Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik op tienjarige leeftijd met mijn drie broers en mijn moeder van Vlissingen naar Amsterdam verhuisde. Rinkelende gele trams door straten. ‘Suri’s’, ‘Anti’s’, ‘Turku’s’, 'Mocro’s', en Hollanders met een plat accent? Een stripboekenwinkel op de Wallen van een Chinees genaamd ‘Henk’! Een skater in een string…?! De overstap naar Amsterdam was heftig, maar al snel had de stad me te pakken.
Amsterdam voelt als een wereld van dorpsformaat: je komt er mensen tegen die op je lijken en mensen die totaal van je verschillen, maar samen moeten we het rooien. In deze stad leerde ik mezelf en mijn talenten kennen. Ik leerde er mezelf accepteren en uiteindelijk mezelf zijn. Als dit arrogant klinkt, zij het zo: Amsterdam is een stad die uniek is in haar soort: een stad van dromen, van ongekende kansen, creativiteit en diversiteit.
Die stad ligt steeds meer onder druk. Ze dreigt onbetaalbaar te worden voor juist de mensen die haar zo uniek maken. Tijdens een bezoek aan mijn middelbare school zei mijn geschiedenisleraar: “Jullie zijn de laatste lichting op een gemengde school”. Dit raakte me. De scheidslijn tussen Amsterdammers wordt steeds harder: tussen witte en niet-witte Amsterdammers, tussen arm en rijk. De kloof groeit en mensen aan de onderkant van de maatschappij keren zich af van beleid en voorzieningen die voor hen worden gemaakt, maar niet mét hen.
Achter het beeld van de stad dat citymarketing ons voorschotelt, schuilt een wereld van uitsluiting en uitbuiting. Ondanks de belofte van dit stadsbestuur om ‘ongelijk te investeren voor gelijke kansen’ is de ongelijkheid toegenomen. Welke kansen je krijgt, hangt af van je postcode.. Voor reizigers uit Zuidoost verdwijnt een van de weinige metrolijnen, zodat reizigers uit Zuid en het centrumgebied, met volop alternatieven, erop vooruitgaan. De groots aangekondigde ‘Masterplannen’ om de verwaarlozing van Noord, Nieuw-West en Zuidoost recht te trekken verzanden in een moeras van bureaucratie en oeverloos overleg.
De afgelopen jaren zijn er woorden gesproken en excuses aangeboden voor het slavernijverleden. Het is een begin maar wij strijden voor een Amsterdam dat werkelijk dekoloniseert. Dat betekent hulp voor de Surinamers die in verborgen armoede leven door een AOW-gat, voor de toeslagenouders in onze stad, en voor bewoners van Noord, Nieuw-West en Zuidoost die door gentrificatie worden weggedrukt. En het betekent dat we de schuldenindustrie stoppen die verdient aan kwetsbare mensen.
Achter elk beleid schuilt een simpele vraag: wie wint, en wie verliest? Want terwijl sommigen gebukt gaan, verdienen anderen grof geld. De vastgoedmaffia en hun onderkoningen, supermarktbazen die nog nooit een vak hebben gevuld, en commerciële zorginstellingen die profiteren van een vastgelopen zorg. BIJ1 heeft als opdracht deze perverse ongelijkheid bloot te leggen én om een alternatief te bieden.
In ons programma presenteren we een radicaal andere visie op onze economie: een eco-socialistische stad waar publieke samenwerking de macht van grote bedrijven vervangt. Waar wonen, zorg en cultuur geen verdienmodellen zijn, maar fundamentele rechten voor elke inwoner. Er is geen enkele reden waarom we niet allemaal een dak boven ons hoofd zouden moeten hebben, een warme maaltijd of warm water.
Onze slogan ‘Voor alle mensen’ is een belofte om de politiek weer dienstbaar, beschermend en hoopvol te maken. Wij kiezen voor een stad waar inclusie de norm is en waar iedereen volwaardig kan deelnemen, ongeacht kleur, herkomst, geloof, gender, beperking of seksuele oriëntatie.
Ben je een student uit Zuidoost die inspreekt in de raad om onveilige en verloederde metrostations te agenderen? Ben je een taxichauffeur uit Nieuw-West die onder moest duiken terwijl je de stad probeerde te beschermen tegen buitenlandse supporters en soldaten? Ben je een alleenstaande moeder met deurwaarders op je dak? Voor alle mensen geldt: jouw strijd is onze strijd. Dit verkiezingsprogramma is ons actieplan om Amsterdammers terug in het centrum van de democratie te plaatsen. Laten we samen bouwen aan een stad die niemand achterlaat.
Tofik Dibi, Lijsttrekker Amsterdam BIJ1