Samen met de stich­ting Sin­gle Super Moms heeft Amster­dam BIJ1 de afge­lo­pen maan­den gewerkt aan het ver­ster­ken van de posi­tie van alleen­staan­de ouders. Op 13 maart is onze motie om een spe­ci­aal loket te ope­nen voor de pro­ble­men waar deze men­sen tegen­aan­lo­pen aan­ge­no­men door de gemeen­te­raad van Amster­dam. Lees hier onze bij­dra­ge.

In april 1992 werd ik moe­der van mijn eer­ste kind. Ik was 21 jaar jong, zon­der afge­ron­de oplei­ding, vast inko­men en net­werk. Als geen ander weet ik wel­ke uit­da­gin­gen alleen­staan­de ouders moe­ten over­win­nen om vol­waar­dig mee te kun­nen doen in een samen­le­ving die geen reke­ning houdt met de spe­ci­fie­ke uit­da­gin­gen van het sin­gle ouder­schap. Zaken als werk, inko­men, kin­der­op­vang, en huis­ves­ting zijn voor elk gezin een uit­da­ging, maar voor alleen­staan­de ouders kun­nen het sim­pel­weg enor­me obsta­kels zijn. Zeker als er bij­ko­men­de pro­ble­ma­tiek is van bij­voor­beeld taal­ach­ter­stand, arbeids­dis­cri­mi­na­tie of zelfs hui­se­lijk (fysiek, emo­ti­o­neel en psy­chisch) geweld.

77% van de een­ou­der­ge­zin­nen in Neder­land leeft op of onder de armoe­de­grens, en 1 op de 4 men­sen in de bij­stand is een alleen­staan­de ouder. Hier­door heb­ben éénou­der­ge­zin­nen de groot­ste kans op armoe­de in Neder­land. Het is voor alleen­staan­de ouders vaak moei­lijk uit de armoe­des­pi­raal te komen door soci­a­le iso­la­tie, dure en beperk­te kin­der­op­vang en chro­nisch tijd­ge­brek. Daar­om steunt BIJ1 deze groep Amster­dam­mers, door wet­hou­der Moor­man te ver­zoe­ken een onder­zoek te doen naar de spe­ci­fie­ke pro­ble­men van alleen­staan­de ouders. Ook vra­gen wij haar te onder­zoe­ken hoe de gemeen­te Amster­dam deze ouders, (meest­al) moe­ders kan hel­pen zich eco­no­misch te ont­wik­ke­len en hun soci­a­le mobi­li­teit te ver­gro­ten, bij­voor­beeld door mid­del van een 1-ouder­punt waar­in soci­a­le, psy­cho­lo­gi­sche en eco­no­mi­sche onder­steu­ning samen komen. Want het alleen­staan­de ouder­schap mag zowel voor ouders als hun kin­de­ren geen rem bete­ke­nen op een vol­waar­di­ge deel­na­me aan de samen­le­ving.