Door: So Roustayar, duo-raads­lid
Marie­ke Herm­sen, frac­tie­me­de­wer­ker A’dam BIJ1

De afge­lo­pen tijd is er nog­al wat te doen geweest om de Wal­len, de seks­wer­kers en de ramen. Veel van deze poli­tie­ke par­tij­en, jour­na­lis­ten en opi­nie­ma­kers spre­ken graag óver seks­wer­kers, maar niet mét seks­wer­kers. Als­of de seks­wer­kers opeens niet meer voor zich­zelf kun­nen pra­ten. Als­of er voor hen beslo­ten is dat ze kwets­baar, hul­pe­loos en “niet meer van deze tijd zijn”. Als­of hun werk per defi­ni­tie objec­ti­ve­rend en anti-femi­nis­tisch is. Er werd zelfs een ver­ge­lij­king gemaakt met de #MeToo bewe­ging, een ver­ge­lij­king die ver­dacht veel lijkt op het gelijk­stel­len van seks­werk met aan­ran­ding of ver­krach­ting. Kort­om: als­of we de afge­lo­pen 50 jaar niet gevoch­ten heb­ben voor het recht op zelf­be­schik­king.

Het neer­zet­ten van seks­wer­kers als hul­pe­loos en onzelf­red­zaam is een kwa­lij­ke zaak en draagt bij aan stigma’s die seks­wer­kers de das omdoen. Juist femi­nis­ten moe­ten zich inzet­ten voor de rech­ten van seks­wer­kers, om ervoor te zor­gen dat seks­wer­kers hun werk zo goed en vei­lig moge­lijk kun­nen doen. Om ervoor te zor­gen dat seks­wer­kers zelf een ‘seat at the table’ krij­gen als het om beleid gaat dat hen treft. Pre­cies om die reden heb­ben wij een motie inge­diend om te eisen dat belan­gen­ver­e­ni­ging Proud struc­tu­reel betrok­ken wordt wan­neer het om seks­werk­be­leid gaat.

Legaliseren, decriminaliseren en destigmatisering

Voor­dat we ver­der gaan: het is heel belang­rijk om een onder­scheid te maken tus­sen seks­werk en men­sen­han­del. Wij spre­ken ons hard uit tegen men­sen­han­del en exploi­ta­tie van men­sen in de seks­in­du­strie, zoals in elke ande­re bran­che. Maar wij den­ken dat men­sen­han­del op geen enke­le manier tegen­ge­gaan kan wor­den door ramen te slui­ten. Inte­gen­deel, seks­wer­kers heb­ben nu juist vaak een goe­de toe­gang tot de poli­tie, tot rechts­bij­stand en ande­re mid­de­len die slacht­of­fers van men­sen­han­del kun­nen hel­pen. Met het slui­ten van de ramen, ont­ne­men we seks­wer­kers het recht op zelf­be­schik­king en zelf­red­zaam­heid.

In Neder­land is seks­werk gele­ga­li­seerd, maar wie de regels van de Alge­me­ne Plaat­se­lij­ke Ver­or­de­ning  (APV) kent, weet dat we enor­me kaders en muren heb­ben gebouwd om seks­werk bij­na onmo­ge­lijk te maken. Als seks­wer­ker moet je via een ver­gun­ning wer­ken, als zelf­stan­di­ge of bij een exploi­tant. In Amster­dam wor­den er geen ver­gun­nin­gen gege­ven, maar wor­den ramen gedoogd. Hier­mee wordt er onder­scheid gemaakt tus­sen ver­gund en onver­gund seks­werk en het laat­ste word gecri­mi­na­li­seerd, omdat deze sek­wer­kers zoge­naamd bui­ten de wet wer­ken. Ondanks lega­li­sa­tie van seks­werk wor­den seks­wer­kers dus nog steeds gecri­mi­na­li­seerd en gestig­ma­ti­seerd. BIJ1 pleit daar­om voor het afschaf­fen van het ver­gun­ning­stel­sel, want hier­mee voor­ko­men we onno­di­ge con­tro­les en regi­stra­tie van seks­wer­kers en waar­bor­gen we juist de vei­lig­heid van seks­wer­kers. Boven­dien voor­ko­men we slacht­of­fers in de men­sen­han­del, omdat seks­wer­kers zo als zelf­stan­di­ge kun­nen wer­ken en hun eigen werk­om­stan­dig­he­den kun­nen kie­zen, zoals elke ande­re ZZP-er.

Klandizie en toerisme

De seks­wer­kers op de Wal­len zijn blij met de toe­ris­ten. Een groot deel van hun klan­di­zie bestaat name­lijk uit toe­ris­ten. Dit neemt natuur­lijk niet weg dat er een vrij onhoud­ba­re situ­a­tie is ont­staan op de Wal­len door de gro­te hoe­veel­heid dron­ken toe­ris­ten. Ech­ter zijn er ook gebie­den op de Wal­len, zoals het Sint Annen­kwar­tier, waar de seks­wer­kers en bewo­ners geen over­last heb­ben.

Op de groot­ste en meest popu­lai­re stra­ten (zoals op de Ach­ter­burg­wal) op de Wal­len zijn enorm veel café’s en bars. Veel van de ter­ras­sen wor­den vlak naast of voor ramen geplaatst, wat leidt tot ver­ve­len­de situ­a­ties voor de seks­wer­kers. Ter­ras-bezoe­kers die naar ze sta­ren, ze uit­la­chen, foto’s maken, en klan­ten bela­che­lijk maken die naar bin­nen wil­len gaan. Het over­ma­tig gebruik van alco­hol en drugs maakt de situ­a­tie onhoud­baar voor zowel seks­wer­kers als bewo­ners. De kern van het pro­bleem zijn niet de ramen, maar het toe­ris­me, het hore­ca- en ter­ras­be­leid, waar­door de druk­te en over­last in de bin­nen­stad uit de hand zijn gelo­pen.

Geluk­kig komt de Gemeen­te Amster­dam ein­de­lijk met nieu­we maat­re­ge­len in de bin­nen­stad, waar­bij dit har­der aan­ge­pakt zal wor­den. Het blijkt ook nu al dat in rus­ti­ge­re gebie­den, zoals het Sint Annen­kwar­tier, veel min­der over­last is omdat er geen hor­des dron­ken toe­ris­ten rond­zwer­ven. De druk­te in de bin­nen­stad had voor­ko­men kun­nen wor­den door geen mono­cul­tuur op de Wal­len te laten ont­staan, waar­bij 112 ramen zijn ver­dwe­nen en er nutel­la-shops en kroe­gen voor terug zijn geko­men; winst­be­jag van het neo­li­be­ra­lis­me. De nieu­we mono­cul­tuur met dank aan Asscher van de PvdA heeft voor deze situ­a­tie gezorgd, waar seks­wer­kers en ramen nu de schuld van krij­gen.

Sekswerker zelf aan het woord

Wij zaten om tafel met een Roe­meen­se seks­wer­ker die in het Sint Annen­kwar­tier ach­ter het raam werkt. Ze wil graag ano­niem blij­ven. Zij is zelf­stan­dig, juist door haar werk, omdat zij haar eigen uren en tarie­ven kan bepa­len, en eco­no­misch zelf­red­zaam is. Daar­naast heeft zij een groot soci­aal net­werk met de ande­re raam-seks­wer­kers, en onder­steu­nen zij elkaar dage­lijks. Zij werkt voor exploi­tan­ten die het bes­te met hun dames voor heb­ben; zij cre­ë­ren fij­ne en vei­li­ge werk­om­stan­dig­he­den in het huis. Deze seks­wer­ker werkt het liefst waar ze nu werkt. Aan de grach­ten heeft ze het gepro­beerd, maar daar erger­de ze zich teveel aan de dron­ken bezoe­kers. Weder­om een voor­beeld van waar het wer­ke­lij­ke pro­bleem ligt: niet bij de ramen, maar bij de hore­ca rond­om deze ramen.

De seks­wer­ker met wie wij spra­ken stoort zich het aller­meest aan alle men­sen die haar wil­len weg­zet­ten als hul­pe­loos, onzelf­red­zaam en slacht­of­fer. Met name omdat ze niet-Neder­lands is, maar uit Oost-Euro­pa komt. Dit neigt naar racis­me, waar­bij Oost-Euro­pe­se vrou­wen als niet mon­dig en dus als kwets­baar wor­den weg­ge­zet. Dat ken­nis van de taal als argu­ment wordt gebruikt om haar en ande­re seks­wer­kers weg te zet­ten als slacht­of­fers is hypo­criet: zo wordt er name­lijk nooit gespro­ken over de dui­zen­den expats die in Amster­dam wonen. Veel van de seks­wer­kers spre­ken niet alleen hun moe­der­taal én vloei­end Engels, maar ook nog ande­re talen, en kun­nen zich pri­ma red­den in Amster­dam.

Deze seks­wer­ker en vele collega’s van haar wil­len hun werk vei­lig kun­nen blij­ven doen, ach­ter de ramen op de Wal­len. Uit het onder­zoek ‘Seks­werk en geweld’ door Proud en SOA-Aids is name­lijk ook geble­ken dat wer­ken ach­ter de ramen vei­lig is voor een seks­wer­ker. De seks­wer­kers op de Wal­len zeg­gen al jaren wat zij het lief­ste wil­len: vei­lig wer­ken, en daar­bij gesteund wor­den door hand­ha­ving, poli­tie, de gemeen­te en de Amster­dam­se bur­gers. Ze zijn niet hul­pe­loos, kwets­baar en hoe­ven niet gered te wor­den. Zoals zij ook dui­de­lijk stel­len: Laten we de druk­te van de bin­nen­stad en men­sen­han­del niet in de schoe­nen van seks­wer­kers en ramen schui­ven. Zorg voor vol­le­di­ge lega­li­sa­tie en decri­mi­na­li­sa­tie, hier­mee voor­ko­men we slacht­of­fers in de men­sen­han­del en waar­bor­gen we de zelf­be­schik­king van seks­wer­kers. Seks­wer­kers weten name­lijk zelf het bes­te wat ze wil­len en hoe we de pro­ble­ma­tiek op de Wal­len kun­nen aan­pak­ken. Laten we dan ein­de­lijk naar ze gaan luis­te­ren.