Wat klinkt als een evenwichtig woonbeleid – 40% sociaal, 40% middenhuur, 20% duur – blijkt in de praktijk een systeem dat ongelijkheid in stand houdt. Vooral in Amsterdam Zuidoost, Nieuw-West en Noord waar de druk op betaalbare huisvesting extreem hoog is, werkt deze verdeling niet. Sterker nog: het zorgt ervoor dat mensen uit de wijk worden verdrongen, terwijl beleggers en projectontwikkelaars vrij spel krijgen.

Ons stadsdeelcommissielid Dylan Lennox Bakker schreef hierover een vlammend stuk, gepubliceerd met de titel: "40-40-20 is een façade". Een oproep aan de gemeente om te stoppen met bouwen op spreadsheets en te beginnen met bouwen voor mensen.

👇 Lees het stuk hieronder en deel het massaal

40-40-20 is een façade.

In de buitenwijken van Amsterdam Noord, Nieuw-West en Zuidoost dreigt iets fundamenteels verloren te gaan: de zekerheid van een betaalbaar thuis. Terwijl projectontwikkelaars en beleggers steeds meer invloed krijgen in gebiedsontwikkelingen, verschuift het woningaanbod richting dure appartementen en onbetaalbare middenhuur. De mensen die deze wijken hebben opgebouwd, raken steeds verder op achterstand.

Ik zie het van dichtbij gebeuren in Zuidoost. Rond Holendrecht, ArenAPoort en de Amsterdamse Poort wordt volop gebouwd. Maar wat er verrijst zijn vooral kleine studio’s voor middenhuurprijzen waar een bijstandsmoeder of gepensioneerde weinig aan heeft. Er zijn duizenden woningzoekenden in Zuidoost die afhankelijk zijn van sociale huur, maar de bouwplannen blijven steken in een standaardverdeling: 40% sociaal, 40% middenhuur, 20% duur. Een formule die klinkt als evenwichtig, maar in wijken met grote ongelijkheid komt die regel neer op verdere verdringing.

In Bijlmer West een van de grootste transformatiegebieden van de stad toont onderzoek van de Rekenkamer aan dat leefbaarheid en voorzieningen het onderspit delven onder de woningbouwambities. De woningen worden kleiner, gedeelde ruimtes zijn extra kostenposten, en de beloofde voorzieningen blijven achter. Dit is bouwen voor doorstroom, niet voor de lange termijn. Het gevolg? Een instabiele wijk waar bewoners komen en gaan, maar weinig wortelen.

Het wrange is dat het percentage sociale huur in Amsterdam al jaren afneemt. Terwijl de wachtlijsten oplopen, wordt er geschermd met het gemiddelde dat zogenaamd op 40 procent blijft. Maar als je in wijken waar sociale huur nog wél aanwezig is, expres minder sociaal bijbouwt, zakt het totaal onvermijdelijk verder weg. En nee, middenhuur is in Zuidoost zelden een betaalbaar alternatief: €1300 per maand is geen oplossing voor mensen met een laag of gemiddeld inkomen.

Tegenstanders zeggen dan: ‘Zuidoost heeft al veel sociale huur.’ Maar dat is precies waarom we méér moeten bouwen voor de mensen die hier blijven, geboren zijn of willen terugkeren. Als er geen nieuwe betaalbare woningen bij komen, ontstaat er geen doorstroming, maar verstikking. Dan raakt ook de volgende generatie dakloos of verdwijnt naar elders.

Wat we nodig hebben is gebiedsontwikkeling die vertrekt vanuit de bewoners, niet vanuit spreadsheets van investeerders. Gemeenten moeten weer durven kiezen voor bouwen in het algemeen belang: met publieke regie, met woningen die gezinnen kunnen betalen, en met voldoende groen, zorg, onderwijs en werk in de buurt. Dat is geen nostalgie, dat is noodzaak.

De stad is van ons allemaal. En zolang er mensen zijn die jarenlang wachten op een woning terwijl er torens verrijzen waar niemand uit de wijk terechtkan, is er iets grondig mis. Laten we niet pas wakker schrikken als het te laat is.

In Zuidoost moet veel meer gebouwd worden voor wie het nú nodig heeft. Wijk voor wijk, project voor project. Niet vasthouden aan cijfers die in andere delen van de stad bedacht zijn, maar durven kiezen voor betaalbaarheid en rechtvaardigheid ook als dat betekent dat er op sommige plekken meer sociale huur moet komen dan de stad gemiddeld eist.

Dylan Lennox Bakker, lid Amsterdam BIJ1 (stadsdeelcommissie Zuidoost)