Op 22 augus­tus kon­dig­de bur­ge­mees­ter Hal­se­ma in een brief haar nieu­we anti-radi­ca­li­se­rings­be­leid aan. Ze ver­tel­de onder ande­re ondanks weten­schap­pe­lijk advies in opdracht van de gemeen­te niet lan­ger te wil­len samen­wer­ken met sala­fis­ti­sche orga­ni­sa­ties. Ook had de brief een one­ven­re­di­ge focus op jiha­dis­tisch extre­mis­me, ten opzich­te van ande­re vor­men van radi­ca­li­se­ring. Op don­der­dag 6 sep­tem­ber besprak de gemeen­te­raad de brief in de com­mis­sie Alge­me­ne Zaken. Op woens­dag 19 sep­tem­ber staat de brief op de agen­da van de regu­lie­re gemeen­te­raad. Dit is de bij­dra­ge van BIJ1 op 6 sep­tem­ber.

De brief waar­in bur­ge­mees­ter Hal­se­ma de con­tou­ren schetst van haar visie op anti-radi­ca­li­se­ring roept bij Amster­dam BIJ1 veel vra­gen op.

Zo zijn we benieuwd naar de aan­lei­ding van deze koers­wij­zi­ging die leidt tot het “her­ij­ken” van het sleu­tel­fi­gu­ren­net­werk, het bor­gen van belang­rij­ke ken­nis en moge­lij­ke inper­kin­gen van bur­ger­lij­ke vrij­he­den.

We kun­nen die niet alle­maal hier stel­len en zul­len na dit debat dan ook schrif­te­lij­ke vra­gen indie­nen.

Het is goed dat de bur­ge­mees­ter het ver­schil benoemt tus­sen pola­ri­sa­tie en extre­mis­me. De vol­gen­de stap is dat we ook niet lan­ger radi­ca­li­se­ring en jiha­dis­me gelijk­stel­len. Ook in deze brief zien we helaas een one­ven­re­di­ge aan­dacht voor jiha­dis­ti­sche radi­ca­li­se­ring. We roe­pen de bur­ge­mees­ter op die onba­lans in de uit­ge­werk­te noti­tie te her­stel­len.

Als je het dan over jiha­dis­tisch extre­mis­me hebt valt het ons op dat de bre­de­re con­text wel erg wei­nig aan­dacht krijgt. Die­pe­re oor­za­ken van jiha­dis­tis­hc extre­mis­me en het kli­maat waar­in dit ont­staat, zoals Wes­ter­se deel­na­me aan impe­ra­lis­ti­sche oor­lo­gen, neo­ko­lo­ni­aal han­dels­be­leid en een maat­schap­pe­lijk kli­maat waar­in dis­cri­mi­na­tie en uit­slui­ting steeds nor­ma­ler lij­ken te wor­den blij­ven hier­door onder­be­licht. Dit brengt mij bij ons der­de punt, de ver­ant­woor­de­lijk­heid die wij als stad kun­nen nemen.

Die ver­ant­woor­de­lijk­heid dwingt ons het gesprek aan te gaan met hen waar­mee we de ver­ant­woor­de­lijk­heid delen, juist als we het fun­da­men­teel oneens zijn. Zoals Van Aart­s­en zei ‘We hoe­ven niet naar con­sen­sus te stre­ven, het is gewoon een prag­ma­ti­sche bena­de­ring.’ Het is uit­ste­kend dat de bur­ge­mees­ter een soli­de weten­schap­pe­lijk net­werk gaat opbou­wen. Dat zij eerst het advies van de belang­rijk­ste Neder­land­se weten­schap­per op dit gebied zon­der onder­bou­wing en debat met de raad in de wind slaat riekt naar poli­tie­ke pro­fi­le­rings­drang.

We hopen dat de bur­ge­mees­ter onze zor­gen in haar ant­woor­den en het nieu­we beleid weg­neemt.