Arti­kel 1 van de Neder­land­se grond­wet luidt

Iedereen die zich in Nederland bevindt, wordt in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

BIJ1 — dat eens begon als Arti­kel 1, wordt nog steeds in de eer­ste plaats geïn­spi­reerd door arti­kel 1 van de Neder­land­se Grond­wet. Twee pij­lers staan voor ons onder het par­tij­pro­gram­ma: radi­ca­le gelijk­waar­dig­heid en eco­no­mi­sche recht­vaar­dig­heid. Dit is onver­an­derd sinds onze par­tij tot leven kwam.

Dit ver­kie­zings­pro­gram­ma is tot stand geko­men door inten­sie­ve samen­wer­king tus­sen de men­sen die zelf het meest te maken heb­ben met onrecht­vaar­di­ge onge­lijk­heid — de erva­rings­des­kun­di­gen. Men­sen met een beper­king, seks­wer­kers, trans­men­sen, vluch­te­lin­gen en hun actie­groe­pen en orga­ni­sa­ties, men­sen van veel ver­schil­len­de ach­ter­gron­den en leef­tij­den.

Een aan­tal onder­wer­pen als wonen en werk zijn in dit pro­gram­ma erg beknopt weer­ge­ge­ven. Dat is niet omdat we die niet belang­rijk vin­den, maar omdat we ervan uit­gaan dat we samen zul­len wer­ken met de par­tij­en — zie het link­se pact in Amster­dam — die juist op die thema’s uit­voe­ri­ger op de zaken ingaan. We pro­fi­le­ren ons op zaken die ande­re par­tij­en nog te veel heb­ben laten lig­gen, en wer­ken samen waar dat kan.

 

Iedereen gelijkwaardig

Amster­dam her­bergt 180 ver­schil­len­de nati­o­na­li­tei­ten. De helft van de Amster­dam­se bevol­king heeft niet-wes­ter­se wor­tels.
Dank­zij de han­dels­geest van de Amster­dam­mers — of noem het maar impe­ri­a­lis­me- zijn in onze hoofd­stad vol­op spo­ren te vin­den van sla­ver­nij en kolo­ni­a­le uit­bui­ting. Daar is een deel van de rijk­dom van de grach­ten­gor­del op gebouwd, en vele naza­ten van tot slaaf gemaak­ten heb­ben zich na de offi­ci­ë­le afschaf­fing van het kolo­ni­a­lis­me in onze stad geves­tigd.
Amster­dam is boven­dien een stad die altijd vluch­te­lin­gen en migran­ten heeft opge­no­men. En dank­zij de bedrij­ven die ‘gast­ar­bei­ders’ impor­teer­den, heb­ben we in de stad ook veel men­sen met een isla­mi­ti­sche migran­te­nach­ter­grond, en is de islam een van de zicht­ba­re gods­dien­sten gewor­den.

In een kleur­rij­ke stad als Amster­dam hoort ieder­een zich vei­lig te voe­len om zich­zelf te zijn en naar vol ver­mo­gen te par­ti­ci­pe­ren. Dat houdt in dat we nog veel moe­ten doen aan het bestrij­den van uit­slui­ting en dis­cri­mi­na­tie.

Jon­ge­ren met een niet-wit­te huids­kleur, een ‘vreem­de’ naam, of de ‘ver­keer­de’ post­co­de heb­ben even­veel recht op werk en sta­ges als hun vrien­den zon­der deze obsta­kels. De toe­na­me van haat en agres­sie tegen ‘zicht­ba­re’ mos­lims en joden is onac­cep­ta­bel, en hoort als pro­bleem aan­ge­pakt wor­den door de gehe­le stad.

Uit onder­zoek blijkt dat bij­na 40% van de con­tro­le op men­sen met een niet-etnisch Hol­lands uiter­lijk niet objec­tief te recht­vaar­di­gen was.

Wil­len over­heid en poli­tie het ver­trou­wen terug win­nen bij niet-wit­te min­der­he­den, dan zal alles op alles gezet moe­ten wor­den om te laten zien dat er niet met twee maten wordt geme­ten, en zal exces­sief poli­tie­ge­weld tegen gekleur­de bur­gers moe­ten wor­den voor­ko­men. Neu­tra­li­teit zit hem in onpar­tij­dig han­de­len en zicht­ba­re inclu­si­vi­teit — waar­door ieder­een zich door de poli­tie gezien, gehoord en beschermd weet.

  • Wij ver­hin­de­ren dat poli­tie wordt bemand door men­sen met ver­re­gaand anti-rechts­sta­te­lij­ke menin­gen, in de eer­ste plaats door hand­ha­ving van bestaan­de regels aan­gaan­de dis­cri­mi­ne­ren­de uitin­gen.
  • Over­heids­die­na­ren die dis­cri­mi­ne­ren krij­gen een waar­schu­wing en wor­den na een twee­de over­tre­ding ont­sla­gen.
  • Etnisch pro­fi­le­ren wordt onac­cep­ta­bel. Er komt actief beleid mid­dels o.a. voor­lich­ting en regi­stra­tie mid­dels stop­for­mu­lie­ren.
  • Alle gemeen­te­lij­ke instan­ties, ook de poli­tie zijn in 2022 een weer­spie­ge­ling van de etni­sche diver­si­teit van de bevol­king. Er komen quo­ta voor gemar­gi­na­li­seer­de groe­pen als bewinds­per­so­nen en over­heids­per­so­neel. De over­heid stelt bij al haar dien­sten diver­si­teits­ma­na­gers aan, die o.a. toe­zien op stren­ger optre­den tegen dis­cri­mi­na­tie en racis­me en sek­sis­me.
  • Bedrij­ven die zich schul­dig maken aan arbeids­dis­cri­mi­na­tie krij­gen een waar­schu­wing. Ze komen op een zwar­te lijst. De gemeen­te zal niet (lan­ger) met hen samen­wer­ken.
  • Het dra­gen van kle­ding die uiting geeft aan een geloofs­over­tui­ging is toe­ge­staan mits de kle­ding het dra­gen van een uni­form, en fysie­ke uit­voe­ring van taken niet ver­hin­dert.
  • Er wordt toe­zicht gehou­den op de vei­lig­heid van reli­gi­eu­ze instel­lin­gen als mos­kee­ën net als op syna­go­gen. Waar nodig krij­gen ook bij­zon­de­re scho­len extra bescher­ming.
  • Op scho­len komt meer aan­dacht voor de diver­se ach­ter­gron­den van de leer­lin­gen, en wordt de kolo­ni­a­le geschie­de­nis en de geschie­de­nis van migra­tie mee­ge­no­men in het les­pak­ket — waar­bij de mede­wer­king wordt gezocht van de orga­ni­sa­ties als Black Heri­ta­ge, The Black Archi­ves, Black Achie­ve­ment Month, NiN­see, en ook migran­ten­or­ga­ni­sa­ties als Emce­mo.
  • Niet alleen onder­steu­nen we de oprich­ting van een Amster­dams Sla­ver­nij­mu­se­um, ook plei­ten we voor een Migra­tie­mu­se­um, waar­in de geschie­de­nis wordt vast­ge­legd van onze ‘gast­ar­bei­ders’. De lei­ding van deze pro­jec­ten hoort in han­den te zijn van betrok­ke­nen.
  • Er komt meer aan­dacht en onder­steu­ning voor het behoud van de waar­de van de sub­cul­tu­ren en de etni­sche cul­tu­ren. Ini­ti­a­tie­ven en orga­ni­sa­ties als de Black Archi­ves, Black Achie­ve­ment Month, NiN­see, en ook migran­ten­or­ga­ni­sa­ties als Emce­mo wor­den actief onder­steund.
  • Amster­dam gaat zich hard maken om Keti Koti, de her­den­king van de afschaf­fing van de sla­ver­nij op 1 juli wordt een nati­o­na­le feest­dag te maken
  • Nu raci­a­le kari­ka­tuur Zwar­te Piet al afge­schaft bij de stad­fes­ti­vi­tei­ten, wil Amster­dam BIJ1 de racis­ti­sche kari­ka­tuur uit de open­ba­re ruim­te ver­wij­de­ren, zodat kin­de­ren op kun­nen groei­en in een racis­me­vrije omge­ving. Hier­toe neemt gemeen­te Amster­dam actief ini­ti­a­tief jegens onder­ne­mers en bur­gers en onder­steunt zij orga­ni­sa­ties als St. Neder­land Wordt Beter in het ont­wik­ke­len en uit­rol­len van les­pak­ket­ten, voor­lich­tings­avon­den en debat­ten.
  • In Amster­dam wordt het com­ple­te ver­haal ver­teld over ons kolo­ni­a­le ver­le­den, inclu­sief de daar­bij horen­de monu­men­ten.
  • Er wordt actief deko­lo­ni­aal beleid inge­voerd om straat­na­men en monu­men­ten met de namen van his­to­ri­sche schur­ken te ver­wij­de­ren en/of in con­text te plaat­sen. Bij nieu­we stra­ten wordt ook gedacht aan de namen van belang­rij­ke isla­mi­ti­sche geleer­den en bron­nen van inspi­ra­tie.
  • De gemeen­te zal zich actie­ver in moe­ten zet­ten tegen dis­cri­mi­na­tie in het uit­gaans­le­ven, zowel tus­sen bur­gers onder­ling als door mana­ge­ment van de eta­blis­se­men­ten.

 

Migranten en vluchtelingen

In Neder­land wordt in toe­ne­men­de mate over vluch­te­lin­gen gespro­ken als­of zij een pro­bleem voor ons vor­men ter­wijl het hier om men­sen gaat die als gevolg van gro­te pro­ble­men nood­ge­dwon­gen op de vlucht zijn gesla­gen.

Als stad horen we een gene­reus beleid te voe­ren ten aan­zien van men­sen die moe­ten vluch­ten, onge­acht of dat is van­we­ge armoe­de, kli­maat­ram­pen, ver­vol­ging of oor­log. Geen mens is ille­gaal! We moe­ten ervoor zor­gen dat de geves­tig­de bevol­king en vluch­te­lin­gen niet tegen elkaar uit­ge­speeld wor­den. Dat bete­kent dat er voor alle bevol­kings­groe­pen pas­sen­de wonin­gen moe­ten zijn zodat vluch­te­lin­gen niet de schuld kun­nen krij­gen van de wacht­lijs­ten op de soci­a­le wonin­gen. Er moet vol­doen­de bege­lei­ding zijn voor men­sen die zich hier ves­ti­gen, de pro­ce­du­re mag niet mens­ont­e­rend lang duren. Kin­de­ren die hier gebo­ren zijn en vaak vol­le­dig gewor­teld, mogen niet meer wor­den terug­ge­stuurd naar het land waar hun ouders van­daan kwa­men. Hun ouders moe­ten ten alle tij­de toe­ge­staan zijn in het­zelf­de land te wonen.

  • Er hoort een gene­reu­ze rege­ling te zijn voor gezins­her­e­ni­ging. En we horen aan vluch­te­lin­gen en migran­ten geen hoge­re eisen te stel­len dan we doen aan ove­ri­ge Neder­lan­ders.
  • De pri­va­ti­se­ring van de inbur­ge­rings­cur­sus — in Amster­dam alleen al zijn er 140 taal­scho­len, waar­van een deel totaal onge­schikt — moet wor­den terug­ge­draaid. Wan­neer we vluch­te­lin­gen en sta­tus­hou­ders niet als twee­de­rangs­bur­gers behan­de­len, kun­nen ze ook vol­waar­dig par­ti­ci­pe­ren. Pas als onge­do­cu­men­teer­de asiel­zoe­kers een vorm van rust en bege­lei­ding erva­ren, kun­nen ze bewust over hun toe­komst naden­ken. In de over­leef­stand waar ze nu vaak in ver­ke­ren, is het leven bij de dag, waar­door ze in de fuik van uit­zicht­loos­heid blij­ven han­gen.
  • De Bed, Bad & Brood-rege­ling is niet vol­doen­de voor afge­we­zen asiel­zoe­kers : men­sen horen niet over­dag de straat opge­jaagd te wor­den, al hele­maal niet omdat ze vaak niet vol­doen­de geld heb­ben voor een kop kof­fie of het gebruik van een toi­let.
  • Er kun­nen, dank­zij vol­doen­de leeg­stand in Amster­dam, door­gangs­hui­zen gebouwd wor­den om hen onder­dak te bie­den, in klei­ne een­he­den, met meer zelf­be­schik­king dan nu moge­lijk is.
  • Naast Bed, Bad en Brood plei­ten wij voor een vier­de B, die van Bege­lei­ding.
  • Ook gaat Amster­dam zoe­ken naar wegen om onge­do­cu­men­teer­de vluch­te­lin­gen aan werk te hel­pen.
  • Sta­tus­hou­ders die recht heb­ben op bij­stand kun­nen dat ont­van­gen zoals ande­re bur­gers, niet in natu­ra, maar gewoon op hun bank­re­ke­ning.
  • Inbur­ge­ring en het ver­krij­gen van een ver­blijfs­sta­tus moe­ten van elkaar wor­den los­ge­kop­peld. We maken inbur­ge­ring ver­plicht op dezelf­de wij­ze als de leer­plicht.
  • De gemeen­te garan­deert de kwa­li­teit van de instan­ties die taal­les­sen aan­bie­den aan inbur­ge­raars. Inbur­ge­ring hoort goed­koop, kwa­li­ta­tief goed en laag­drem­pe­lig te zijn. Er wordt reke­ning gehou­den met gro­te niveau­ver­schil­len tus­sen vluch­te­lin­gen. Vluch­te­lin­gen die niet heb­ben leren lezen en schrij­ven krij­gen eerst de tijd dat te leren in hun eigen taal.
  • We ver­zet­ten ons erte­gen dat ‘suc­ces­vol­le’ vluch­te­lin­gen meer voor­de­len krij­gen dan vluch­te­lin­gen met een ach­ter­stand.
  • De twee­de en der­de gene­ra­tie na migra­tie wor­den voort­aan gewoon gezien als Neder­lan­ders, ook bin­nen de gemeen­te­lij­ke orga­ni­sa­ties, en niet lan­ger als gast of als migran­ten.
  • Amster­dam dringt bij Den Haag aan op een ruim­har­tig kin­der­par­don en wei­gert mede­wer­king aan het hui­di­ge kin­der­uit­zet­tings­be­leid.
  • Ook AZC’s en ande­re vluch­te­lin­gen­op­vang moet aan de ITS stan­daard voor toe­gan­ke­lijk­heid vol­doen. Vluch­te­lin­gen met een beper­king, met of zon­der sta­tus, heb­ben recht op pas­sen­de zorg.
  • Amster­dam gaat zich bij het hui­di­ge kabi­net actief inzet­ten tegen de restric­tie­ve behan­de­ling van vluch­te­lin­gen en het in stand hou­den van Fort Euro­pa.
Transgenders en transmensen

Lang­za­mer­hand komt er meer erken­ning voor de men­sen die niet van­zelf­spre­kend pas­sen in de hok­jes man of vrouw. Bij trans­gen­ders gaat het om men­sen die zich niet thuis voe­len in het geslacht dat ze bij hun geboor­te toe­ge­we­zen heb­ben gekre­gen. Een deel van hen wil ope­ra­tie­ve en/of hor­mo­na­le behan­de­ling om hun lichaam aan te pas­sen van vrou­we­lijk naar man­ne­lijk of omge­keerd. Voor een ander deel vol­staat het aan­pas­sen van de gen­der­ex­pres­sie, zij pas­sen alleen hun kle­ding en/of hun uiter­lijk aan. Een der­de groep wil noch als man, noch als vrouw gere­gi­streerd staan, zij iden­ti­fi­ce­ren zich als non-binair of gen­der­flu­ï­de. Voor al deze groe­pen geldt dat de geslachts­aan­dui­ding op hun iden­ti­teits­pa­pie­ren regel­ma­tig tot pro­ble­men leidt. In het dage­lijk­se leven wor­den ze vaak niet geac­cep­teerd zoals ze zijn. Trans­men­sen en men­sen met een inter­sek­se-con­di­tie vin­den we in alle etni­ci­tei­ten, reli­gies en nati­o­na­li­tei­ten, en soms maakt de ach­ter­grond het nog extra moei­lijk om geac­cep­teerd te wor­den. Trans­men­sen en men­sen met een inter­sek­se-con­di­tie heb­ben net als ieder­een recht op bescher­ming tegen geweld en tegen dis­cri­mi­na­tie, en recht op pas­sen­de zorg.

Bij inter­sek­se is er spra­ke van een kind dat gebo­ren wordt met ken­mer­ken van bei­de sek­sen: chro­mo­so­men, hor­mo­nen en lichaams­ken­mer­ken wij­zen niet een­dui­dig op één sek­se. Te vaak wordt bij inter­sek­se kin­de­ren na de geboor­te beslo­ten om te ope­re­ren om de gen­der van het kind ‘pas­send’ te maken, in plaats van af te wach­ten tot het kind oud genoeg is om zelf te kun­nen kie­zen.

Ieder mens heeft recht op zelf­be­schik­king in hoe zij zich wil­len iden­ti­fi­ce­ren, en dus op een snel­le, toe­gan­ke­lij­ke en trans­pa­ran­te gen­der­toe­ken­ning. Nu is er nog een des­kun­di­gen­ver­kla­ring ver­eist voor trans­men­sen die hun gen­der in hun geboor­te­ak­te wil­len wij­zi­gen. Ook is de mini­ma­le leef­tijd 16 jaar. Bei­de obsta­kels moe­ten afge­schaft wor­den. Ook erkent BIJ1 dat de keu­ze tus­sen man en vrouw niet vol­staat voor niet-binai­re men­sen. Waar dat niet nodig is dient de geslachts­re­gi­stra­tie afge­schaft te wor­den, en als over­gangs­maat­re­gel dient naast de regi­stra­tie als M of V ook de moge­lijk­heid aan­ge­bo­den te wor­den om een X in te vul­len.

Trans­men­sen heb­ben recht op zorg op maat in de tijd dat ze hun lichaam aan pas­sen naar hun bele­ving en iden­ti­teit. BIJ1 steunt het prin­ci­pe van goed geïn­for­meer­de zorg en bege­lei­ding bij die tran­si­tie, maar de keu­ze om deze zorg te krij­gen moet onvoor­waar­de­lijk bij trans­men­sen zelf lig­gen. Bij gebrek aan medi­sche nood­zaak heb­ben art­sen geen recht om medi­cij­nen (hor­mo­nen) of behan­de­lin­gen als voor­waar­de te stel­len voor gewens­te chi­rur­gi­sche ingre­pen. Hier­bij horen ook:

  • kor­te­re wacht­tij­den voor de behan­de­ling
  • vrije keu­ze in de bege­lei­der bij het tran­si­tie­pro­ces
  • meer zorglo­ca­ties
  • medi­sche ingre­pen die voor trans­men­sen nodig zijn die­nen vol­le­dig te wor­den ver­goed. Meer pro­ac­tie­ve ini­ti­a­tie­ven zijn nood­za­ke­lijk voor bete­re kan­sen op de arbeids- en woning­markt, met focus op bicul­tu­re­le en vluch­te­lin­gen trans­men­sen. Ini­ti­a­tie­ven om trans­men­sen te hel­pen op de arbeids­markt bestaan al, maar in de prak­tijk weten voor­al wit­te men­sen hier van te pro­fi­te­ren. Spe­ci­fie­ke focus op bicul­tu­re­le en vluch­te­lin­gen LHBTQI+’ers is daar­om belang­rijk.
  • Amster­dam dient als gemeen­te de zelf­or­ga­ni­sa­tie van trans­men­sen in de stad te bevor­de­ren en finan­ci­eel te onder­steu­nen. Zelf­or­ga­ni­sa­tie met name van trans­men­sen van kleur of reli­gi­eu­ze ach­ter­grond is essen­ti­eel. Ook acti­vi­tei­ten tegen trans­fo­bie horen net als de acties tegen racis­me en sek­sis­me te wor­den onder­steund.
  • Poli­tie­men­sen, docen­ten, gemeen­te­amb­te­na­ren en zorg­wer­kers mis­sen vaak de essen­ti­ë­le ken­nis over trans­gen­de­ris­me en moe­ten hier voor­lich­ting over kun­nen krij­gen. Deze voor­lich­ting moet gege­ven wor­den door de men­sen die het bes­te weten waar ze het over heb­ben: de erva­rings­des­kun­di­gen, die als con­sul­ten erkend en pas­send betaald horen te wor­den.
  • BIJ1 pleit voor meer gen­der­neu­tra­le toi­let­ten naast man­nen- en vrou­wen­toi­let­ten in alle open­ba­re en publie­ke ruim­tes. Ook moet het trans­men­sen wor­den toe­ge­staan gebruik te maken van een toi­let naar keu­ze.
  • Men­sen die gebo­ren zijn met inter­sek­se­con­di­tie heb­ben het recht op zelf­be­schik­king. Art­sen en ouders mogen hen dit recht niet ont­ne­men door een beslis­sing te nemen over het gen­der van het kind. Dit houdt ook in dat kin­de­ren met inter­sek­se­con­di­tie niet geo­pe­reerd mogen wor­den aan hun geslachts­ken­mer­ken.
  • Elk jaar op 20 novem­ber, Trans­gen­der Day of Remem­bran­ce wor­den bij het Homo­mo­nu­ment alle trans­gen­ders her­dacht die dat jaar door geweld om het leven zijn gebracht. Daar­bij wordt aan­dacht geschon­ken aan trans­fo­bie, (sek­su­eel) geweld en uit­slui­ting. BIJ1 ver­wacht hier­bij een actie­ve deel­na­me van de gemeen­te.

 

BIJ1 in Zorg

Het zijn niet alleen oude­ren die niet meer zelf­stan­dig kun­nen wonen of men­sen met een chro­ni­sche ziek­te die afhan­ke­lijk zijn van de zorg. In fei­te zijn we alle­maal poten­ti­eel kwets­baar, en moe­ten we kun­nen reke­nen op de zorg die niet alleen onze naas­ten maar de samen­le­ving als geheel ons biedt. Het is een kwes­tie van bescha­ving dat men­sen die om wel­ke reden dan ook niet in eigen levens­on­der­houd kun­nen voor­zien en onze zorg nodig heb­ben die krij­gen, zon­der dat ze wor­den uit­ge­slo­ten, bestraf­fend wor­den behan­deld, of weg­ge­zet wor­den als ‘kos­ten­post’. Dat geldt ook voor migran­ten en vluch­te­lin­gen die hier opnieuw moe­ten begin­nen. De nadruk op ‘auto­no­mie’ en ‘zelf­red­zaam­heid’ in onze wes­ter­se samen­le­ving mag niet mis­bruikt wor­den voor de stig­ma­ti­se­ring van men­sen die niet aan dat ide­aal kun­nen vol­doen.

Sinds de invoe­ring van de WMO zijn de gemeen­ten ver­ant­woor­de­lijk voor een groot deel van de uit­voe­ring van de zorg. Het voor­deel van een lokaal beleid is dat de zorg dich­ter­bij de men­sen komt, het nadeel is dat men­sen nu afhan­ke­lijk zijn van de plaat­se­lij­ke poli­tiek, en er gro­te onge­lijk­heid op kan tre­den of iemand in een bepaal­de gemeen­te wel of niet in aan­mer­king komt voor een rol­stoel of extra hulp.

Een twee­de groot pro­bleem is de enor­me toe­na­me van de bureau­cra­tie. Zo is het onac­cep­ta­bel als wijk­ver­ple­ging de helft van de beschik­ba­re tijd bezig is met het invul­len van for­mu­lie­ren.

Een der­de groot pro­bleem zijn de slui­pen­der­wijs geste­gen kos­ten van de zorg voor de klan­ten, waar­door men­sen met een klei­ne beurs af moe­ten zien van tand­art­sen of fysi­o­the­ra­peu­ten, of hun hun pre­mies niet meer kun­nen beta­len.

Een vier­de groot pro­bleem is de markt­wer­king in de zorg, waar­door voor de gro­te zorg­be­drij­ven winst belang­rij­ker wordt dan de noden van de men­sen die zorg behoe­ven. De markt­wer­king ver­groot de toch al bestaan­de onge­lijk­heid.

Een vijf­de pro­bleem zijn de bezui­ni­gin­gen in de zorg — de over­heid bezui­nig­de in de afge­lo­pen vier jaar tien mil­jard euro — die voor­al ten kos­te gin­gen van de werk­ge­le­gen­heid.

Een zes­de pro­bleem zijn de ver­schil­len­de wet­ten waar zorg­be­hoef­ti­gen onder val­len, WMO, ZVW en WLZ die niet op elkaar aan­slui­ten, zodat met name oude­ren die op de wacht­lijst komen voor een ver­pleeg­huis te wei­nig zorg krij­gen.

De bij­ko­men­de bureau­cra­tie, zowel voor de gebrui­kers van zorg als voor de uit­voer­ders, moet dras­tisch wor­den ver­min­derd. De aan­vraag van WMO voor­zie­nin­gen moet sim­pe­ler, de indi­ca­tie­stel­ling over­zich­te­lij­ker.

Alleen wie 24 uur per dag zorg nodig heeft nog recht op een plaats in een ver­zor­gings­te­huis. Tege­lijk is er zwaar bezui­nigd op de zorg aan huis. Een deel van de oude­ren krijgt niet de zorg die zij nodig heb­ben, met name is door het lager geschool­de per­so­neel te wei­nig spra­ke van een sig­na­le­rings­func­tie. De con­se­quen­tie is dat te veel oude­ren bij de eer­ste­hulp­zorg van zie­ken­hui­zen terecht komt, en dure zie­ken­huis­bed­den in beslag nemen omdat ze niet kun­nen wor­den opge­no­men en niet meer naar huis kun­nen. Ook wor­den er oude­ren pas opge­no­men wan­neer ze ver­waar­loosd en onder­voed zijn, door een te wei­nig aan toe­zicht.

  • Zorg­ver­le­ners aan huis moe­ten beter opge­leid wor­den, en er moet meer onder­lin­ge afstem­ming plaats vin­den.
  • De eigen bij­dra­ge in de WMO wordt afge­schaft.
  • De markt­wer­king in de zorg moet wor­den afge­bouwd.
  • Daar­toe moet er in de stad iets dras­tisch ver­be­te­ren in de aan­be­ste­ding van de zorg aan huis, met name de huis­hou­de­lij­ke hulp. We zijn een warm voor­stan­der van een Ste­de­lij­ke Thuis­zor­gor­ga­ni­sa­tie, waar­bij gelet kan wor­den op kwa­li­teit, en er geen geld onno­dig ver­dwijnt in de top­sa­la­ris­sen van de zorg­gi­gan­ten, en ook klei­ne firma’s een kans krij­gen.
  • Er moet meer aan­dacht komen voor de jeugd­zorg. Sinds de jeugd­zorg een taak is gewor­den van de gemeen­tes is het bud­get voor jeugd­zorg te laag. Er zijn meer kin­de­ren in de geslo­ten jeugd­zorg terecht geko­men, en de mees­te instel­lin­gen kam­pen met per­so­neels­te­kort.

 

Veilig

Amster­dam hoort een stad te zijn waar ieder­een zich­zelf mag zijn en ieder­een vei­lig is, vrou­wen, men­sen van kleur, trans­men­sen, homo’s, moslima’s met hoofd­doek en joden met een kep­pel­tje.

  • We sti­mu­le­ren wijk­ge­rich­te en groeps­ge­rich­te ini­ti­a­tie­ven waar­bij bur­gers instaan voor elkaars vei­lig­heid, waar­bij buurt­ge­no­ten zich inzet­ten voor de mos­kee­ën en syna­go­gen. De gemeen­te dient hier­in een faci­li­te­ren­de rol te spe­len.
  • Wijk­agen­ten moe­ten zicht­baar zijn en bena­der­baar. Repre­sen­ta­ti­vi­teit, door mid­del van een divers poli­tie­korps, is hier­bij zeer belang­rijk.
  • De loka­le over­he­den en de poli­tie die­nen het recht op vreed­zaam pro­test en demon­stra­tie te bescher­men in plaats van in te per­ken. Onrust of tegen­re­ac­ties mogen geen aan­lei­ding zijn voor een demon­stra­tie­ver­bod.
  • Voor alle vor­men van dis­cri­mi­na­tie, van aan­ran­ding tot dis­cri­mi­na­tie op het werk, hoort een laag­drem­pe­li­ge en ano­nie­me mel­ding moge­lijk te zijn, bij een van de poli­tie onaf­han­ke­lijk bureau zoals Meld­punt Dis­cri­mi­na­tie.

 

Toegankelijke gemeente

Vol­gens het SCP wordt een vijf­de tot een kwart van de men­sen onvol­doen­de gehol­pen door de gemeen­ten. Amster­dam heeft een goe­de stap gemaakt door het ope­nen van loka­le loket­ten, maar nog steeds weet 10 tot 20 pro­cent van de Amster­dam­mers de loket­ten niet te vin­den. De onder­steu­ning voor men­sen die begin­nend dement zijn, de taal niet vol­doen­de ken­nen, die niet mobiel zijn hoort maat­werk te zijn. De gemeen­te moet naar de men­sen toe.

  • Bur­gers in onze stad horen een goe­de digi­ta­le toe­gan­ke­lijk­heid te heb­ben tot de dien­sten van de gemeen­te. De amb­te­lij­ke taal hoort voor ieder­een begrij­pe­lijk te zijn.
  • De ver­ko­ke­ring van de gemeen­te moet wor­den aan­ge­pakt. Neem gezin­nen die dak­loos drei­gen te wor­den, daar­bij zijn drie wet­hou­ders betrok­ken, die van Zorg, Jeugd en Wonen.
  • Er wor­den cur­sus­sen aan­ge­bo­den voor men­sen die niet digi­taal vaar­dig zijn, bij­voor­beeld in het thuis­ban­kie­ren, en er komt per­soon­lij­ke assis­ten­tie voor men­sen die om wel­ke reden dan ook niet naar de loket­ten kun­nen komen.
  • We plei­ten voor het instel­len van een ‘inte­gri­teits­ka­mer’ die toe­zicht houdt op de pro­jec­ten in Amster­dam, zodat niet dezelf­de fou­ten wor­den gemaakt als bij de Noord-Zuid­lijn. Naast het voor­ko­men van ver­spil­ling van gemeen­schaps­geld zal ook het diver­si­teits­be­leid van gemeen­te zelf en opdracht­ge­vers wor­den getoetst.
  • Amster­dam gaat nog meer zijn best doen om bur­gers bij de leef­baar­heid van de stad te betrek­ken. De loka­le demo­cra­tie moet wor­den ver­sterkt.
  • Amster­dam gaat jon­ge­ren­ad­vies­com­mis­sies of jon­ge­ren­ra­den oprich­ten om jon­ge­ren uit de stad te laten par­ti­ci­pe­ren in het beleid.

 

Mannen en vrouwen gelijkwaardig

Vrou­wen heb­ben na twee his­to­ri­sche gol­ven femi­nis­me alle rech­ten die man­nen ook heb­ben: ze mogen stem­men, schei­den en hun hand­te­ke­ning is rechts­gel­dig. Ze wor­den toe­ge­la­ten tot alle oplei­din­gen en beroe­pen. Het aan­tal vrou­wen, ook getrouw­de en met kin­de­ren, dat de arbeids­markt is opge­gaan is enorm geste­gen.

Toch zien we nog steeds dat maar 1 op de 5 van de hoge­re mana­ge­ment­func­ties wordt inge­vuld door vrou­wen, en dat maar de helft van de Neder­land­se vrou­wen zelf­stan­dig kan leven van eigen inkom­sten. Een ach­ter­lig­gend pro­bleem is de onge­lij­ke ver­de­ling van betaald werk; de baan en onbe­taald werk; de zorg voor kin­de­ren en ande­re fami­lie­le­den, het huis­hou­den.
Ver­zor­gend werk, dat vaak wordt gezien als vrou­we­lijk en dus onge­schoold werk, ver­dient meer erken­ning en ook een bete­re beta­ling. De aan­dacht mag niet alleen lig­gen bij het te lage aan­deel van vrou­wen in hoge func­ties, ook bij de gemeen­te.
Amster­dam BIJ1 denkt ook aan vrou­wen in laag­ge­schoold en slecht betaald werk, waar ze meest­al in de meer­der­heid zijn. Ook daar moe­ten meer voor­zie­nin­gen zijn voor alleen­staan­de moe­ders die werk en kin­de­ren moe­ten com­bi­ne­ren voor­al omdat we zien dat kin­der­ar­moe­de juist in die gezin­nen vaak voor­komt.

Ook de man­tel­zorg ver­dient meer waar­de­ring. Naast de onge­lij­ke ver­de­ling van werk en inko­men is ook (sek­su­eel) geweld een pro­bleem dat ste­vi­ger moet wor­den aan­ge­pakt.

  • Gemeen­te Amster­dam han­teert een Code of Con­duct, en stelt voor al haar dien­sten ver­trou­wens­per­so­nen aan.
  • Twee­de­kans­on­der­wijs, een ver­wor­ven­heid van de twee­de golf femi­nis­me, moet opnieuw wor­den inge­voerd, voor alle vrou­wen (en ande­ren) die om wel­ke reden dan ook hun school niet heb­ben afge­maakt of niet de kans heb­ben gekre­gen om door te leren.
  • Bedrij­ven en orga­ni­sa­ties — inclu­sief de gemeen­te­lij­ke — span­nen zich in om een werk­kli­maat te schep­pen dat vrij is van sek­su­eel wan­ge­drag en inti­mi­da­tie. Klach­ten wor­den seri­eus geno­men, ook als er geen juri­di­sche aan­klacht volgt.
  • Sek­sis­me wordt een cate­go­rie die door poli­tie en bureau’s voor de regi­stra­tie van dis­cri­mi­na­tie seri­eus geno­men gaat wor­den.
  • Wacht­lijs­ten voor vrou­wen in nood zijn niet accep­ta­bel. Vrou­wen die geweld­da­di­ge situ­a­ties ont­vluch­ten heb­ben recht op een vei­lig onder­ko­men als eer­ste opvang, met hun kin­de­ren.
  • Juri­di­sche bij­stand en zono­dig finan­ci­ë­le hulp moet vlot wor­den gere­geld, even­als deel­na­me aan een ste­de­lijk pro­ject om weer deel te nemen aan het arbeids­pro­ces. Een snel­le opvang moet er ook zijn voor deze vrou­wen zon­der ver­blijfs­ver­gun­ning of iden­ti­teits­pa­pie­ren.
  • In onder­wijs­in­stel­lin­gen komt meer aan­dacht voor sek­su­e­le omgangs­vor­men, en wor­den met name jon­gens onder­we­zen in een res­pect­vol­le omgang met meis­jes.
  • Een beleid van gen­der­recht­vaar­dig­heid dient zich met name ook te rich­ten tot man­nen. Emancipatieprogramma’s voor man­nen, als van Eman­ci­pa­tor, wor­den onder­steund.
  • Er moe­ten meer open­ba­re toi­let­ten komen voor vrou­wen. Zolang er veel te wei­nig zijn krij­gen vrou­wen geen boe­te opge­legd van­we­ge wild­plas­sen.
  • In Amster­dam moet het moge­lijk zijn om een abor­tus te krij­gen. De gemeen­te faci­li­teert zie­ken­hui­zen of ande­re medi­sche faci­li­tei­ten waar vrou­wen een vei­li­ge abor­tus kun­nen onder­gaan. De moge­lijk­heid voor abor­tus wordt in onze stad niet lan­ger over­ge­la­ten aan de ‘vrije markt’. De abor­tus­pil moet via huis­arts en apo­theek beschik­baar blij­ven.
LHBTQI+ gelijkwaardig

LHBTQI men­sen, dat wil zeg­gen men­sen die homo of les­bo zijn, of bisek­su­eel, trans, queer of inter­sek­se, horen tot de meest kwets­ba­re groe­pen in onze samen­le­ving.

Jon­ge­ren wor­den op school al vaak bedreigd en gepest. Door hun sek­su­a­li­teit of gen­de­ri­den­ti­teit wor­den ze vaker gedis­cri­mi­neerd op de arbeids­markt en de woning­markt. Bij trans­gen­ders is het aan­tal zelf­moord­po­gin­gen vijf tot tien maal zo hoog als onder hete­ro­sek­su­e­len. Ze lopen meer gevaar op geweld op straat. In Neder­land gaan we er graag prat op dat homo­sek­su­a­li­teit geheel geac­cep­teerd is. Maar een­der­de van de Neder­land­se bevol­king vindt zoe­nen­de man­nen nog steeds aan­stoot­ge­vend. Met name vluch­te­lin­gen uit de LHBTQI+ groe­pen krij­gen moei­lijk­he­den wan­neer het IND niet accep­teert dat ze niet terug kun­nen. Wereld­wijd lopen met name trans­men­sen meer gevaar, en belan­den vaak in de pros­ti­tu­tie omdat er voor hen geen ander werk te vin­den is. In AZC lopen ze meer risi­co op geweld en sek­su­eel mis­bruik. Vluch­te­lin­gen die tot de LHBTQI+’ers beho­ren wor­den niet alleen gedis­cri­mi­neerd van­we­ge hun sek­su­a­li­teit, maar wor­den ook racis­tisch beje­gend door hun kleur, afkomst of reli­gie. Deze symp­to­men zijn door de enor­me opkomst van extreem­rechts ver­sterkt. Homo­na­ti­o­na­lis­ten, leden van Leef­baar Rot­ter­dam, PVV en ande­re popu­lis­ti­sche recht­se par­tij­en voe­ren xeno­fo­be, trans­fo­be en racis­ti­sche cam­pag­nes tegen mos­lims, vluch­te­lin­gen en gevluch­te LHBTQI+’ers. Ook in Amster­dam dreigt dit gevaar.

Zelf­moord­pre­ven­tie bij LHBTQI+’ers begint bij voor­lich­ting in het onder­wijs over sek­su­a­li­teit en vei­lig­heid. Eman­ci­pa­tie is een weder­ke­rig begrip, dat wil zeg­gen dat we als maat­schap­pij taboes als zelf­moord, sek­su­a­li­teit, soa’s en sek­su­e­le voor­lich­ting ver­plicht moe­ten stel­len in het onder­wijs. Dit zal zor­gen voor meer begrip en toe­na­de­ring rich­ting LHBTQI+’ers.
Mos­lim­jon­ge­ren heb­ben vaak moei­te om uit de kast te komen en deze groep heeft gepas­te en des­kun­di­ge hulp nodig bij dit pro­ces, waar­bij waar­dig­heid en vei­lig­heid gewaar­borgd blijft.

  • Vei­lig­heid voor LHBTQI+’ers, met name voor mos­lims, vluch­te­lin­gen, vrou­wen, trans­gen­ders, men­sen van kleur en seks­wer­kers zijn geen van­zelf­spre­kend­heid in de samen­le­ving. Deze kun­nen op de vol­gen­de manie­ren gewaar­borgd wor­den:
  • De poli­tie neemt de mel­din­gen en aan­gif­ten door LHBTQI+’ers seri­eus, net als de aan­gif­ten van vrou­wen, en slaan de han­den ineen om met Roze in Blauw en het Cari­bisch Net­werk etnisch pro­fi­le­ren af te schaf­fen en voor­ko­men.
  • De poli­tie doet er goed aan om Roze in Blauw zicht­baar her­ken­baar te maken (tegen het ‘neu­tra­li­teits­be­gin­sel’ in) om LHBTQI+’ers meer vei­lig­heid te ver­schaf­fen.
  • Poli­tie hoort bij­ge­schoold te wor­den op homo- en trans­fo­bie in com­bi­na­tie met etnisch pro­fi­le­ren. Poli­tie hoort bij­ge­schoold te wor­den op homo- en trans­fo­bie, met een focus op gedrag en men­ta­li­teit.
  • Het opvan­gen van mos­lim­jon­ge­ren of men­sen bij wie de cul­tu­re­le ach­ter­grond extra uit­da­ging met zich mee­brengt.
  • Het is een van­zelf­spre­kend­heid dat mel­din­gen en aan­gif­tes met betrek­king tot geweld of sek­su­eel geweld seri­eus wor­den geno­men door de poli­tie. Bin­nen Roze in Blauw moet er voor­lich­ting komen over trans­fo­bie.
  • Amster­dam heeft een voor­beeld­func­tie als het gaat om pro­gres­sie­ve wet­ge­ving met betrek­king tot meer-ouder­schap. Ver­bre­ding van de moge­lijk­he­den voor meer-ouder­schap in de gemeen­te; het erken­nen van meer dan twee ouders van één kind. Dit is met name van belang in het onder­wijs en bij zorg­in­stel­lin­gen.
  • Om te voor­ko­men dat (extreem)rechts de kans krijgt de LHBTQI+-agenda te kapen met hun oppor­tu­nis­ti­sche pseu­do-soli­da­ri­tiet, is het belang­rijk dat bicul­tu­re­le, gevluch­te en mos­lim LHBTQI+’ers de ruim­te krij­gen om pro­mi­nent aan­we­zig zijn bin­nen orga­ni­sa­ties en tij­dens eve­ne­men­ten.
  • Cul­tuur­sen­si­tie­ve bege­lei­ding voor hulp­ver­le­ners die zich rich­ten op bicul­tu­re­le LHBTQI+’ers voor een bete­re en meer cul­tuur­sen­si­tie­ve dienst­ver­le­ning omdat psy­cho­lo­gi­sche hulp niet toe­gan­ke­lijk is door de hoge kos­ten van eigen risi­co en eigen bij­dra­ge. Denk hier­bij aan een meer cul­tuur­sen­si­tie­ve aan­pak van instan­ties als COC, Meld­punt Hui­se­lijk Geweld, Vei­lig Thuis en ande­re maat­schap­pe­lij­ke instel­lin­gen.
  • Wij steu­nen het ini­ti­a­tief #AmI­Gay­En­ough dat LHBTQI+-vluchtelingen onder­steunt in het pro­ces voor asiel­aan­vraag op basis van sek­su­a­li­teit of gen­de­ri­den­ti­teit. Geen LHBTQI+’er zou door een ellen­di­ge pro­ce­du­re voor asiel heen moe­ten om te moe­ten bewij­zen dat die­ge­ne tot deze cate­go­rie behoort.


Tot slot zijn we tegen de ver­com­mer­ci­a­li­se­ring van de Gay Pri­de. De pri­de is van oor­sprong een inclu­sief en divers ini­ti­a­tief van de LHBTQI+-community en hoort niet door bedrij­ven gekaapt te wor­den. Stop Pinkwas­hing!

 

Sekswerk veilig

Onze stad heeft een rij­ke geschie­de­nis als het gaat om seks­werk­be­leid. Zowel nati­o­naal als inter­na­ti­o­naal kij­ken gemeen­ten en over­he­den naar wat Amster­dam doet op het gebied van seks­werk. Zo wordt er vaak gewe­zen op het ‘legaal’ kun­nen wer­ken en naar onze op seks­werk gespe­ci­a­li­seer­de gezond­heids­zorg. Dit wekt de sug­ges­tie dat Amster­dam het dus wel goed zal doen. Helaas zijn de Amster­dam­se seks­wer­kers hele­maal niet blij met hun gemeen­te. Het beleid van de afge­lo­pen jaren heeft de hore­ca op de Wal­len wel­is­waar geen wind­ei­e­ren gelegd, bij­kom­stig­heid is wel dat de groei­en­de stroom van (vaak bene­vel­de) toe­ris­ten het werk van seks­wer­kers moei­lij­ker en onvei­li­ger is gewor­den.

Lan­de­lij­ke wet­ge­ving biedt gemeen­ten de moge­lijk­heid seks­wer­kers te dis­cri­mi­ne­ren en hun men­sen­rech­ten te schen­den. En dat zien we in Amster­dam dan ook op gro­ve schaal gebeu­ren.

Door het ver­gun­nin­gen­sys­teem mogen seks­wer­kers alleen via een exploi­tant wer­ken. Het is in Amster­dam ver­bo­den om als zelf­stan­di­ge, bij­voor­beeld van­uit huis of als escort, aan de slag te gaan. We zien ook dat Amster­dam­se exploi­tan­ten via hun ver­gun­ning wor­den gedwon­gen het pri­va­cy­recht van seks­wer­kers te schen­den. Hier­over wordt momen­teel een rechts­zaak gevoerd waar­bij de gemeen­te, na een eer­ste uit­spraak, in hoger beroep is gegaan. Jong vol­was­se­nen tus­sen de 18 en 21 jaar die seks­werk doen heb­ben geen toe­gang tot het rechts­sys­teem. Zij heb­ben in Amster­dam geen moge­lijk­heid om legaal hun werk te kun­nen uit­voe­ren. De gemeen­te Amster­dam voert daar­mee actief beleid dat seks­wer­kers ver­der stig­ma­ti­seert, hen bui­ten­sluit en kwets­baar­der maakt.

In de afge­lo­pen jaren is er door gro­te men­sen­rech­ten­or­ga­ni­sa­ties veel onder­zoek gedaan naar seks­werk­be­leid. Elk onder­zoek wijst op het belang van vol­le­di­ge decri­mi­na­li­se­ring van seks­werk. Dit vraagt om het ophef­fen van al het repres­sie­ve beleid rond­om seks­werk. Wan­neer seks­wer­kers radi­caal gelijk­waar­dig zijn, heb­ben ze dus gelijk­waar­dig toe­gang tot het rechts­sys­teem. Het is daar­om hoog tijd dat Amster­dam haar voor­beeld­po­si­tie gaat inzet­ten door voor­beel­dig seks­werk­be­leid te voe­ren. Te begin­nen met:

  • De ver­gun­nings­eis voor zelf­stan­di­ge seks­wer­kers moet wor­den opge­he­ven. Seks­wer­kers moe­ten, net als ieder ander, de moge­lijk­heid heb­ben om een ‘een­mans­zaak’ te star­ten. Dit bete­kent ook dat zij dien­sten bij der­den moe­ten kun­nen inko­pen zon­der dat deze der­de par­tij gecri­mi­na­li­seerd wordt. En dit alles zon­der dat de seks­wer­ker ver­plicht wordt bij­zon­de­re per­soon­lij­ke infor­ma­tie te delen dan wel zich te laten regi­stre­ren.
  • Jong vol­was­sen seks­wer­kers wor­den gezien als een kwets­ba­re groep. Daar­om is het van belang dat zij vrij toe­gang heb­ben tot het rechts­sys­teem. En werk­ver­bod tot hun 21e is niet alleen leef­tijds­dis­cri­mi­na­tie maar maakt hen ook kwets­baar­der, de leef­tijds­grens moet omlaag naar 18 jaar. Seks­wer­kers die tegen de wet ingaan kun­nen name­lijk niet con­se­quen­tie­loos hulp zoe­ken of aan­gif­te doen van straf­ba­re zaken die tegen hen gepleegd wor­den.
  • Er moet een ver­sim­pe­ling komen van het ver­gun­ning­stel­sel voor exploi­tan­ten.
  • In de afge­lo­pen jaren heb­ben we een enor­me afna­me van bor­de­len gezien. Zo zijn er veel raam­bor­de­len geslo­ten maar ook op ande­re plek­ken in de stad is er min­der ruim­te voor seks­wer­kers om in nabij­heid van collega’s en met gedeel­de voor­zie­nin­gen hun werk uit te voe­ren.
  • Seks­wer­kers horen aan de beleids­ta­fel. Seks­wer­kers weten wat goed is voor seks­wer­kers. Daar­om is het van belang dat wan­neer er nieuw beleid of regel­ge­ving wordt ont­wik­keld, seks­wer­kers al in het begin sta­di­um aan tafel zit­ten. Zowel op gemeen­te­lijk niveau als mede bij de poli­tie als bij de op seks­wer­ker gerich­te zorg­in­stel­lin­gen. Dit heeft als bij­ef­fect dat het geïn­sti­tu­ti­o­na­li­seer­de stig­ma kan wor­den aan­ge­pakt. Regel­ma­tig zien we dat amb­te­na­ren, poli­tie­agen­ten en hulp­ver­le­ners seks­wer­kers niet als gelijk­waar­dig zien. Het is daar­om van belang dat seks­wer­kers als pro­fes­si­o­ne­le con­sul­tants wor­den inge­huurd wan­neer er over seks­werk gespro­ken wordt. Orga­ni­sa­ties als Proud en het Pros­ti­tu­tie Infor­ma­tie­cen­trum zijn hier­bij voor de hand lig­gen­de part­ners.

 

Wonen

Amster­dam is een fan­tas­ti­sche stad voor wie er al pret­tig woont. Maar een ramp voor men­sen die nu een pas­sen­de woning zoe­ken die ook nog betaal­baar is, en die bij voor­keur niet naar de rand wil­len wor­den gedron­gen. Dat geldt voor jon­ge gezin­nen die meer ruim­te nodig heb­ben voor de kin­de­ren, voor jon­ge­ren die zelf­stan­dig wil­len wonen. En voor nieuw­ko­mers, ver­deeld over ‘expats’ die vol­doen­de ver­die­nen voor een woning in de vrije sec­tor, en ‘migran­ten’ die daar vaak te wei­nig inko­men voor heb­ben. Ook moet er nog veel gebeu­ren aan het aan­pas­sen van het wonin­gen­be­stand aan men­sen met een beper­king, en oude­ren die nu lan­ger thuis blij­ven wonen.

  • Min­stens 50% van de nieu­we wonin­gen in Amster­dam moe­ten bestemd zijn voor de soci­a­le huur. Voor wij­ken waar in ver­hou­ding wei­nig soci­a­le huur­wo­nin­gen zijn mag dit per­cen­ta­ge ver­der omhoog. Ook mid­den­in­ko­mens moe­ten betaal­baar kun­nen huren.
  • Soci­a­le huur­wo­nin­gen mogen niet ver­kocht wor­den.
  • Er wordt woon­ruim­te gere­ser­veerd voor sta­tus­hou­ders, voor spoed­ge­val­len zoals mis­han­del­de vrou­wen. Con­cur­ren­tie en onvre­de onder de ‘geves­tig­de’ bevol­king moet wor­den tegen­ge­gaan door de wacht­tijd voor soci­a­le wonin­gen te ver­la­gen door meer nieuw­bouw.
  • Er moe­ten meer moge­lijk­he­den komen voor ande­re dan de geijk­te gezins­vor­men. Woon­groe­pen, bij­voor­beeld van oude­ren, kun­nen onder zelf­be­heer een eigen woon­vorm gestal­te geven.
  • Er moet ruim­te blij­ven voor kun­ste­naars, in niet geijk­te wonin­gen, lege bedrij­ven of scho­len, of ande­re voor gezins­be­wo­ning onge­schik­te wonin­gen.
  • Er moet vol­doen­de gebouwd wor­den voor jon­ge star­ters, stu­den­ten, jon­ge­ren die niet meer thuis wil­len wonen.
  • Er wordt gestreefd naar beschik­baar­heid van buurt­win­kels, bibli­o­the­ken, buurt­hui­zen, jeugd­hon­ken, ver­e­ni­gings- en sportruim­te, kin­der­speel­plaat­sen, plek­ken waar oude­ren kun­nen zit­ten. Er moet meer gedaan wor­den aan ont­moe­tings­plaat­sen, ook voor een­za­me alleen­wo­nen­den.
  • Er wordt niet meer gebouwd zon­der de regels voor toe­gan­ke­lijk­heid voor men­sen met een beper­king in acht te nemen. Open­ba­re gebou­wen, ook die onder monu­men­ten­zorg val­len, wor­den toe­gan­ke­lijk gemaakt.
  • Er moet meer ruim­te zijn voor bewo­ners­ini­ti­a­tie­ven.
  • Er komt meer huur­be­scher­ming voor klei­ne win­ke­liers.
  • Woon­frau­de, mis­bruik van woon­ruim­te voor winst moet wor­den aan­ge­pakt. Teveel hui­zen in Amster­dam wor­den per­ma­nent ver­huurd aan expats en toe­ris­ten.
  • Kra­ken wordt niet bestraft, als de eige­naar geen aan­toon­ba­re plan­nen heeft voor het inge­bruik­ne­men van een leeg­staand pand.
  • Er wor­den in elke wijk vol­doen­de wonin­gen gebouwd of geschikt gemaakt voor men­sen met een han­di­cap en/of voor oude­ren.

 

Onderwijs

Elk indi­vi­du heeft recht op pas­send en goed onder­wijs. BIJ1 streeft naar het voor­op­stel­len van het belang van het kind. Dit bete­kent dat we stre­ven naar een radi­ca­le gelijk­waar­dig­heid in het onder­wijs, van PO tot WO.

Pri­mair Onder­wijs (PO) staat onder gro­te druk door de enor­me bezui­ni­gin­gen. Niet voor niets heb­ben de docen­ten en bestu­ren sta­kin­gen uit­ge­roe­pen voor bete­re kwa­li­teit, min­der werk­druk en hoge­re lonen. Door de enor­me bezui­ni­gin­gen is de toe­gang tot spe­ci­aal onder­wijs en de gerich­te bege­lei­ding van kin­de­ren onder druk komen te staan, waar­door kin­de­ren en ouders genood­zaakt zijn naar regu­lie­re basis­scho­len over te stap­pen.

De las­ten voor de docen­ten wor­den hoger, omdat ze niet slechts bezig zijn met les­ge­ven, maar ook met het beant­woor­den van maat­schap­pe­lij­ke vraag­stuk­ken. Het aan­tal leer­lin­gen per klas is toe­ge­no­men en uit­val van docen­ten door stress en werk­druk is immens. De docen­ten en bestuurs­ra­den bin­nen het pri­mair onder­wijs vra­gen om meer geld van de over­heid. Wij in Amster­dam zou­den met ande­re maat­schap­pe­lij­ke instel­lin­gen en de gemeen­te moe­ten kij­ken naar een manier waar­op wij de scho­len en docen­ten kun­nen onder­steu­nen.

Mid­del­baar Onder­wijs is de twee­de fase van onze jon­ge­ren, maar er zijn nog steeds heel veel jon­ge­ren die hun mid­del­baar onder­wijs en voor­ge­zet onder­wijs niet afma­ken. Ze heb­ben een gevoel van uit­slui­ting of ze voe­len dat ze niet begre­pen wor­den op school. Daar­naast ligt er veel meer ver­ant­woor­de­lijk­heid bij de jon­ge­ren door bij­voor­beeld man­tel­zorg (als gevolg van bezui­ni­gin­gen in de zorg) en finan­ci­ë­le onder­steu­ning van het gezin (als gevolg van werk­loos­heid van de ouders). Boven­dien zijn er jon­ge­ren die een te laag advies krij­gen op basis van de cito-toets. Dit geldt met name voor jon­ge­ren met een migran­te­nach­ter­grond. Er zit enorm veel talent in de jon­ge­ren en daar­om is het van belang dat het onder­wijs zich meer open­stelt voor nieu­we vor­men van edu­ca­tie, waar­door de cre­a­tie­ve leer­lin­gen ook meer ruim­te krij­gen om zich te ont­wik­ke­len.

Door het nieu­we leen­stel­sel zijn er hon­der­den stu­den­ten gedu­peerd, omdat ze sim­pel­weg geen lening kun­nen ver­oor­lo­ven om aan een HBO- of WO-stu­die te begin­nen. HBO en WO lijkt slechts voor de eli­te te bestaan en wan­neer een gezin niet uit de mid­den­klas­se of een klas­se daar­bo­ven komt, bete­kent het dat de stu­dent har­der moet wer­ken om gelij­ke kan­sen te krij­gen op het gebied van edu­ca­tie. Stu­den­ten die niet uit de mid­den­klas­se of een klas­se daar­bo­ven komen, wor­den op dit moment genood­zaakt om ofwel bij te lenen ofwel te wer­ken naast hun vol­tijd stu­die.

Sta­tus­hou­ders komen met gel­di­ge diploma’s uit lan­den bui­ten Euro­pa naar Neder­land. Deze diploma’s wor­den in veel geval­len niet erkend in Neder­land, waar­door sta­tus­hou­ders onder hun niveau wer­ken. Diploma’s die behaald zijn bui­ten Euro­pa moe­ten vaker erkend wor­den. Daar­naast wil BIJ1 dat sta­tus­hou­ders die een stu­die zijn begon­nen in een land bui­ten Euro­pa, de moge­lijk­heid krij­gen om in te stro­men bin­nen het Neder­land­se onder­wijs­sys­teem zodat zij hun stu­die af kun­nen maken zon­der ver­tra­ging op te lopen.

  • Ouders en kin­de­ren heb­ben recht op een second opi­ni­on bij een te laag advies op basis van de cito-toets.
  • Klach­ten over racis­me en dis­cri­mi­na­tie bin­nen het onder­wijs moe­ten seri­eus geno­men wor­den en onder­zocht en in kaart gebracht wor­den.
  • Stop met de ter­men ‘wit­te scho­len’ en ‘zwar­te scho­len’. Dit taal­ge­bruik, een uiting van het enor­me popu­lis­me en nati­o­na­lis­me, ver­er­gert pola­ri­sa­tie en zorgt voor een kloof in de samen­le­ving. ‘Zwar­te scho­len’ wor­den als pro­bleem­scho­len gezien. Labels als deze, die kin­de­ren bestem­pe­len als ‘pro­bleem’, zor­gen voor een nega­tie­ver zelf­beeld van de kin­de­ren die naar een zgn. ‘zwar­te school’ gaan.
  • Er moe­ten meer ouders met een migran­te­nach­ter­grond betrok­ken wor­den n de orga­ni­sa­tie en mede­zeg­gen­schaps­raad op de school van hun kin­de­ren. Door betrok­ken­heid en par­ti­ci­pa­tie van alle ouders wordt de orga­ni­sa­tie en mede­zeg­gen­schaps­raad een bete­re weer­spie­ge­ling van de leer­lin­gen. Hier­door wor­den de cul­tuur­sen­si­tie­ve behoef­tes van de leer­lin­gen beter ver­te­gen­woor­digd.
  • Isla­mi­ti­sche scho­len staan onder enor­me druk en wor­den slecht onder­steund door de over­heid. Isla­mi­ti­sche scho­len heb­ben recht op uiting van gods­dienst op dezelf­de manier als chris­te­lij­ke scho­len. Het is de taak van de gemeen­te om alle scho­len te onder­steu­nen in het bie­den van onder­wijs. Daar­naast hoort de gemeen­te in samen­wer­king met de poli­tie te zor­gen voor een vei­li­ge leer­om­ge­ving van alle kin­de­ren, of zij nu op een open­ba­re of reli­gi­eu­ze school zit­ten.
  • Afge­lo­pen jaar zijn er sig­na­len geko­men dat kin­de­ren van kleur wor­den gewei­gerd om onder­wijs te vol­gen op zgn. ‘wit­te scho­len’. Racis­me en dis­cri­mi­na­tie bin­nen het onder­wijs is onac­cep­ta­bel. Alle kin­de­ren zou­den gelij­ke kan­sen op onder­wijs moe­ten heb­ben.
  • Amster­dam BIJ1 steunt ‘PO in actie’ en ove­ri­ge sta­kin­gen in het onder­wijs.

 

Mensen met een beperking volwaardig

Ieder­een kan ermee gecon­fron­teerd wor­den te moe­ten leven met een licha­me­lij­ke of gees­te­lij­ke beper­king, door leef­tijd, ziek­te of onge­luk, dan wel in hun omge­ving te maken te krij­gen met men­sen met een beper­king, zoals kin­de­ren, ouders en part­ners. Men­sen met een beper­king heb­ben er recht op om naar ver­mo­gen vol­waar­dig te kun­nen par­ti­ci­pe­ren in onze samen­le­ving, op alle gebie­den van het leven: onder­wijs, werk, wonen, eve­ne­men­ten en café bezoek. Er ligt een sta­pel met ver­dra­gen waar Neder­land zich aan moet hou­den. In wer­ke­lijk­heid houdt het nog niet over. Neem het feit dat 55% van de men­sen met een han­di­cap, die kun­nen en wil­len wer­ken geen baan heb­ben. De ach­ter­stel­ling, dis­cri­mi­na­tie en uit­slui­ting van men­sen met een beper­king noe­men we vali­dis­me.

  • De gemeen­te Amster­dam streeft naar inte­gra­le toe­gan­ke­lijk­heids­nor­men, vol­gens de IT-richt­lij­nen.
  • Ver­gun­nin­gen voor nieuw­bouw wor­den alleen ver­strekt aan bedrij­ven die aan­pas­baar bou­wen.
  • Gebou­wen wor­den toe­gan­ke­lijk gemaakt en aan­ge­past, van nieuw­bouw tot en met monu­men­taal bescherm­de gebou­wen.
  • Bij ver­gun­nin­gen voor eve­ne­men­ten wordt altijd gelet op de toe­gan­ke­lijk­heid, inclu­sief toe­gan­ke­lij­ke toi­let­ten.
  • Men­sen met een beper­king horen toe­gang te heb­ben tot de ver­voers­mid­de­len
  • Dis­cri­mi­na­tie op de arbeids­markt wordt actief bestre­den, en de gemeen­te geeft het goe­de voor­beeld door men­sen met een beper­king aan te nemen, ook in zicht­ba­re en goed betaal­de posi­ties.
  • Er komt onmid­del­lijk een ein­de aan ver­kap­te pogin­gen om men­sen bin­nen de bescherm­de werk­ver­schaf­fing onder het mini­mum­loon te beta­len.
  • Men­sen met een beper­king wor­den inge­huurd — erva­rings­des­kun­dig­heid wordt omge­zet in erken­de con­sul­tan­cy — ook bij het beoor­de­len van toe­gan­ke­lijk­heid.
  • Infor­ma­tie over vali­dis­me wordt een nor­maal onder­deel in lesprogramma’s. Lei­ding­ge­ven­den en beleids­ma­kers krij­gen trai­ning en work­shops gege­ven door men­sen met een beper­king, voor een bete­re omgang met en inzet­ten van men­sen met een han­di­cap.
  • Geba­ren­taal wordt op scho­len geïn­tro­du­ceerd, zodat ook horen­de kin­de­ren daar mee om kun­nen gaan, om het iso­le­ment van niet-horen­de kin­de­ren te door­bre­ken. Bij sek­su­e­le voor­lich­ting wor­den men­sen met een beper­king niet ver­ge­ten.
  • Beslis­sin­gen en beleid wor­den getoetst aan het VN ver­drag (CRPD) Ook bij de aan­be­ste­din­gen van hulp­mid­de­len zijn de gebrui­kers de klant, die mee moe­ten kun­nen oor­de­len over de geschikt­heid van bij­voor­beeld rol­stoe­len, die niet alleen thuis te gebrui­ken zijn maar ook om in te rei­zen.
  • Er moe­ten meer sub­si­dies komen voor grass­roots orga­ni­sa­ties van men­sen met een beper­king, die zich inzet­ten voor pro­jec­ten op alle levens­ter­rei­nen.

 

Ouderen gelijkwaardig

De Maori’s, in Nieuw Zee­land, heb­ben een spe­ci­aal woord voor de ach­ting die oude­re men­sen ver­die­nen: mana. In veel cul­tu­ren, waar­on­der die­ge­ne die we graag zien als ‘pri­mi­tie­ver’ dan de onze, is het van­zelf­spre­kend dat oude­ren res­pect ver­die­nen en goed ver­zorgd wor­den. In onze neo­li­be­ra­le cul­tuur, waar­in indi­vi­du­a­lis­me hoog­tij viert, en winst belang­rij­ker dreigt te wor­den dan men­sen, wor­den ouder wor­den­de men­sen vaak bui­ten­ge­slo­ten, en wordt de ‘ver­grij­zing’ gezien als een pro­bleem en oude­ren als ‘kos­ten­post’. Dit is de gro­te tegen­stel­ling in onze samen­le­ving: we wer­den, gemid­deld, nog niet eer­der zo oud, maar de leef­tijd waar­op het nog zin heeft om te sol­li­ci­te­ren was nog nooit eer­der zo laag.

Op dit moment is 20% van de Neder­land­se bevol­king 65 jaar of ouder. Dat aan­tal zal de komen­de jaren groei­en. In Amster­dam woont 12% van de oude­ren nog zelf­stan­dig, en moet de eigen zorg gere­geld wor­den. Dit zal in 2030 opge­lo­pen zijn tot 16% van de Amster­dam­mers. Met name oude­ren die niet meer aan de norm van de ‘zelf­red­zaam­heid’ kun­nen vol­doen, maar nog niet ‘slecht’ genoeg zijn om in een ver­pleeg­huis opge­no­men te wor­den drei­gen tus­sen wal en schip te val­len. Tus­sen de WMO (gemeen­te) en WLZ (rijks­over­heid) in, waar­bij ze, op de wacht­lijst, min­der uur zorg krij­gen ter­wijl ze meer zorg nodig heb­ben. Oude­ren heb­ben niet alleen behoef­te aan zorg, ze heb­ben ook behoef­te aan men­se­lijk con­tact, deel uit­ma­ken van een gemeen­schap, en het gevoel te heb­ben dat ze er nog toe doen.

  • Er moet vol­doen­de zorg wor­den inge­zet voor oude­ren die nog thuis wonen, ook huis­hou­de­lij­ke hulp. Daar­bij moet er tijd zijn voor men­se­lijk con­tact, en moet de hulp geschoold zijn in het sig­na­le­ren van toe­ne­men­de pro­ble­men. (Zie ook BIJ1 in Zorg)
  • Oude­ren kun­nen baat heb­ben bij woon­pro­jec­ten van bewo­ners die onder­ling op elkaar kun­nen let­ten en acti­vi­tei­ten kun­nen ont­plooi­en, dan wel woon­pro­jec­ten waar­bij juist oud en jong gemengd wor­den. (Zie ook wonen)Naast de nood­za­ke­lij­ke zorg is er dus ook een gro­te behoef­te aan wel­zijns­werk op maat.
  • Er kleeft een onrecht­vaar­dig­heid aan het toe­ken­nen van de AOW. Men­sen met wei­nig oplei­ding begin­nen door­gaans eer­der met wer­ken, en vaak beta­len zij al van hun zes­tien­de mee aan de AOW — vaak dus tien jaar lan­ger. Maar aan­ge­zien men­sen met wei­nig oplei­ding vier jaar min­der lang leven, pro­fi­te­ren zij min­der lang van de AOW. Daar­mee is de onrecht­vaar­di­ge situ­a­tie ont­staan waar­door men­sen met lage inko­mens het staats­pen­si­oen van men­sen met hoge inko­mens sub­si­di­ë­ren. Dit kan recht­ge­trok­ken wor­den door de pen­si­oen­leef­tijd af te laten han­gen van het aan­tal jaar dat men heeft gewerkt en niet van leef­tijd. Men­sen die eer­der begon­nen met wer­ken mogen ook eer­der ophou­den.
  • Men­sen boven de vijf­tig zon­der baan wor­den vrij­ge­steld van sol­li­ci­ta­tie­plicht, maar kun­nen wel terecht bij een help­desk die zich spe­ci­a­li­seert in werk, ook zin­vol vrij­wil­li­gers­werk voor oude­ren.
  • Oude­ren met een migran­te­nach­ter­grond moe­ten wan­neer ze hulp­be­hoe­vend zijn kun­nen reke­nen op zorg die ook gege­ven wordt door men­sen die sen­si­tief zijn voor ver­schil­len­de ach­ter­gron­den. Ver­zor­gings­te­hui­zen moe­ten meer reke­ning hou­den met afkomst, om oude­ren zoveel moge­lijk een gevoel van ver­trouwd­heid en vei­lig­heid te geven. Oplei­din­gen moe­ten meer met diver­si­teit reke­ning hou­den, en het strekt tot aan­be­ve­ling om zorg­ver­le­ners te rekru­te­ren met diver­se ach­ter­grond, even­tu­eel te rekru­te­ren in de lan­den van her­komst.

 

Armoede, schulden, werk en inkomen


Hoe­wel beweerd wordt dat de eco­no­mi­sche cri­sis is over­won­nen, zijn er meer men­sen die in de armoe­de terecht zijn geko­men, of die dat als drei­ging boven het hoofd hangt. Een vijf­de van de Neder­land­se huis­hou­dens heeft geen enke­le finan­ci­ë­le reser­ve meer. Een kwart van de Neder­lan­ders heeft struc­tu­reel moei­te om rond te komen. De vas­te las­ten zijn geste­gen, de huren zijn omhoog gegaan, de zorg wordt duur­der, er wordt bezui­nigd op uit­ke­rin­gen, en er is min­der werk beschik­baar dat zeker­heid biedt. Teveel wer­ken­den zijn terecht geko­men in flex­werk en tij­de­lij­ke con­trac­ten. Veer­tig pro­cent van de men­sen in de laag­ste inko­mens­groep heeft werk — werk is niet lan­ger een garan­tie tegen armoe­de.

Dat bete­kent ook meer men­sen die zwaar in de schul­den terecht zijn geko­men, het bete­kent meer dak­loos­heid. In Amster­dam is het aan­tal dak­lo­zen geste­gen. Een klei­ne dui­zend gezin­nen dreigt hun huis uit­ge­zet te wor­den. Naast de ‘tra­di­ti­o­ne­le’ dak­lo­zen, vaak met psy­chi­a­tri­sche en ver­sla­vings­pro­ble­men, is er in Neder­land een gro­te groep nieu­we dak­lo­zen bij­ge­ko­men, men­sen die dak­loos gewor­den zijn door eco­no­mi­sche pro­ble­men. Er zijn 1,3 mil­joen huis­hou­dens met pro­ble­ma­ti­sche schul­den. Zij krij­gen gemid­deld vijf­tien ver­schil­len­de schuld­ei­sers aan de deur, waar­on­der de over­heid, die voor­al bezig zijn om de schul­den te ver­ho­gen. De bureau­cra­tie in de schuld­hulp­ver­le­ning is enorm.

De struc­tuur van de arbeids­markt is dras­tisch ver­an­derd, en werk­loos­heid in bepaal­de sec­to­ren is niet alleen het gevolg van de eco­no­mi­sche cri­sis. Er ver­dwijnt werk door de nieu­we tech­no­lo­gie, er ver­dwijnt werk naar ‘lage­lo­nen­lan­den’, en er ver­dwijnt werk door­dat de 1% die het over­gro­te deel van de ver­mo­gens in han­den heeft vaak lie­ver inves­teert in eco­no­mi­sche trans­ac­ties, dan in de pro­duc­tie. Tege­lij­ker­tijd is de hoog­te van de pro­duc­tie geste­gen, maar de opbrengst daar­van komt niet ten goe­de aan de wer­ken­de men­sen. Ten­zij we de onder­lin­ge ver­de­ling van werk ver­an­de­ren, bij­voor­beeld door de ver­kor­ting van de stan­daard arbeids­week, kun­nen we niet meer garan­de­ren dat ieder­een recht heeft op werk. We moe­ten wel garan­de­ren dat ieder­een recht heeft op vol­doen­de mid­de­len van bestaan om een mens­waar­dig leven te lei­den. Dat bete­kent dus dat men­sen die niet kun­nen wer­ken wel recht heb­ben op vol­doen­de mid­de­len van bestaan — dat is een recht, en geen gunst. En zij hoe­ven voor een uit­ke­ring dus ook geen tegen­pres­ta­tie te leve­ren.

Een gemeen­te waar­in de mens boven de winst gaat, kan stre­ven naar zin­vol­le tijds­be­ste­ding voor men­sen die geen vol­le baan kun­nen krij­gen, en maat­schap­pe­lijk zin­nig werk kun­nen doen waar­op geen winst gemaakt hoeft te wor­den, dan wel deel te nemen aan vrij­wil­li­gers­werk. Vrij­wil­li­gers­werk dat niet gebruikt mag wor­den als ver­van­ging van betaal­de banen.

Hoe­wel we in een demo­cra­tie leven die in prin­ci­pe alle bur­gers dezelf­de kan­sen geeft op goed onder­wijs, en daar­mee de toe­gang tot de arbeids­markt. blij­ken de kin­de­ren van autoch­to­ne, hoog­op­ge­lei­de en wer­ken­de ouders 67% kans te heb­ben op het beha­len van een school­di­plo­ma tegen slechts 35% van de kin­de­ren met een migran­te­nach­ter­grond, met ouders die laag­op­ge­leid en/of zon­der werk zijn. Leer­lin­gen die arm en niet-wes­ters van afkomst zijn, staan op dub­be­le ach­ter­stand. Het hui­di­ge armoe­de­be­leid van de gemeen­te helpt wel een beet­je, de bezui­ni­gin­gen door het rijk hel­pen niet.

Bij­dra­gen in het gemeen­te­lij­ke armoe­de­be­leid in de vorm van scho­lie­ren­ver­goe­ding, of kor­tin­gen op de ziek­te­kos­ten­ver­ze­ke­ring, of een bij­dra­ge voor een lap­top voor scho­lie­ren, hel­pen men­sen in nood wel, maar hef­fen de armoe­de zelf niet op. Nog steeds weet 20% van de men­sen die daar in prin­ci­pe gebruik van mogen maken de weg niet naar de pot­jes, onder ande­re omdat ze niet digi­taal vaar­dig zijn.
Er moet meer gedaan wor­den aan schuld­hulp­ver­le­ning in een vroeg sta­di­um. Het mag niet gebeu­ren dat incassobureau’s de schul­den opdrij­ven bij men­sen die niet in staat waren om op tijd hun huur, hun elek­tri­ci­teit en hun pre­mies te beta­len. Er moet alles aan gedaan wor­den om men­sen niet op straat te laten belan­den. Er moet nood­op­vang komen voor men­sen die toch wor­den uit­ge­zet. Woon­cor­po­ra­ties kun­nen vrije sec­tor­wo­nin­gen tij­de­lijk ver­hu­ren, de gemeen­te kan bij­sprin­gen.

  • De bege­lei­ding van gezin­nen met pro­ble­men hoort over­zich­te­lijk te zijn, de samen­wer­king tus­sen betrok­ken instan­ties trans­pa­rant, met één casema­na­ger.
  • Spe­ci­fie­ke voor­de­len voor mini­ma, zoals voed­sel­ban­ken, lap­tops voor school­kin­de­ren, gra­tis sport, gra­tis OV zijn oké, zolang dui­de­lijk is dat deze lap­mid­de­len niet in de plaats mogen komen van het stre­ven naar vol­doen­de inkom­sten voor ieder­een. Ook moet er gelet wor­den op onno­di­ge bureau­cra­tie, niet ieder­een is even han­dig in te weten komen waar de pot­jes zijn. Er moet dus trans­pa­ran­tie en dui­de­lijk­heid over zijn, en één loket.
  • Voor het ste­de­lij­ke armoe­de­be­leid ten aan­zien van kin­de­ren moet de inko­mens­grens van 120% van het soci­aal mini­mum ver­hoogt wor­den naar 130% zodat ook kin­de­ren van wer­ken­de ouders met een laag inko­men wor­den bereikt.
  • De hoog­te van de soci­a­le huur wordt aan­ge­past aan het inko­men, ook om scheef­wo­nen tegen te gaan.
  • Belas­ting­voor­de­len voor de rijk­ste bewo­ners die wonen op eigen grond wor­den afge­bouwd.
  • De toe­ris­ten­be­las­ting wordt ver­hoogd.
  • De stad gaat expe­ri­men­te­ren met een ver­kor­te arbeids­week.
  • Amster­dam gaat het voor­beeld geven bij het schep­pen van werk voor men­sen die niet 100% inzet­baar zijn, en houdt zich daar­bij aan het mini­mum­loon.
  • Amster­dam hoort niet mee te wer­ken aan arbeid zon­der loon zodat het aan­tal betaal­de banen in Amster­dam direct weer toe kan nemen. Hier­door kun­nen men­sen gemak­ke­lij­ker uit de bij­stand en de armoe­de komen. Ook het struc­tu­reel oplos­sen van de finan­ci­ë­le pro­ble­men die ont­staan bij het ver­re­ke­nen van gedeel­te­lijk betaald werk met de aan­vul­len­de bij­stands­uit­ke­ring, ver­groot de kans dat men­sen uit de bij­stand kun­nen komen.Te hopen valt dat hier­voor tij­dens het expe­ri­ment in Amster­dam een struc­tu­re­le vorm voor wordt gevon­den.

 

Respect voor het klimaat

Onze rijk­dom heeft twee belang­rij­ke bron­nen: arbeid en de natuur. In het hui­di­ge wes­ter­se eco­no­mi­sche sys­teem is de ver­de­ling van arbeid onrecht­vaar­dig, en de omgang met de pla­neet ramp­za­lig. Dit is niet alleen een kwes­tie van lan­ge ter­mijn, het gaat om een spoed­ei­send recht­vaar­dig­heids­vraag­stuk, dat alleen nog kan wor­den opge­lost wan­neer er op alle niveau’s wordt samen­ge­werkt om de ver­woes­ting te stop­pen voor die niet meer her­stel­baar is. Want met de ver­woes­ting van de pla­neet gaat het om het voort­be­staan van de mens­heid. Dat bete­kent, onder ande­re, dat er een ein­de moet komen aan de ener­gie­ver­schaf­fing door kool, gas en olie. De kos­ten voor de ener­gie tran­si­tie horen bij de ver­vui­ler te lig­gen. De infra­struc­tuur voor her­nieuw­ba­re ener­gie moet de fos­sie­le indu­strie ver­van­gen, en niet alleen een bezig­heid blij­ven van mili­eu­be­wus­te indi­vi­du­en of ide­ë­le bedrij­ven. De kli­maat­pro­ble­men zijn soci­aal-eco­no­mi­sche pro­ble­men die leu­nen op drie pij­lers: pri­va­ti­se­ring, dere­gu­le­ring en belas­ting­ver­la­ging voor bedrij­ven. We zul­len op alle niveaus in moe­ten gaan tegen deze ten­den­sen, om te voor­ko­men dat men­sen, voor­al in het glo­ba­le zui­den, huis en haard ver­lie­zen, in armoe­de belan­den door gefaal­de oogst. En de migra­tie­stroom tegen gevol­gen kli­maat­ont­wrich­ting toe­neemt. Ook zul­len we moe­ten han­de­len tegen het schrik­ba­ren­de aan­tal sterf­ge­val­len door lucht, water en land­ver­vui­ling. Ook in Neder­land begint de lucht­ver­vui­ling de levens van men­sen te bekor­ten. Het is dus dui­de­lijk dat de oplos­sin­gen niet alleen kun­nen komen van loka­le poli­tiek. Maar ook daar is werk aan de win­kel.

  • Pri­va­ti­se­ring van ener­gie­voor­zie­ning moet wor­den terug­ge­draaid, ten gunste van loka­le en duur­za­me ini­ti­a­tie­ven.
  • De gemeen­te houdt de ban­den met bedrij­ven tegen het licht van duur­zaam­heid en kli­maat­recht­vaar­dig­heid en ont­bindt per direct alle ban­den met bedrij­ven die niet aan de hoog­ste stan­daard kun­nen vol­doen.
  • Alleen bedrij­ven die duur­zaam en kli­maat­recht­vaar­dig ope­re­ren krij­gen aan­be­ste­dings­op­drach­ten van de gemeen­te.
  • Alle nieuw­bouw moet kli­maat­neu­traal zijn. Reno­va­tie van onzui­ni­ge wonin­gen en gebou­wen wor­den gesti­mu­leerd door mid­del van sub­si­die. Pri­o­ri­teit wordt gege­ven aan de iso­la­tie van al bestaan­de soci­a­le wonin­gen.
  • De gemeen­te zet zich in voor een scho­ne ener­gie-infra­struc­tuur. Het gebruik van aard­gas wordt gefa­seerd afge­bouwd. De Hem­weg­cen­tra­le gaat dicht.
  • De gemeen­te onder­steunt ini­ti­a­tie­ven om de bio­di­ver­si­teit te her­stel­len door bebos­sing, aan­leg van insec­ten­tui­nen, etc.
  • Plant­soe­nen­dien­sten e.d. wer­ken zon­der (che­mi­sche) pes­ti­ci­den en her­bi­ci­den. Alleen wan­neer er spra­ke is van een plaag mogen de bestrij­dings­mid­de­len wor­den inge­zet, maar dan slechts bio­lo­gisch afbreek­ba­re.
  • De gemeen­te bevor­dert dat kli­maat­recht­vaar­dig­heid een onder­werp wordt op scho­len, en kin­de­ren leren na te den­ken over duur­zaam­heid, gezond­heid, gebruik van plas­tic e.d.
  • Fes­ti­vi­tei­ten die­nen mili­eu­be­wust te zijn, zo moet het gebruik van plas­tic wor­den terug­ge­dron­gen.

 

Mobiliteit & toegankelijkheid

BIJ1 door goe­de mobi­li­teit

Een voor ieder­een toe­gan­ke­lijk en rede­lijk betaal­baar sys­teem voor mobi­li­teit draagt bij aan de per­soon­lij­ke ont­plooi­ing van elke inwo­ner in Amster­dam. De gemeen­te ver­be­tert con­ti­nu de bereik­baar­heid van de stad waar­bij de blij­ven­de betaal­baar­heid en toe­gan­ke­lijk­heid voor haar inwo­ners een belang­rijk uit­gangs­punt is. Ook op open­baar ver­voer mag winst niet de belang­rijk­ste drijf­veer zijn voor het open­hou­den van bus- en tram­lij­nen en metro. Juist voor wij­ken aan de rand van de stad, waar in ver­hou­ding meer men­sen wonen met een laag inko­men, is bereik­baar­heid belang­rij­ker dan voor de men­sen in het cen­trum. Juist ook voor men­sen die niet fiet­sen of geen auto heb­ben, zijn trams en bus­hal­tes belang­rijk. Er kan meer reke­ning gehou­den wor­den met hal­tes vlak bij ver­zor­gings­te­hui­zen — vaak de eni­ge manier waar­op oude men­sen nog zon­der hulp ergens kun­nen komen.

  • Het GVB moet in han­den blij­ven van de gemeen­te zelf.
  • We stre­ven naar gra­tis open­baar ver­voer voor jon­ge­ren zon­der inko­men, voor mini­ma, en voor oude­ren met een laag inko­men.
  • Nieu­we woon­ge­bie­den, maar ook werk­lo­ca­ties en gemeen­te­lij­ke instel­lin­gen wor­den dan ook bij voor­keur daar gere­a­li­seerd waar al een goe­de vorm van open­baar ver­voer beschik­baar is of op rela­tief een­vou­di­ge wij­ze kan wor­den gere­a­li­seerd.
  • 95% van de inwo­ners van Amster­dam heeft toe­gang tot het open­baar ver­voer op maxi­maal 350 meter loop­af­stand van een hal­te. Wan­neer regu­lier open­baar ver­voer niet meer ren­da­bel is, werkt de gemeen­te mee aan maat­werk­op­los­sin­gen, zoal MaaS (Mobi­li­ty as a Ser­vi­ce). Het gebruik van deze ser­vi­ce mag voor de rei­zi­ger niet wezen­lijk duur­der zijn dan regu­lier OV.
  • Bij hal­ten van hoog­waar­dig open­baar ver­voer wor­den vei­li­ge fiets­stal­plaat­sen gere­a­li­seerd, ook voor bij­zon­de­re fiet­sen (elek­trisch, bak­fiets). Nieu­we ini­ti­a­tie­ven voor deel­fiet­sen in de bin­nen­stad wor­den ont­moe­digd, omdat fiets­pa­den al over­vol zijn en ver­keerd par­ke­ren van fiet­sen niet goed kan wor­den gere­gu­leerd.
  • Amster­dam is goed bereik­baar voor iede­re bezoe­ker, want dat draagt uit­ein­de­lijk bij aan de eco­no­mie van de stad. Het sti­mu­le­ren van bereik­baar­heid vindt  voor­na­me­lijk plaats via het Open­baar Ver­voer. Het gebruik van de auto wordt ont­moe­digd door blij­vend hoge par­keer­ta­rie­ven in com­bi­na­tie met goe­de P&R voor­zie­nin­gen, die waar moge­lijk wor­den uit­ge­breid.
  • Ini­ti­a­tie­ven met zelf­rij­den­de auto’s wor­den onder­steund, mits deze de druk op het wegen­net niet ver­gro­ten.