Anja vindt hier iets van: Daarom wankelt de aarde.

Zo vaak ik in een discussie terecht ben gekomen, of weer eens een oordeel lees. Wie gelovig is, is conservatief, denkt niet zelfstandig, kan dus niet links zijn. Nu is het een feit: de politieke partijen die zich beroepen op het christendom zijn niet van een politiek waarmee je je als socialist verwant voelt. Wat niet betekent dat er geen mensen zijn die én links zijn, én gelovig. Ik ken progressieve moslims die geen enkele moeite hebben met de combinatie. Zij zijn het die de koran goed gelezen hebben. Zoals er uit de bijbelse tradities mensen komen die hebben begrepen waar dat moeilijke boek werkelijk over gaat.

Ik had wel eens een discussie met een SPer (toen ik nog in de SP zat) die niet begreep wat ik toch in die kerk deed. Ik vroeg aan hem, kijk eens naar wat jij doet. Al je vrije tijd ben jij bezig met flyeren, met demonstreren, met het verbeteren van de wereld, vechten voor gerechtigheid. En helpt het? Nou, als je eerlijk bent niet geweldig. Toch ga je door. Hoe noem je dat? Ik noem dat geloof. Daar moest hij wel een beetje betrapt om lachen.

Ik schrijf dit bij het overlijden van Huub Oosterhuis, oude vriend, de priester-dichter van de Ekklesia, de kerk waar ik me eens door hem liet dopen met de mooie woorden: je toevertrouwen aan onbewezen woorden.

Ik leerde van hem en de mensen van zijn liturgisch team om terug te denken naar de joodse oorsprong van wat later het christendom werd. Waarna veel van die oorsprong verloren ging in een autoritair instituut. Dit zegt Oosterhuis: de bijbel is het verhaal over een God die bevrijding wil uit onderdrukking. ‘God’ is hij die de ellende van de onderdrukten ziet. Neem de profeet Amos, die er niet om loog:

“Een rouwklacht heft ik aan over u, gij die de zwakken vertrapt, onschuldigen grijpt en mishandelt – gij die beraamt uw moordaanslag om de armen, gij die uw plannen smeedt om de misdeelden te doden – gij die praat in uzelf: ik koop ze voor geld, de minsten, voor een paar schoenen de armen – daarom wankelt de aarde”. (Amos 8:4-8)

In het bijbelse verhaal is God de stem die gerechtigheid uitroept als criterium van een menswaardig bestaan, en de een na de ander, Amos, Jesaja, Jezus velden een profetisch oordeel over een wereldorde die mensen uitstoot, een wereldmarkt waarop de waardigheid van arme en kansloze mensen niet telt. Ook Karl Marx heeft ze gezien, de ‘verworpenen der aarde’, zegt Oosterhuis. Hij beschreef de toekomst waar we voor moesten vechten, waarin we ‘alle verhoudingen omverwerpen waarin de mens een vernederd, geknecht, verlaten en verachtelijk wezen is’.

Ik bedoel maar. Het is heel goed mogelijk om voor dat visioen van radicale gelijkwaardigheid en economische rechtvaardigheid te staan zonder dat een geloof te noemen. Het blijkt ook, hoe onwaarschijnlijk dat ook zou moeten zijn, om in een god te geloven en mensen uit te sluiten en uit te buiten. Maar vergis je niet, en oordeel niet te snel. Er zijn ook mensen voor wie geloof vanzelfsprekend gaat over gerechtigheid en revolutionaire liefde.

“…en doet ons gaan in tranen maar ongebroken

door de nacht van de schepping

en houdt ons gaande naar een nieuwe geboorte.”

Huub Oosterhuis – Ik versta onder liefde

– Anja Meulenbelt