken zijn uitgeroeid of onderdrukt, en dat dit deel is van onze stadsgeschiedenis. De resultaten van lopende en nieuwe onderzoeken worden actief gedeeld met de bevolking via publieke presentaties, lesmateriaal voor scholen en exposities in musea en bibliotheken. Alleen door de volledige waarheid onder ogen te zien, kunnen we leren van het verleden.
  • Alle documentatie en conclusies uit bovengenoemde conferenties en onderzoeken worden openbaar gepubliceerd. Hiermee creëren we maximale transparantie én een bron van educatie voor huidige en toekomstige Amsterdammers. De gemeente zal deze resultaten bovendien benutten om haar eigen ambtenaren en scholen bij te scholen over het koloniale verleden en de doorwerking (bijvoorbeeld verplichte e-learning modules over Amsterdam en kolonialisme als onderdeel van het inwerkprogramma van ambtenaren).
  • BIJ1 vindt het van groot belang dat de nieuwe generaties zich bewust zijn van hun afkomst en mogelijkheden. We ontwikkelen speciale empowerment-programma’s voor jongeren die een link hebben met de slavernijgeschiedenis of andere koloniale erfenissen. Denk aan uitwisselingsprojecten tussen jongeren uit Zuidoost en jongeren uit Suriname of Curaçao, leiderschapstrajecten voor Zwarte jongeren binnen gemeentelijke instellingen of ondersteuning voor jonge creatievelingen die het verhaal van hun gemeenschap willen vertellen. We zoeken hierbij aansluiting bij bestaande programma’s zoals het Masterplan Zuidoost, maar voegen daar een kritische dekoloniale lens aan toe. Jongeren krijgen een actieve rol in het bedenken en uitvoeren van deze projecten. Hun stem en energie zijn cruciaal voor blijvende verandering.
  • We zetten onze campagne voort om de publieke ruimte te dekoloniseren. Naast de informatieplaquettes en mogelijke hernoemingen, initiëren we een stadsgesprek over wie we eren in Amsterdam. We stellen een commissie in (onder de al genoemde Commissie Dekolonisatie) die structureel bekijkt welke tunnel-, brug- of straatnamen en standbeelden nog vernoemd zijn naar foute koloniale figuren, en voorstellen doet voor verandering. Nieuwe namen zullen voortkomen uit inclusieve burgerparticipatie, waarbij nadrukkelijk ook namen van verzetsstrijders tegen kolonialisme, tot slaaf gemaakten of andere diverse rolmodellen worden overwogen. Voorbeelden van wat BIJ1 graag ziet zijn vernoemingen van straten naar antikoloniale helden als Anton de Kom, Tula of Trijin van Leemhuysen, of naar inheemse verzetsleiders. Daarnaast blijven we locaties contextualiseren, zo voorzien we een gebouwen met koloniale oorsprong van een bord met uitleg.
  • We herzien de invulling van de jaarlijkse Dodenherdenking op 4 mei. Amsterdam zal zich sterk maken voor een radicaal gelijkwaardige en inclusieve herdenking. Dat betekent dat we op 4 mei niet alleen stilstaan bij de (overwegend witte) Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, maar óók bij de Joodse, Roma en Sinti slachtoffers van de Holocaust én de slachtoffers van Nederlands koloniaal geweld in Indonesië en elders. Eveneens eren we op die dag verzetsstrijders van alle achtergronden – van de communisten in Amsterdam tot de Indonesische vrijheidsstrijders – en erkennen we het leed van bijvoorbeeld de Molukse KNIL-militairen die na de oorlog verraden werden. We verzetten ons tegen de eenzijdige, nationalistische toon die 4 mei heeft aangenomen. Amsterdam zal deze inclusieve visie inbrengen bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei en desnoods zelfstandig haar eigen stadsherdenking uitbreiden. Op 5 mei (Bevrijdingsdag) vieren we de vrijheid, maar ook hier met erkenning dat 5 mei 1945 niet voor heel het Koninkrijk het einde van onderdrukking betekende (in de koloniën ging het door tot 1949). Dit alles is geen schuldvraag naar de huidige generatie, maar een oproep tot gezamenlijke verwerking van het volledige verleden.

Amsterdam voor internationale solidariteit en rechtvaardigheid

Amsterdam is niet alleen een stad, maar ook een speler in de wereld. Onze principes van antiracisme en dekolonisatie stoppen niet bij de stadsgrenzen. Sterker nog, we willen dat Amsterdam een voorhoedespeler is, die wereldwijd verbonden is met andere steden en bewegingen in de strijd tegen racisme en onderdrukking. Concreet vertalen we dit in ons buitenlands en economisch beleid op stedelijk niveau als volgt:

  • Amsterdam weigert stedenbanden of officiële samenwerkingen met regimes die zich schuldig maken aan koloniale bezetting, apartheid of structurele onderdrukking van oorspronkelijke bevolkingen. Dat betekent bijvoorbeeld dat de samenwerking met Tel Aviv en de stedenband met Bejingworden verbroken, en dat we geen banden zoeken met autoritaire regimes die inheemse volken in hun land slecht behandelen (zoals de behandeling van Oeigoeren in China of van Koerden in Turkije). We drukken onze afkeuring uit over het bezetten van gebied in strijd met internationaal recht – of dat nu in Palestina is, de Krim, Westelijke Sahara of elders – en we nemen als stad geen deel aan handelsmissies die deze bezetting impliciet goedkeuren. Internationale samenwerking zoeken we liever met steden die net als wij postkoloniale vraagstukk­en erkennen en mensenrechten hoog houden.
  • Andersom weer rechtvaardigheid voor Suriname: Amsterdam herstelt de stedenband met Paramaribo.
  • We willen niet dat Amsterdam profiteert van of faciliteert in onrecht elders. Daarom werken we eraan dat Nederland niet langer een belastingparadijs is voor wapenproducenten en dubieuze multinationals. In Amsterdam zelf faciliteren we géén vestiging van wapenfabrikanten of bemiddelaars in militaire technologie. We bestrijden de komst van wapenbeurzen in Amsterdam. Ook zogenoemde brievenbusfirma’s die geldstromen mogelijk maken richting wapenhandel of exploitatie in het Zuiden, weren we zoveel mogelijk. We onderzoeken juridisch hoe we vergunningen en lokale belastinginstrumenten kunnen inzetten om dit soort bedrijven te weren of extra te belasten. Daarnaast handhaven we streng de (inter)nationale richtlijnen: bedrijven die gevestigd willen zijn in Amsterdam worden gescreend op hun ethisch gedrag – naleving van OESO-richtlijnen, geen betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen, genocide of ecocide, enzovoort. Bij gemeentelijke aanbestedingen en subsidies maken we het naleven van mensenrechten en anti-discriminatie een harde voorwaarde. Schendt een bedrijf deze principes, dan komt het niet in aanmerking voor gemeentelijke contracten of steun.
  • Amsterdam sluit zich aan bij internationale steden-netwerken die werken aan racismebestrijding, duurzame ontwikkeling en postkoloniale dialoog. We wisselen actief kennis uit met steden als Londen, Bristol, Berlijn, Jakarta, Kaapstad, New York en andere, over hoe om te gaan met gedeelde koloniale erfenissen. Denk aan samenwerkingen op thema’s als restitutie van cultuurgoederen (teruggave van gestolen kunst en artefacten aan landen van herkomst), of een gezamenlijke lobby richting nationale overheden voor meer klimaatfinanciering aan arme landen. Bovendien geeft Amsterdam gehoor aan oproepen tot solidariteit vanuit de diaspora in onze stad: zo steunen we initiatieven van bijvoorbeeld de Filipijnse gemeenschap in Amsterdam die aandacht vragen voor mensenrechtenschendingen op de Filipijnen, of we faciliteren bijeenkomsten van de Soedanese gemeenschap die strijdt voor vrede in hun land. Onze stad is altijd internationaal georiënteerd geweest. BIJ1 zorgt dat dit gepaard gaat met solidariteit en rechtvaardigheid in plaats van handelsbelangen alleen.
  • In het verlengde van onze antikoloniale visie pleiten we voor een ruimhartig en rechtvaardig vluchtelingenbeleid. Mensen vluchten vaak als direct of indirect gevolg van oorlog, klimaatverandering en economische ongelijkheid: problemen die hun wortels vaak deels in koloniale machtsverhoudingen hebben. Amsterdam blijft een Shelter City voor wie bescherming zoekt: we zetten indien nodig gemeentelijk vastgoed in voor opvang, verhogen waar mogelijk het aantal opvangplekken (zeker voor kwetsbare groepen als LHBTIQ+ vluchtelingen of afgewezen asielzoekers die nu op straat staan) en dringen er bij het Rijk op aan dat het verantwoordelijkheid neemt. We werken samen met bewonersinitiatieven die hulp bieden aan ongedocumenteerden, en maken van geen enkele Amsterdammer een tweederangs inwoner – papieren of niet. Daarnaast spreken we ons, ook als stad, uit tegen imperialistische oorlogen en bezettingen: van Oekraïne tot Jemen tot Palestina. Onze waarden eindigen niet bij de landsgrens.

­

Ga terug naar het programma overzicht | Ga door naar Wonen en leven