Kunst en cultuur

De stad die samen maakt

Amsterdam is een stad van verbeelding. Kunst en cultuur laten ons voelen wat rechtvaardigheid is, herkennen wie wij zijn en oefenen met wie we wíllen worden. Ze brengen troost en tegenspraak, maken verleden zichtbaar en toekomst voorstelbaar. Daarom beschouwen wij cultuur niet als luxeproduct of stadsmarketingtool, maar als publieke basisvoorziening en pijler onder onze democratie.

Toch is cultuur in Amsterdam ongelijk verdeeld. Terwijl het Centrum 3,7m² cultuur per inwoner telt, is dat in Nieuw-West maar 0,61m² en in Zuidoost 0,94m². Slechts 4,2% van het Kunstenplanbudget gaat naar Zuidoost, waar 10% van de Amsterdammers woont. Bewoners betalen zo mee aan voorzieningen in het centrum, terwijl in hun eigen wijk de zalen, podia en broedplaatsen ontbreken. Dat is het gevolg van decennia onderinvestering en gentrificatie.

BIJ1 kiest daarom voor een andere meetlat. Wij waarderen cultuur op wat zij maatschappelijk oplevert: ontmoeting in de buurt, nieuwe verhalen en stijlen die niet passen in de mainstream, veilige nachten voor iedereen, eerlijke banen voor makers. Daarbij willen we een stad zijn die haar koloniale geschiedenis erkent en roofkunst teruggeeft.

Onze koers is stadsbreed, met één duidelijke prioriteit: Cultureel Zuidoost, Noord en Nieuw-West versterken. Deze stadsdelen hebben als geen ander stadsdeel een uitgesproken divers cultureel karakter, maar is historisch gesegregeerd en structureel achtergesteld. Door toenemende gentrificatie dreigen dat karakter en de gemeenschappen van oorspronkelijke bewoners verdrongen te worden. In het kader van ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’ is daarom een stevige inhaalslag nodig. Met onze speerpunten worden Zuidoost, Noord en Nieuw-West in 2030 een vlaggenschip van culturele gelijkwaardigheid en een voorbeeld voor de rest van de stad.

Gelijke toegang, ongelijk investeren

In Amsterdam is toegang tot cultuur ongelijk verdeeld. In Zuidoost 0,94m², in Noord 1,0m², en in Nieuw-West slechts 0,61 m². Dit ligt ruim onder het stedelijk gemiddelde van1,21m². Slechts 55–60% van de bewoners van deze stadsdelen neemt jaarlijks deel aan cultuur, tegenover 70–75% in Centrum en Oost. BIJ1 doorbreekt dit patroon met harde afspraken:

  • We verhogen het aandeel Kunstenplanmiddelen voor Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Zuidoost groeit van 4,2% naar minimaal 8% in 2029–2032, Nieuw-West en Noord krijgen eenzelfde opwaartse lijn.

Vierkante meters: tot 2030 realiseren we +15.000m² extra cultuurruimte in Zuidoost en minimaal +10.000m² in Nieuw-West en Noord samen (broedplaatsen, poppodia, buurtvoorzieningen).Per inwoner: gemeentelijke investeringen stijgen van €110 (Zuidoost), €120 (Noord) en €100 (Nieuw-West) naar €140 per inwoner, richting stedelijk gemiddelde. Hiervoor moeten we:

  • SHP-norm (0,45 m² cultuur per woning) strikt toepassen in Zuidoost, Nieuw-West en Noord, met +25% opslag in deze achterstandsgebieden.
  • Vrijgekomen leegstand en nieuwe plekken eerst aan lokale organisaties aanbieden.

Eerlijke en inclusieve sector

Cultuur kan alleen bloeien als makers en medewerkers eerlijk behandeld worden en iedereen zich gerepresenteerd ziet. Nu is dat nog niet zo: ruim 40% van de kunstenaars verdient onder het minimumloon; veel culturele instellingen zijn nog altijd overwegend wit en hoogopgeleid, terwijl Amsterdam voor meer dan de helft uit mensen met een migratieachtergrond bestaat.

  • Alle gesubsidieerde instellingen betalen vanaf 2027 minimaal het actuele woonloonniveau (€16,50 per uur) en bieden vaste contracten waar mogelijk.
  • Instellingen moeten bij subsidieaanvraag een Diversiteitsplan indienen met streefcijfers. In 2030 heeft minimaal 30% van de leidinggevende functies een migratieachtergrond, in lijn met de bevolking.
  • Instellingen publiceren jaarlijks hun arbeidsvoorwaarden en samenstelling van personeel/bestuur. Wie na twee jaar nog niet voldoet, verliest subsidie. Instellingen die vooroplopen in representatie en fair pay krijgen voorrang bij aanvullende steun.

Vrijplaatsen, broedplaatsen en leegstand

Vrijplaatsen en broedplaatsen zijn de zuurstof van de stad: plekken waar nieuw talent kan groeien, tegenstemmen gehoord worden en gemeenschappen hun eigen ruimte maken. Toch staan ze zwaar onder druk door tijdelijke contracten, hoge huren en stedelijke ontwikkeling die winst boven verbeelding stelt.

  • We faciliteren broedplaatsen in de stad: in 2030 heeft elk stadsdeel minimaal 0,25m²/inwoner aan broedplaatsruimte. Broedplaatsen betalen maximaal 50% van de marktconforme huur; erfpacht wordt niet toegepast.
  • Contracten voor broedplaatsen en vrijplaatsen lopen minimaal 10 jaar.
  • Bestaande vrijplaatsen (zoals Ruigoord, ADM) krijgen een vaste plek in bestemmingsplannen; het Vrijplaatsenakkoord uit 2018 wordt vernieuwd en uitgebreid.
  • Leegstaand van gemeentelijk vastgoed wordt niet langer gegund aan commerciële antikraakbedrijven, maar in beheer gegeven aan buurtplatformen en coöperaties van makers en bewoners. De gemeente richt een investeringsfonds voor basisinrichting in (vloeren, elektra, sanitair, veiligheid), zodat panden daadwerkelijk bruikbaar zijn voor culturele en maatschappelijke activiteiten. Lokale organisaties krijgen de eerste kans om leegstaande panden tijdelijk of permanent te benutten, met begeleiding vanuit het stadsdeel.
  • Selectiecommissies bestaan niet alleen uit kunstexperts maar ook uit community-jury’s uit de wijken. Minimaal 30% van nieuwe werkplekken gaat naar makers uit Zuidoost, Noord en Nieuw-West, met extra aandacht voor autodidacten en MBO’ers.

Festivals voor en door mensen

Amsterdam is rijk aan festivals: van wereldwijd bekende namen als Amsterdam Dance Event tot buurtfestivals als Kwaku Summer Festival en Milkshake. Maar steeds meer festivals zijn in handen van private-equityfondsen zoals KKR (via Superstruct Entertainment). ADE en Milkshake vallen hieronder. Hun primaire drijfveer is winst, niet gemeenschap. Dit leidt tot hogere ticketprijzen, verlies van zeggenschap en verdringing van kleinere initiatieven.

  • Festivals die (grotendeels) in handen zijn van private equity (zoals ADE en Milkshake) krijgen geen vergunning of subsidie van de gemeente. Gemeentelijke steun is er voor community-gedreven en lokaal gewortelde festivals.
  • Organisatoren die steun of vergunning aanvragen moeten hun eigendomsstructuur volledig openbaar maken.
  • Kwaku krijgt structurele ondersteuning met meerjarige financiering en voorzieningen vanuit de gemeente.
  • De programmering van ADE Zuidoost wordt structureel gefinancierd, maar via buurtpartijen en makerscollectieven (zoals ZOJazz, Bijlmer Got Talent, Cultureel Zuidoost), níét via stadsmarketingclubs als Zuidoost City.
  • Festivals die nu onder private equity vallen kunnen enkel op steun rekenen als ze aantoonbaar onafhankelijk governance inbouwen: zeggenschap voor community, transparante winstbestemming en garanties dat waarden als inclusiviteit en toegankelijkheid leidend zijn. Halfslachtige toezeggingen zijn niet genoeg.
  • De gemeente reserveert minimaal €250.000 per jaar per stadsdeel voor wijk- en buurtfestivals. In grote stadsdelen als Zuidoost en Nieuw-West wordt dit verdubbeld naar €500.000 per jaar.
  • De verdeling gebeurt via buurtfondsen met Buurtcomités zoals het Mensen Maken Amsterdam die samen met bewoners en makers op laagdrempelige wijze aanvragen beoordelen. Zo blijft het geld publiek verantwoord, maar beslissen buurtplatformen, makers en bewoners wie steun krijgt.
  • Organisaties komen uit het stadsdeel of werken samen met lokale partners.
  • Alle gesubsidieerde festivals hanteren Fair Pay en toegankelijke entreeprijzen.

Nachtleven en veiligheid

Amsterdam kent een rijk nachtleven, maar ook structurele problemen: 40% van bezoekers met een migratieachtergrond ervaart discriminatie, meldpunten krijgen jaarlijks honderden klachten over seksisme en queerfobie, en incidenten met grensoverschrijdend gedrag stapelen zich op. Nachtleven kan pas bloeien als iedereen zich veilig voelt.

  • Clubs krijgen alleen een nachtvergunning met een veiligheids- en inclusiviteitsplan, jaarlijkse update, en deurbeleidstraining voor al het personeel.
  • Minimaal 50% diversiteit in beveiligingsteams; actief beleid tegen uitsluiting aan de deur.
  • We verbeteren de sociale veiligheid in het nachtleven door inzet van Social Safety Groups, naar het voorbeeld van Paradiso. Deze teams volgen bezoekersmeldingen op, trainen personeel en zijn zichtbaar aanwezig tijdens nachten. De gemeente financiert de opzet en jaarlijkse kosten van Social Safety Groups, zodat veiligheid niet afhankelijk is van ticketverkoop.
  • Clubs publiceren jaarlijks incidenten, maatregelen en personeelssamenstelling; gemeente en en stichting Nachtburgemeester Amsterdam (N8BM A’DAM ) voeren mystery checks uit. Wie niet voldoet, verliest zijn vergunning of krijgt een verbod van 3 jaar. Er komt structureel €1 miljoen per jaar voor N8BM A’DAM om trainingen, monitoring en inclusieve programmering te versterken.
  • Er komen nieuwe nachtlocaties in Zuidoost, Noord en Nieuw-West, zodat het nachtleven niet alleen in het centrum geconcentreerd is. Bij gebiedsontwikkeling wordt ruimte voor nachtclubs standaard ingeboekt.

Toegang en betaalbaarheid

Cultuur is van iedereen, maar voor veel Amsterdammers zijn kaartjes, musea of boeken nog steeds te duur of te ver weg. BIJ1 verlaagt de drempels structureel:

  • Amsterdammers met een Stadspas krijgen gratis toegang tot musea en voorstellingen in gemeentelijk gesubsidieerde instellingen. Voor jongeren t/m 18 jaar en studenten geldt een maximumtarief van €5 per ticket.
  • Instellingen die hierdoor inkomsten mislopen, worden gecompenseerd uit een gemeentelijk fonds van €10 miljoen per jaar.
  • We verlagen de eis naar 15–20%, zodat instellingen niet gedwongen worden ticketprijzen kunstmatig hoog te maken.
  • Alle bestaande vestigingen blijven open; BIJ1 wil minimaal 5 buurtfilialen heropenen en extra satellietbibliotheken in Zuidoost en Nieuw-West.
  • Er komt een gemeentelijke huursubsidie van max. 30% voor kleine boekhandels en een jaarlijks fonds van €2 miljoen om hen te ondersteunen met huur, programmering en evenementen.

Recht doen aan het verleden

Amsterdam is gebouwd op koloniale handel en slavernij. Die geschiedenis is vaak verzwegen of gebagatelliseerd. BIJ1 kiest voor erkenning, restitutie en een canon waarin iedereen zich herkent.

  • In 2026 brengt de gemeente alle koloniale objecten in kaart en publiceert dit. In 2030 is alle aangemerkte roofkunst teruggegeven of in proces van teruggave. Instellingen die niet meewerken verliezen subsidie.
  • Het Nationaal Slavernijmuseum op Java-eiland opent rond 2029/30. BIJ1 pleit voor zeggenschap van nazaten in bestuur en curatie, satellietprogramma’s in de wijken (o.a. Zuidoost & Noord) en gratis toegang met Stadspas. Educatieprogramma’s worden verplicht voor alle scholen.
  • Amsterdam realiseert uiterlijk 2028 een Amsterdam Black Arts Archive waar werk van Zwarte makers en makers van kleur wordt verzameld, beheerd en getoond. Dit gebeurt in samenwerking met The Black Archives, Slavernijmuseum en Suriname Museum.
  • Media die gemeentelijke steun krijgen besteden structureel aandacht aan koloniale geschiedenis en slavernij, vanuit het perspectief van nazaten. Minimaal 20% van lokale cultuursubsidies gaat naar makers uit gemarginaliseerde groepen.

Cultureel Zuidoost: van achterstand naar vlaggenschip

Amsterdam Zuidoost telt nu ruim 120.000 inwoners en groeit richting 150.000 in 2030. Toch heeft het stadsdeel de laagste culturele dichtheid van de stad: slechts 0,94 m² cultuur per inwoner (stedelijk gem. 1,21; centrum 3,7). Het heeft één gemeentelijk theater (167 stoelen) en ontvangt slechts 4,2% van het Kunstenplanbudget, terwijl 10% van de Amsterdammers hier woont. Decennia van onderinvestering hebben geleid tot structurele achterstand, braindrain van talent en een gebrek aan voorzieningen dichtbij huis.

BIJ1 maakt van Zuidoost een speerpunt met een investeringspakket van €250–300 miljoen tot 2030 en structureel €10 tot 15 miljoen per jaar extra. Daarmee zetten we een inhaalslag in, zodat Zuidoost in 2030 een volwaardige culturele infrastructuur heeft, vergelijkbaar met steden als Haarlem of Nijmegen.

Dit zijn onze speerpunten voor Zuidoost:

  • BIJ1 investeert stevig in een cultureel rijk en toegankelijk Zuidoost. In 2030 openen we een nieuw Bijlmer Parktheater van circa 6.600 tot 7.000 m², met meerdere zalen, een educatiehub en een publieke ontmoetingsruimte. De bouw start in 2028 en het budget bedraagt €150–200 miljoen.
  • In 2028 realiseren we daarnaast een nieuw poppodium met een capaciteit van 500 tot 1.000 bezoekers, nabij het Bijlmer Parktheater of in het centrumgebied van Zuidoost. Hiervoor reserveren we €20–30 miljoen.
  • OBA Next wordt in 2027–2028 ontwikkeld tot een 8.500 m² grote leer- en maakplek in Kraaiennest, met onder meer een bibliotheek, labs, een brassbandzaal en een buurtpodium. De jaarlijkse exploitatie van €10 miljoen wordt uitgevoerd met lokale partners.
  • Uiterlijk in 2027 openen we een laagdrempelige Culturele Hub Zuidoost, met studio’s voor muziek, dans en media, en een kleine zaal van 100 tot 150 stoelen. De hub richt zich op jongeren van 12 tot 25 jaar en startende makers, en wordt beheerd door een consortium van lokale organisaties. We investeren €5–10 miljoen en stellen €1,5 miljoen per jaar beschikbaar voor exploitatie.
  • Met een noodfonds voor culturele huisvesting reserveren we jaarlijks €4 miljoen om tijdelijke panden in te richten, met voorrang voor organisaties uit Zuidoost.
  • Tot slot verhogen we de SHP-norm voor cultuur in Zuidoost: bij elke gebiedsontwikkeling realiseren we minimaal 0,45 m² cultuur per nieuwe woning, aangevuld met 25% extra om de historische achterstand weg te werken. Alleen in Amstel III en het ArenAPoort-gebied leidt dit tot minimaal 10.000 m² nieuwe cultuurvoorzieningen tot 2030.

Stadbreed: infrastructuur, spreiding en benchmarks

Amsterdam is niet één stad maar een stad van wijken. Toch is de verdeling van cultuurvoorzieningen scheef: Centrum heeft 3,7 m² cultuur per inwoner, Nieuw-West slechts 0,61 en Zuidoost 0,94. Noord (1,0) en Oost (1,5) lopen ook achter. Dat betekent dat Amsterdammers, afhankelijk van hun postcode, een heel andere toegang hebben tot cultuur.

  • In 2030 heeft elk stadsdeel minimaal 1 m² cultuur per inwoner. Zuidoost gaat naar 1,5 en Nieuw-West naar 1,2.
  • Gemeentelijke cultuurbestedingen stijgen naar €150 per inwoner in elk stadsdeel, in lijn met Centrum.
  • Zuidoost (150.000 inw) krijgt een infrastructuur vergelijkbaar met Haarlem of Nijmegen: 2 theaters, 1 poppodium, musea en hubs. Nieuw-West (165.000 inw) krijgt méér dan alleen de Nieuwe Meervaart. Noord (100.000 inw) krijgt naast EYE een volwaardig theater en poppodium.
  • De gemeente reserveert €500 miljoen (2026–2030) voor cultuurbouw en -uitbreiding, waarvan minimaal de helft voor Zuidoost, Noord en Nieuw-West.
  • Elk stadsdeel krijgt een meerjarig cultuurontwikkelingsplan, opgesteld mét bewoners en makers.

Samenhang met welzijn en ruimte in de wijk

Kunst en cultuur zijn geen luxe, maar dragen direct bij aan gezondheid, welzijn en samenhang. BIJ1 ziet cultuur als publieke basisvoorziening, die we slim koppelen aan zorg, sport en groen.

  • Huisartsen en welzijnswerkers verwijzen patiënten naar kunstlessen, muziek of theater als onderdeel van herstel en gezondheid. Gemeente reserveert hiervoor €5 miljoen per jaar.
  • Elke jongere doet jaarlijks mee aan een cultureel programma via school, bibliotheek of buurtinstelling. OBA, Bijlmer Parktheater, Meervaart Studio’s en muziekscholen krijgen structureel budget voor deze samenwerking.
  • Per stadsdeel worden minimaal 5 vaste plekken aangewezen voor wijkcultuur, waaronder parken (Nelson Mandelapark, Sloterplas, Westerpark), buurthuizen en bibliotheken. Deze plekken krijgen een jaarlijks programmeerbudget.
  • Er komt een seniorenpas die gratis toegang geeft tot theaters en musea. Wijkzorgteams werken samen met makers voor creatieve dagbesteding.
  • Accommodaties worden gedeeld. Gymzalen en sporthallen zijn ’s avonds beschikbaar voor dans, rap en theater. In talenthubs worden sport- en cultuurprogramma’s gecombineerd.

Ga terug naar het programma overzicht | Ga door naar Digitale rechten en technologie