Artikel 1 van de Nederlandse grondwet luidt

“Iedereen die zich in Nederland bevindt, wordt in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

BIJ1 — dat eens begon als Artikel 1, wordt nog steeds in de eerste plaats geïnspireerd door artikel 1 van de Nederlandse Grondwet. Twee pijlers staan voor ons onder het partijprogramma: radicale gelijkwaardigheid en economische rechtvaardigheid. Dit is onveranderd sinds onze partij tot leven kwam.

Dit verkiezingsprogramma is tot stand gekomen door intensieve samenwerking tussen de mensen die zelf het meest te maken hebben met onrechtvaardige ongelijkheid — de ervaringsdeskundigen. Mensen met een beperking, sekswerkers, transmensen, vluchtelingen en hun actiegroepen en organisaties, mensen van veel verschillende achtergronden en leeftijden.

Een aantal onderwerpen als wonen en werk zijn in dit programma erg beknopt weergegeven. Dat is niet omdat we die niet belangrijk vinden, maar omdat we ervan uitgaan dat we samen zullen werken met de partijen — zie het linkse pact in Amsterdam — die juist op die thema’s uitvoeriger op de zaken ingaan. We profileren ons op zaken die andere partijen nog te veel hebben laten liggen, en werken samen waar dat kan.

1

Iedereen gelijkwaardig

Amsterdam herbergt 180 verschillende nationaliteiten. De helft van de Amsterdamse bevolking heeft niet-westerse wortels.

Dankzij de handelsgeest van de Amsterdammers — of noem het maar imperialisme- zijn in onze hoofdstad volop sporen te vinden van slavernij en koloniale uitbuiting. Daar is een deel van de rijkdom van de grachtengordel op gebouwd, en vele nazaten van tot slaaf gemaakten hebben zich na de officiële afschaffing van het kolonialisme in onze stad gevestigd. Amsterdam is bovendien een stad die altijd vluchtelingen en migranten heeft opgenomen. En dankzij de bedrijven die ‘gastarbeiders’ importeerden, hebben we in de stad ook veel mensen met een islamitische migrantenachtergrond, en is de islam een van de zichtbare godsdiensten geworden.

In een kleurrijke stad als Amsterdam hoort iedereen zich veilig te voelen om zichzelf te zijn en naar vol vermogen te participeren. Dat houdt in dat we nog veel moeten doen aan het bestrijden van uitsluiting en discriminatie.

Jongeren met een niet-witte huidskleur, een ‘vreemde’ naam, of de ‘verkeerde’ postcode hebben evenveel recht op werk en stages als hun vrienden zonder deze obstakels. De toename van haat en agressie tegen ‘zichtbare’ moslims en joden is onacceptabel, en hoort als probleem aangepakt worden door de gehele stad.

Uit onderzoek blijkt dat bijna 40% van de controle op mensen met een niet-etnisch Hollands uiterlijk niet objectief te rechtvaardigen was.

Willen overheid en politie het vertrouwen terug winnen bij niet-witte minderheden, dan zal alles op alles gezet moeten worden om te laten zien dat er niet met twee maten wordt gemeten, en zal excessief politiegeweld tegen gekleurde burgers moeten worden voorkomen. Neutraliteit zit hem in onpartijdig handelen en zichtbare inclusiviteit — waardoor iedereen zich door de politie gezien, gehoord en beschermd weet.

  • Wij verhinderen dat politie wordt bemand door mensen met verregaand anti-rechtsstatelijke meningen, in de eerste plaats door handhaving van bestaande regels aangaande discriminerende uitingen.
  • Overheidsdienaren die discrimineren krijgen een waarschuwing en worden na een tweede overtreding ontslagen.
  • Etnisch profileren wordt onacceptabel. Er komt actief beleid middels o.a. voorlichting en registratie middels stopformulieren.
  • Alle gemeentelijke instanties, ook de politie zijn in 2022 een weerspiegeling van de etnische diversiteit van de bevolking. Er komen quota voor gemarginaliseerde groepen als bewindspersonen en overheidspersoneel. De overheid stelt bij al haar diensten diversiteitsmanagers aan, die o.a. toezien op strenger optreden tegen discriminatie en racisme en seksisme.
  • Bedrijven die zich schuldig maken aan arbeidsdiscriminatie krijgen een waarschuwing. Ze komen op een zwarte lijst. De gemeente zal niet (langer) met hen samenwerken.
  • Het dragen van kleding die uiting geeft aan een geloofsovertuiging is toegestaan mits de kleding het dragen van een uniform, en fysieke uitvoering van taken niet verhindert.
  • Er wordt toezicht gehouden op de veiligheid van religieuze instellingen als moskeeën net als op synagogen. Waar nodig krijgen ook bijzondere scholen extra bescherming.
  • Op scholen komt meer aandacht voor de diverse achtergronden van de leerlingen, en wordt de koloniale geschiedenis en de geschiedenis van migratie meegenomen in het lespakket — waarbij de medewerking wordt gezocht van de organisaties als Black Heritage, The Black Archives, Black Achievement Month, NiNsee, en ook migrantenorganisaties als Emcemo.
  • Niet alleen ondersteunen we de oprichting van een Amsterdams Slavernijmuseum, ook pleiten we voor een Migratiemuseum, waarin de geschiedenis wordt vastgelegd van onze ‘gastarbeiders’. De leiding van deze projecten hoort in handen te zijn van betrokkenen.
  • Er komt meer aandacht en ondersteuning voor het behoud van de waarde van de subculturen en de etnische culturen. Initiatieven en organisaties als de Black Archives, Black Achievement Month, NiNsee, en ook migrantenorganisaties als Emcemo worden actief ondersteund.
  • Amsterdam gaat zich hard maken om Keti Koti, de herdenking van de afschaffing van de slavernij op 1 juli wordt een nationale feestdag te maken
  • Nu raciale karikatuur Zwarte Piet al afgeschaft bij de stadfestiviteiten, wil Amsterdam BIJ1 de racistische karikatuur uit de openbare ruimte verwijderen, zodat kinderen op kunnen groeien in een racismevrije omgeving. Hiertoe neemt gemeente Amsterdam actief initiatief jegens ondernemers en burgers en ondersteunt zij organisaties als St. Nederland Wordt Beter in het ontwikkelen en uitrollen van lespakketten, voorlichtingsavonden en debatten.
  • In Amsterdam wordt het complete verhaal verteld over ons koloniale verleden, inclusief de daarbij horende monumenten.
  • Er wordt actief dekoloniaal beleid ingevoerd om straatnamen en monumenten met de namen van historische schurken te verwijderen en/of in context te plaatsen. Bij nieuwe straten wordt ook gedacht aan de namen van belangrijke islamitische geleerden en bronnen van inspiratie.
  • De gemeente zal zich actiever in moeten zetten tegen discriminatie in het uitgaansleven, zowel tussen burgers onderling als door management van de etablissementen.
2

Migranten en vluchtelingen gelijkwaardig

In Nederland wordt in toenemende mate over vluchtelingen gesproken alsof zij een probleem voor ons vormen terwijl het hier om mensen gaat die als gevolg van grote problemen noodgedwongen op de vlucht zijn geslagen.

Als stad horen we een genereus beleid te voeren ten aanzien van mensen die moeten vluchten, ongeacht of dat is vanwege armoede, klimaatrampen, vervolging of oorlog. Geen mens is illegaal! We moeten ervoor zorgen dat de gevestigde bevolking en vluchtelingen niet tegen elkaar uitgespeeld worden. Dat betekent dat er voor alle bevolkingsgroepen passende woningen moeten zijn zodat vluchtelingen niet de schuld kunnen krijgen van de wachtlijsten op de sociale woningen. Er moet voldoende begeleiding zijn voor mensen die zich hier vestigen, de procedure mag niet mensonterend lang duren. Kinderen die hier geboren zijn en vaak volledig geworteld, mogen niet meer worden teruggestuurd naar het land waar hun ouders vandaan kwamen. Hun ouders moeten ten alle tijde toegestaan zijn in hetzelfde land te wonen.

  • Er hoort een genereuze regeling te zijn voor gezinshereniging. En we horen aan vluchtelingen en migranten geen hogere eisen te stellen dan we doen aan overige Nederlanders.
  • De privatisering van de inburgeringscursus — in Amsterdam alleen al zijn er 140 taalscholen, waarvan een deel totaal ongeschikt — moet worden teruggedraaid. Wanneer we vluchtelingen en statushouders niet als tweederangsburgers behandelen, kunnen ze ook volwaardig participeren. Pas als ongedocumenteerde asielzoekers een vorm van rust en begeleiding ervaren, kunnen ze bewust over hun toekomst nadenken. In de overleefstand waar ze nu vaak in verkeren, is het leven bij de dag, waardoor ze in de fuik van uitzichtloosheid blijven hangen.
  • De Bed, Bad & Brood-regeling is niet voldoende voor afgewezen asielzoekers : mensen horen niet overdag de straat opgejaagd te worden, al helemaal niet omdat ze vaak niet voldoende geld hebben voor een kop koffie of het gebruik van een toilet.
  • Er kunnen, dankzij voldoende leegstand in Amsterdam, doorgangshuizen gebouwd worden om hen onderdak te bieden, in kleine eenheden, met meer zelfbeschikking dan nu mogelijk is.
  • Naast Bed, Bad en Brood pleiten wij voor een vierde B, die van Begeleiding.
  • Ook gaat Amsterdam zoeken naar wegen om ongedocumenteerde vluchtelingen aan werk te helpen.
  • Statushouders die recht hebben op bijstand kunnen dat ontvangen zoals andere burgers, niet in natura, maar gewoon op hun bankrekening.
  • Inburgering en het verkrijgen van een verblijfsstatus moeten van elkaar worden losgekoppeld. We maken inburgering verplicht op dezelfde wijze als de leerplicht.
  • De gemeente garandeert de kwaliteit van de instanties die taallessen aanbieden aan inburgeraars. Inburgering hoort goedkoop, kwalitatief goed en laagdrempelig te zijn. Er wordt rekening gehouden met grote niveauverschillen tussen vluchtelingen. Vluchtelingen die niet hebben leren lezen en schrijven krijgen eerst de tijd dat te leren in hun eigen taal.
  • We verzetten ons ertegen dat ‘succesvolle’ vluchtelingen meer voordelen krijgen dan vluchtelingen met een achterstand.
  • De tweede en derde generatie na migratie worden voortaan gewoon gezien als Nederlanders, ook binnen de gemeentelijke organisaties, en niet langer als gast of als migranten.
  • Amsterdam dringt bij Den Haag aan op een ruimhartig kinderpardon en weigert medewerking aan het huidige kinderuitzettingsbeleid.
  • Ook AZC’s en andere vluchtelingenopvang moet aan de ITS standaard voor toegankelijkheid voldoen. Vluchtelingen met een beperking, met of zonder status, hebben recht op passende zorg.
  • Amsterdam gaat zich bij het huidige kabinet actief inzetten tegen de restrictieve behandeling van vluchtelingen en het in stand houden van Fort Europa.
3

Transgenders en transmensen geljikwaardig

Langzamerhand komt er meer erkenning voor de mensen die niet vanzelfsprekend passen in de hokjes man of vrouw.

Bij transgenders gaat het om mensen die zich niet thuis voelen in het geslacht dat ze bij hun geboorte toegewezen hebben gekregen. Een deel van hen wil operatieve en/of hormonale behandeling om hun lichaam aan te passen van vrouwelijk naar mannelijk of omgekeerd. Voor een ander deel volstaat het aanpassen van de genderexpressie, zij passen alleen hun kleding en/of hun uiterlijk aan. Een derde groep wil noch als man, noch als vrouw geregistreerd staan, zij identificeren zich als non-binair of genderfluïde. Voor al deze groepen geldt dat de geslachtsaanduiding op hun identiteitspapieren regelmatig tot problemen leidt. In het dagelijkse leven worden ze vaak niet geaccepteerd zoals ze zijn. Transmensen en mensen met een intersekse-conditie vinden we in alle etniciteiten, religies en nationaliteiten, en soms maakt de achtergrond het nog extra moeilijk om geaccepteerd te worden. Transmensen en mensen met een intersekse-conditie hebben net als iedereen recht op bescherming tegen geweld en tegen discriminatie, en recht op passende zorg.

Bij intersekse is er sprake van een kind dat geboren wordt met kenmerken van beide seksen: chromosomen, hormonen en lichaamskenmerken wijzen niet eenduidig op één sekse. Te vaak wordt bij intersekse kinderen na de geboorte besloten om te opereren om de gender van het kind ‘passend’ te maken, in plaats van af te wachten tot het kind oud genoeg is om zelf te kunnen kiezen.

Ieder mens heeft recht op zelfbeschikking in hoe zij zich willen identificeren, en dus op een snelle, toegankelijke en transparante gendertoekenning. Nu is er nog een deskundigenverklaring vereist voor transmensen die hun gender in hun geboorteakte willen wijzigen. Ook is de minimale leeftijd 16 jaar. Beide obstakels moeten afgeschaft worden. Ook erkent BIJ1dat de keuze tussen man en vrouw niet volstaat voor niet-binaire mensen. Waar dat niet nodig is dient de geslachtsregistratie afgeschaft te worden, en als overgangsmaatregel dient naast de registratie als M of V ook de mogelijkheid aangeboden te worden om een X in te vullen.

Transmensen hebben recht op zorg op maat in de tijd dat ze hun lichaam aan passen naar hun beleving en identiteit. BIJ1steunt het principe van goed geïnformeerde zorg en begeleiding bij die transitie, maar de keuze om deze zorg te krijgen moet onvoorwaardelijk bij transmensen zelf liggen. Bij gebrek aan medische noodzaak hebben artsen geen recht om medicijnen (hormonen) of behandelingen als voorwaarde te stellen voor gewenste chirurgische ingrepen. Hierbij horen ook:

  • kortere wachttijden voor de behandeling
  • vrije keuze in de begeleider bij het transitieproces
  • meer zorglocaties
  • medische ingrepen die voor transmensen nodig zijn dienen volledig te worden vergoed. Meer proactieve initiatieven zijn noodzakelijk voor betere kansen op de arbeids- en woningmarkt, met focus op biculturele en vluchtelingen transmensen. Initiatieven om transmensen te helpen op de arbeidsmarkt bestaan al, maar in de praktijk weten vooral witte mensen hier van te profiteren. Specifieke focus op biculturele en vluchtelingen LHBTQI+’ers is daarom belangrijk.
  • Amsterdam dient als gemeente de zelforganisatie van transmensen in de stad te bevorderen en financieel te ondersteunen. Zelforganisatie met name van transmensen van kleur of religieuze achtergrond is essentieel. Ook activiteiten tegen transfobie horen net als de acties tegen racisme en seksisme te worden ondersteund.
  • Politiemensen, docenten, gemeenteambtenaren en zorgwerkers missen vaak de essentiële kennis over transgenderisme en moeten hier voorlichting over kunnen krijgen. Deze voorlichting moet gegeven worden door de mensen die het beste weten waar ze het over hebben: de ervaringsdeskundigen, die als consulten erkend en passend betaald horen te worden.
  • BIJ1 pleit voor meer genderneutrale toiletten naast mannen- en vrouwentoiletten in alle openbare en publieke ruimtes. Ook moet het transmensen worden toegestaan gebruik te maken van een toilet naar keuze.
  • Mensen die geboren zijn met intersekseconditie hebben het recht op zelfbeschikking. Artsen en ouders mogen hen dit recht niet ontnemen door een beslissing te nemen over het gender van het kind. Dit houdt ook in dat kinderen met intersekseconditie niet geopereerd mogen worden aan hun geslachtskenmerken.
  • Elk jaar op 20 november, Transgender Day of Remembrance worden bij het Homomonument alle transgenders herdacht die dat jaar door geweld om het leven zijn gebracht. Daarbij wordt aandacht geschonken aan transfobie, (seksueel) geweld en uitsluiting. BIJ1 verwacht hierbij een actieve deelname van de gemeente.
4

Rechtvaardige zorg

Het zijn niet alleen ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen of mensen met een chronische ziekte die afhankelijk zijn van de zorg. In feite zijn we allemaal potentieel kwetsbaar, en moeten we kunnen rekenen op de zorg die niet alleen onze naasten maar de samenleving als geheel ons biedt.

Het is een kwestie van beschaving dat mensen die om welke reden dan ook niet in eigen levensonderhoud kunnen voorzien en onze zorg nodig hebben die krijgen, zonder dat ze worden uitgesloten, bestraffend worden behandeld, of weggezet worden als ‘kostenpost’. Dat geldt ook voor migranten en vluchtelingen die hier opnieuw moeten beginnen. De nadruk op ‘autonomie’ en ‘zelfredzaamheid’ in onze westerse samenleving mag niet misbruikt worden voor de stigmatisering van mensen die niet aan dat ideaal kunnen voldoen.

Sinds de invoering van de WMO zijn de gemeenten verantwoordelijk voor een groot deel van de uitvoering van de zorg. Het voordeel van een lokaal beleid is dat de zorg dichterbij de mensen komt, het nadeel is dat mensen nu afhankelijk zijn van de plaatselijke politiek, en er grote ongelijkheid op kan treden of iemand in een bepaalde gemeente wel of niet in aanmerking komt voor een rolstoel of extra hulp.

Een tweede groot probleem is de enorme toename van de bureaucratie. Zo is het onacceptabel als wijkverpleging de helft van de beschikbare tijd bezig is met het invullen van formulieren.

Een derde groot probleem zijn de sluipenderwijs gestegen kosten van de zorg voor de klanten, waardoor mensen met een kleine beurs af moeten zien van tandartsen of fysiotherapeuten, of hun hun premies niet meer kunnen betalen.

Een vierde groot probleem is de marktwerking in de zorg, waardoor voor de grote zorgbedrijven winst belangrijker wordt dan de noden van de mensen die zorg behoeven. De marktwerking vergroot de toch al bestaande ongelijkheid.

Een vijfde probleem zijn de bezuinigingen in de zorg — de overheid bezuinigde in de afgelopen vier jaar tien miljard euro — die vooral ten koste gingen van de werkgelegenheid.

Een zesde probleem zijn de verschillende wetten waar zorgbehoeftigen onder vallen, WMO, ZVW en WLZ die niet op elkaar aansluiten, zodat met name ouderen die op de wachtlijst komen voor een verpleeghuis te weinig zorg krijgen.

De bijkomende bureaucratie, zowel voor de gebruikers van zorg als voor de uitvoerders, moet drastisch worden verminderd. De aanvraag van WMO voorzieningen moet simpeler, de indicatiestelling overzichtelijker.

Alleen wie 24 uur per dag zorg nodig heeft nog recht op een plaats in een verzorgingstehuis. Tegelijk is er zwaar bezuinigd op de zorg aan huis. Een deel van de ouderen krijgt niet de zorg die zij nodig hebben, met name is door het lager geschoolde personeel te weinig sprake van een signaleringsfunctie. De consequentie is dat te veel ouderen bij de eerstehulpzorg van ziekenhuizen terecht komt, en dure ziekenhuisbedden in beslag nemen omdat ze niet kunnen worden opgenomen en niet meer naar huis kunnen. Ook worden er ouderen pas opgenomen wanneer ze verwaarloosd en ondervoed zijn, door een te weinig aan toezicht.

  • Zorgverleners aan huis moeten beter opgeleid worden, en er moet meer onderlinge afstemming plaats vinden.
  • De eigen bijdrage in de WMO wordt afgeschaft.
  • De marktwerking in de zorg moet worden afgebouwd.
  • Daartoe moet er in de stad iets drastisch verbeteren in de aanbesteding van de zorg aan huis, met name de huishoudelijke hulp. We zijn een warm voorstander van een Stedelijke Thuiszorgorganisatie, waarbij gelet kan worden op kwaliteit, en er geen geld onnodig verdwijnt in de topsalarissen van de zorggiganten, en ook kleine firma’s een kans krijgen.
  • Er moet meer aandacht komen voor de jeugdzorg. Sinds de jeugdzorg een taak is geworden van de gemeentes is het budget voor jeugdzorg te laag. Er zijn meer kinderen in de gesloten jeugdzorg terecht gekomen, en de meeste instellingen kampen met personeelstekort.
  • We stimuleren wijkgerichte en groepsgerichte initiatieven waarbij burgers instaan voor elkaars veiligheid, waarbij buurtgenoten zich inzetten voor de moskeeën en synagogen. De gemeente dient hierin een faciliterende rol te spelen.
  • Wijkagenten moeten zichtbaar zijn en benaderbaar. Representativiteit, door middel van een divers politiekorps, is hierbij zeer belangrijk.
  • De lokale overheden en de politie dienen het recht op vreedzaam protest en demonstratie te beschermen in plaats van in te perken. Onrust of tegenreacties mogen geen aanleiding zijn voor een demonstratieverbod.
  • Voor alle vormen van discriminatie, van aanranding tot discriminatie op het werk, hoort een laagdrempelige en anonieme melding mogelijk te zijn, bij een van de politie onafhankelijk bureau zoals Meldpunt Discriminatie.
5

Veilig

Amsterdam hoort een stad te zijn waar iedereen zichzelf mag zijn en iedereen veilig is, vrouwen, mensen van kleur, transmensen, homo’s, moslima’s met hoofddoek en joden met een keppeltje.
  • We stimuleren wijkgerichte en groepsgerichte initiatieven waarbij burgers instaan voor elkaars veiligheid, waarbij buurtgenoten zich inzetten voor de moskeeën en synagogen. De gemeente dient hierin een faciliterende rol te spelen.
  • Wijkagenten moeten zichtbaar zijn en benaderbaar. Representativiteit, door middel van een divers politiekorps, is hierbij zeer belangrijk.
  • De lokale overheden en de politie dienen het recht op vreedzaam protest en demonstratie te beschermen in plaats van in te perken. Onrust of tegenreacties mogen geen aanleiding zijn voor een demonstratieverbod.
  • Voor alle vormen van discriminatie, van aanranding tot discriminatie op het werk, hoort een laagdrempelige en anonieme melding mogelijk te zijn, bij een van de politie onafhankelijk bureau zoals Meldpunt Discriminatie.
6

Toegankelijke Gemeente

Volgens het SCP wordt een vijfde tot een kwart van de mensen onvoldoende geholpen door de gemeenten.

Amsterdam heeft een goede stap gemaakt door het openen van lokale loketten, maar nog steeds weet 10 tot 20 procent van de Amsterdammers de loketten niet te vinden. De ondersteuning voor mensen die beginnend dement zijn, de taal niet voldoende kennen, die niet mobiel zijn hoort maatwerk te zijn. De gemeente moet naar de mensen toe.

  • Burgers in onze stad horen een goede digitale toegankelijkheid te hebben tot de diensten van de gemeente. De ambtelijke taal hoort voor iedereen begrijpelijk te zijn.
  • De verkokering van de gemeente moet worden aangepakt. Neem gezinnen die dakloos dreigen te worden, daarbij zijn drie wethouders betrokken, die van Zorg, Jeugd en Wonen.
  • Er worden cursussen aangeboden voor mensen die niet digitaal vaardig zijn, bijvoorbeeld in het thuisbankieren, en er komt persoonlijke assistentie voor mensen die om welke reden dan ook niet naar de loketten kunnen komen.
  • We pleiten voor het instellen van een ‘integriteitskamer’ die toezicht houdt op de projecten in Amsterdam, zodat niet dezelfde fouten worden gemaakt als bij de Noord-Zuidlijn. Naast het voorkomen van verspilling van gemeenschapsgeld zal ook het diversiteitsbeleid van gemeente zelf en opdrachtgevers worden getoetst.
  • Amsterdam gaat nog meer zijn best doen om burgers bij de leefbaarheid van de stad te betrekken. De lokale democratie moet worden versterkt.
  • Amsterdam gaat jongerenadviescommissies of jongerenraden oprichten om jongeren uit de stad te laten participeren in het beleid.
7

Vrouwen en mannen gelijkwaardig

Vrouwen hebben na twee historische golven feminisme alle rechten die mannen ook hebben: ze mogen stemmen, scheiden en hun handtekening is rechtsgeldig. Ze worden toegelaten tot alle opleidingen en beroepen. Het aantal vrouwen, ook getrouwde en met kinderen, dat de arbeidsmarkt is opgegaan is enorm gestegen.

Toch zien we nog steeds dat maar 1 op de 5 van de hogere managementfuncties wordt ingevuld door vrouwen, en dat maar de helft van de Nederlandse vrouwen zelfstandig kan leven van eigen inkomsten. Een achterliggend probleem is de ongelijke verdeling van betaald werk; de baan en onbetaald werk; de zorg voor kinderen en andere familieleden, het huishouden. Verzorgend werk, dat vaak wordt gezien als vrouwelijk en dus ongeschoold werk, verdient meer erkenning en ook een betere betaling. De aandacht mag niet alleen liggen bij het te lage aandeel van vrouwen in hoge functies, ook bij de gemeente.Amsterdam BIJ1 denkt ook aan vrouwen in laaggeschoold en slecht betaald werk, waar ze meestal in de meerderheid zijn. Ook daar moeten meer voorzieningen zijn voor alleenstaande moeders die werk en kinderen moeten combineren vooral omdat we zien dat kinderarmoede juist in die gezinnen vaak voorkomt.

Ook de mantelzorg verdient meer waardering. Naast de ongelijke verdeling van werk en inkomen is ook (seksueel) geweld een probleem dat steviger moet worden aangepakt.

  • Gemeente Amsterdam hanteert een Code of Conduct, en stelt voor al haar diensten vertrouwenspersonen aan.
  • Tweedekansonderwijs, een verworvenheid van de tweede golf feminisme, moet opnieuw worden ingevoerd, voor alle vrouwen (en anderen) die om welke reden dan ook hun school niet hebben afgemaakt of niet de kans hebben gekregen om door te leren.
  • Bedrijven en organisaties — inclusief de gemeentelijke — spannen zich in om een werkklimaat te scheppen dat vrij is van seksueel wangedrag en intimidatie. Klachten worden serieus genomen, ook als er geen juridische aanklacht volgt.
  • Seksisme wordt een categorie die door politie en bureau’s voor de registratie van discriminatie serieus genomen gaat worden.
  • Wachtlijsten voor vrouwen in nood zijn niet acceptabel. Vrouwen die gewelddadige situaties ontvluchten hebben recht op een veilig onderkomen als eerste opvang, met hun kinderen.
  • Juridische bijstand en zonodig financiële hulp moet vlot worden geregeld, evenals deelname aan een stedelijk project om weer deel te nemen aan het arbeidsproces. Een snelle opvang moet er ook zijn voor deze vrouwen zonder verblijfsvergunning of identiteitspapieren.
  • In onderwijsinstellingen komt meer aandacht voor seksuele omgangsvormen, en worden met name jongens onderwezen in een respectvolle omgang met meisjes.
  • Een beleid van genderrechtvaardigheid dient zich met name ook te richten tot mannen. Emancipatieprogramma’s voor mannen, als van Emancipator, worden ondersteund.
  • Er moeten meer openbare toiletten komen voor vrouwen. Zolang er veel te weinig zijn krijgen vrouwen geen boete opgelegd vanwege wildplassen.
  • In Amsterdam moet het mogelijk zijn om een abortus te krijgen. De gemeente faciliteert ziekenhuizen of andere medische faciliteiten waar vrouwen een veilige abortus kunnen ondergaan. De mogelijkheid voor abortus wordt in onze stad niet langer overgelaten aan de ‘vrije markt’. De abortuspil moet via huisarts en apotheek beschikbaar blijven.
8

LHBTQI+ gelijkwaardig

LHBTQI mensen, dat wil zeggen mensen die homo of lesbo zijn, of biseksueel, trans, queer of intersekse, horen tot de meest kwetsbare groepen in onze samenleving.

Jongeren worden op school al vaak bedreigd en gepest. Door hun seksualiteit of genderidentiteit worden ze vaker gediscrimineerd op de arbeidsmarkt en de woningmarkt. Bij transgenders is het aantal zelfmoordpogingen vijf tot tien maal zo hoog als onder heteroseksuelen. Ze lopen meer gevaar op geweld op straat. In Nederland gaan we er graag prat op dat homoseksualiteit geheel geaccepteerd is. Maar eenderde van de Nederlandse bevolking vindt zoenende mannen nog steeds aanstootgevend. Met name vluchtelingen uit de LHBTQI+ groepen krijgen moeilijkheden wanneer het IND niet accepteert dat ze niet terug kunnen. Wereldwijd lopen met name transmensen meer gevaar, en belanden vaak in de prostitutie omdat er voor hen geen ander werk te vinden is. In AZC lopen ze meer risico op geweld en seksueel misbruik. Vluchtelingen die tot de LHBTQI+’ers behoren worden niet alleen gediscrimineerd vanwege hun seksualiteit, maar worden ook racistisch bejegend door hun kleur, afkomst of religie. Deze symptomen zijn door de enorme opkomst van extreemrechts versterkt. Homonationalisten, leden van Leefbaar Rotterdam, PVV en andere populistische rechtse partijen voeren xenofobe, transfobe en racistische campagnes tegen moslims, vluchtelingen en gevluchte LHBTQI+’ers. Ook in Amsterdam dreigt dit gevaar.

Zelfmoordpreventie bij LHBTQI+’ers begint bij voorlichting in het onderwijs over seksualiteit en veiligheid. Emancipatie is een wederkerig begrip, dat wil zeggen dat we als maatschappij taboes als zelfmoord, seksualiteit, soa’s en seksuele voorlichting verplicht moeten stellen in het onderwijs. Dit zal zorgen voor meer begrip en toenadering richting LHBTQI+’ers.Moslimjongeren hebben vaak moeite om uit de kast te komen en deze groep heeft gepaste en deskundige hulp nodig bij dit proces, waarbij waardigheid en veiligheid gewaarborgd blijft.

  • Veiligheid voor LHBTQI+’ers, met name voor moslims, vluchtelingen, vrouwen, transgenders, mensen van kleur en sekswerkers zijn geen vanzelfsprekendheid in de samenleving. Deze kunnen op de volgende manieren gewaarborgd worden:
  • De politie neemt de meldingen en aangiften door LHBTQI+’ers serieus, net als de aangiften van vrouwen, en slaan de handen ineen om met Roze in Blauw en het Caribisch Netwerk etnisch profileren af te schaffen en voorkomen.
  • De politie doet er goed aan om Roze in Blauw zichtbaar herkenbaar te maken (tegen het ‘neutraliteitsbeginsel’ in) om LHBTQI+’ers meer veiligheid te verschaffen.
  • Politie hoort bijgeschoold te worden op homo- en transfobie in combinatie met etnisch profileren. Politie hoort bijgeschoold te worden op homo- en transfobie, met een focus op gedrag en mentaliteit.
  • Het opvangen van moslimjongeren of mensen bij wie de culturele achtergrond extra uitdaging met zich meebrengt.
  • Het is een vanzelfsprekendheid dat meldingen en aangiftes met betrekking tot geweld of seksueel geweld serieus worden genomen door de politie. Binnen Roze in Blauw moet er voorlichting komen over transfobie.
  • Amsterdam heeft een voorbeeldfunctie als het gaat om progressieve wetgeving met betrekking tot meer-ouderschap. Verbreding van de mogelijkheden voor meer-ouderschap in de gemeente; het erkennen van meer dan twee ouders van één kind. Dit is met name van belang in het onderwijs en bij zorginstellingen.
  • Om te voorkomen dat (extreem)rechts de kans krijgt de LHBTQI+-agenda te kapen met hun opportunistische pseudo-solidaritiet, is het belangrijk dat biculturele, gevluchte en moslim LHBTQI+’ers de ruimte krijgen om prominent aanwezig zijn binnen organisaties en tijdens evenementen.
  • Cultuursensitieve begeleiding voor hulpverleners die zich richten op biculturele LHBTQI+’ers voor een betere en meer cultuursensitieve dienstverlening omdat psychologische hulp niet toegankelijk is door de hoge kosten van eigen risico en eigen bijdrage. Denk hierbij aan een meer cultuursensitieve aanpak van instanties als COC, Meldpunt Huiselijk Geweld, Veilig Thuis en andere maatschappelijke instellingen.
  • Wij steunen het initiatief #AmIGayEnough dat LHBTQI+-vluchtelingen ondersteunt in het proces voor asielaanvraag op basis van seksualiteit of genderidentiteit. Geen LHBTQI+’er zou door een ellendige procedure voor asiel heen moeten om te moeten bewijzen dat diegene tot deze categorie behoort.

Tot slot zijn we tegen de vercommercialisering van de Gay Pride. De pride is van oorsprong een inclusief en divers initiatief van de LHBTQI+-community en hoort niet door bedrijven gekaapt te worden. Stop Pinkwashing!

9

Sekswerk veilig

Onze stad heeft een rijke geschiedenis als het gaat om sekswerkbeleid. Zowel nationaal als internationaal kijken gemeenten en overheden naar wat Amsterdam doet op het gebied van sekswerk.

Zo wordt er vaak gewezen op het ‘legaal’ kunnen werken en naar onze op sekswerk gespecialiseerde gezondheidszorg. Dit wekt de suggestie dat Amsterdam het dus wel goed zal doen. Helaas zijn de Amsterdamse sekswerkers helemaal niet blij met hun gemeente. Het beleid van de afgelopen jaren heeft de horeca op de Wallen weliswaar geen windeieren gelegd, bijkomstigheid is wel dat de groeiende stroom van (vaak benevelde) toeristen het werk van sekswerkers moeilijker en onveiliger is geworden.

Landelijke wetgeving biedt gemeenten de mogelijkheid sekswerkers te discrimineren en hun mensenrechten te schenden. En dat zien we in Amsterdam dan ook op grove schaal gebeuren.

Door het vergunningensysteem mogen sekswerkers alleen via een exploitant werken. Het is in Amsterdam verboden om als zelfstandige, bijvoorbeeld vanuit huis of als escort, aan de slag te gaan. We zien ook dat Amsterdamse exploitanten via hun vergunning worden gedwongen het privacyrecht van sekswerkers te schenden. Hierover wordt momenteel een rechtszaak gevoerd waarbij de gemeente, na een eerste uitspraak, in hoger beroep is gegaan. Jong volwassenen tussen de 18 en 21 jaar die sekswerk doen hebben geen toegang tot het rechtssysteem. Zij hebben in Amsterdam geen mogelijkheid om legaal hun werk te kunnen uitvoeren. De gemeente Amsterdam voert daarmee actief beleid dat sekswerkers verder stigmatiseert, hen buitensluit en kwetsbaarder maakt.

In de afgelopen jaren is er door grote mensenrechtenorganisaties veel onderzoek gedaan naar sekswerkbeleid. Elk onderzoek wijst op het belang van volledige decriminalisering van sekswerk. Dit vraagt om het opheffen van al het repressieve beleid rondom sekswerk. Wanneer sekswerkers radicaal gelijkwaardig zijn, hebben ze dus gelijkwaardig toegang tot het rechtssysteem. Het is daarom hoog tijd dat Amsterdam haar voorbeeldpositie gaat inzetten door voorbeeldig sekswerkbeleid te voeren. Te beginnen met:

  • De vergunningseis voor zelfstandige sekswerkers moet worden opgeheven. Sekswerkers moeten, net als ieder ander, de mogelijkheid hebben om een ‘eenmanszaak’ te starten. Dit betekent ook dat zij diensten bij derden moeten kunnen inkopen zonder dat deze derde partij gecriminaliseerd wordt. En dit alles zonder dat de sekswerker verplicht wordt bijzondere persoonlijke informatie te delen dan wel zich te laten registreren.
  • Jong volwassen sekswerkers worden gezien als een kwetsbare groep. Daarom is het van belang dat zij vrij toegang hebben tot het rechtssysteem. En werkverbod tot hun 21e is niet alleen leeftijdsdiscriminatie maar maakt hen ook kwetsbaarder, de leeftijdsgrens moet omlaag naar 18 jaar. Sekswerkers die tegen de wet ingaan kunnen namelijk niet consequentieloos hulp zoeken of aangifte doen van strafbare zaken die tegen hen gepleegd worden.
  • Er moet een versimpeling komen van het vergunningstelsel voor exploitanten.
  • In de afgelopen jaren hebben we een enorme afname van bordelen gezien. Zo zijn er veel raambordelen gesloten maar ook op andere plekken in de stad is er minder ruimte voor sekswerkers om in nabijheid van collega’s en met gedeelde voorzieningen hun werk uit te voeren.
  • Sekswerkers horen aan de beleidstafel. Sekswerkers weten wat goed is voor sekswerkers. Daarom is het van belang dat wanneer er nieuw beleid of regelgeving wordt ontwikkeld, sekswerkers al in het begin stadium aan tafel zitten. Zowel op gemeentelijk niveau als mede bij de politie als bij de op sekswerker gerichte zorginstellingen. Dit heeft als bijeffect dat het geïnstitutionaliseerde stigma kan worden aangepakt. Regelmatig zien we dat ambtenaren, politieagenten en hulpverleners sekswerkers niet als gelijkwaardig zien. Het is daarom van belang dat sekswerkers als professionele consultants worden ingehuurd wanneer er over sekswerk gesproken wordt. Organisaties als Proud en het Prostitutie Informatiecentrum zijn hierbij voor de hand liggende partners.
10

Rechtvaardig wonen

Amsterdam is een fantastische stad voor wie er al prettig woont. Maar een ramp voor mensen die nu een passende woning zoeken die ook nog betaalbaar is, en die bij voorkeur niet naar de rand willen worden gedrongen.

Dat geldt voor jonge gezinnen die meer ruimte nodig hebben voor de kinderen, voor jongeren die zelfstandig willen wonen. En voor nieuwkomers, verdeeld over ‘expats’ die voldoende verdienen voor een woning in de vrije sector, en ‘migranten’ die daar vaak te weinig inkomen voor hebben. Ook moet er nog veel gebeuren aan het aanpassen van het woningenbestand aan mensen met een beperking, en ouderen die nu langer thuis blijven wonen.

  • Minstens 50% van de nieuwe woningen in Amsterdam moeten bestemd zijn voor de sociale huur. Voor wijken waar in verhouding weinig sociale huurwoningen zijn mag dit percentage verder omhoog. Ook middeninkomens moeten betaalbaar kunnen huren.
  • Sociale huurwoningen mogen niet verkocht worden.
  • Er wordt woonruimte gereserveerd voor statushouders, voor spoedgevallen zoals mishandelde vrouwen. Concurrentie en onvrede onder de ‘gevestigde’ bevolking moet worden tegengegaan door de wachttijd voor sociale woningen te verlagen door meer nieuwbouw.
  • Er moeten meer mogelijkheden komen voor andere dan de geijkte gezinsvormen. Woongroepen, bijvoorbeeld van ouderen, kunnen onder zelfbeheer een eigen woonvorm gestalte geven.
  • Er moet ruimte blijven voor kunstenaars, in niet geijkte woningen, lege bedrijven of scholen, of andere voor gezinsbewoning ongeschikte woningen.
  • Er moet voldoende gebouwd worden voor jonge starters, studenten, jongeren die niet meer thuis willen wonen.
  • Er wordt gestreefd naar beschikbaarheid van buurtwinkels, bibliotheken, buurthuizen, jeugdhonken, verenigings- en sportruimte, kinderspeelplaatsen, plekken waar ouderen kunnen zitten. Er moet meer gedaan worden aan ontmoetingsplaatsen, ook voor eenzame alleenwonenden.
  • Er wordt niet meer gebouwd zonder de regels voor toegankelijkheid voor mensen met een beperking in acht te nemen. Openbare gebouwen, ook die onder monumentenzorg vallen, worden toegankelijk gemaakt.
  • Er moet meer ruimte zijn voor bewonersinitiatieven.
  • Er komt meer huurbescherming voor kleine winkeliers.
  • Woonfraude, misbruik van woonruimte voor winst moet worden aangepakt. Teveel huizen in Amsterdam worden permanent verhuurd aan expats en toeristen.
  • Kraken wordt niet bestraft, als de eigenaar geen aantoonbare plannen heeft voor het ingebruiknemen van een leegstaand pand.
  • Er worden in elke wijk voldoende woningen gebouwd of geschikt gemaakt voor mensen met een handicap en/of voor ouderen.
11

Onderwijs gelijkwaardig

Elk individu heeft recht op passend en goed onderwijs. BIJ1 streeft naar het vooropstellen van het belang van het kind. Dit betekent dat we streven naar een radicale gelijkwaardigheid in het onderwijs, van PO tot WO.

Primair Onderwijs (PO) staat onder grote druk door de enorme bezuinigingen. Niet voor niets hebben de docenten en besturen stakingen uitgeroepen voor betere kwaliteit, minder werkdruk en hogere lonen. Door de enorme bezuinigingen is de toegang tot speciaal onderwijs en de gerichte begeleiding van kinderen onder druk komen te staan, waardoor kinderen en ouders genoodzaakt zijn naar reguliere basisscholen over te stappen.

De lasten voor de docenten worden hoger, omdat ze niet slechts bezig zijn met lesgeven, maar ook met het beantwoorden van maatschappelijke vraagstukken. Het aantal leerlingen per klas is toegenomen en uitval van docenten door stress en werkdruk is immens. De docenten en bestuursraden binnen het primair onderwijs vragen om meer geld van de overheid. Wij in Amsterdam zouden met andere maatschappelijke instellingen en de gemeente moeten kijken naar een manier waarop wij de scholen en docenten kunnen ondersteunen.

Middelbaar Onderwijs is de tweede fase van onze jongeren, maar er zijn nog steeds heel veel jongeren die hun middelbaar onderwijs en voorgezet onderwijs niet afmaken. Ze hebben een gevoel van uitsluiting of ze voelen dat ze niet begrepen worden op school. Daarnaast ligt er veel meer verantwoordelijkheid bij de jongeren door bijvoorbeeld mantelzorg (als gevolg van bezuinigingen in de zorg) en financiële ondersteuning van het gezin (als gevolg van werkloosheid van de ouders). Bovendien zijn er jongeren die een te laag advies krijgen op basis van de cito-toets. Dit geldt met name voor jongeren met een migrantenachtergrond. Er zit enorm veel talent in de jongeren en daarom is het van belang dat het onderwijs zich meer openstelt voor nieuwe vormen van educatie, waardoor de creatieve leerlingen ook meer ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

Door het nieuwe leenstelsel zijn er honderden studenten gedupeerd, omdat ze simpelweg geen lening kunnen veroorloven om aan een HBO- of WO-studie te beginnen. HBO en WO lijkt slechts voor de elite te bestaan en wanneer een gezin niet uit de middenklasse of een klasse daarboven komt, betekent het dat de student harder moet werken om gelijke kansen te krijgen op het gebied van educatie. Studenten die niet uit de middenklasse of een klasse daarboven komen, worden op dit moment genoodzaakt om ofwel bij te lenen ofwel te werken naast hun voltijd studie.

Statushouders komen met geldige diploma’s uit landen buiten Europa naar Nederland. Deze diploma’s worden in veel gevallen niet erkend in Nederland, waardoor statushouders onder hun niveau werken. Diploma’s die behaald zijn buiten Europa moeten vaker erkend worden. Daarnaast wil BIJ1 dat statushouders die een studie zijn begonnen in een land buiten Europa, de mogelijkheid krijgen om in te stromen binnen het Nederlandse onderwijssysteem zodat zij hun studie af kunnen maken zonder vertraging op te lopen.

  • Ouders en kinderen hebben recht op een second opinion bij een te laag advies op basis van de cito-toets.
  • Klachten over racisme en discriminatie binnen het onderwijs moeten serieus genomen worden en onderzocht en in kaart gebracht worden.
  • Stop met de termen ‘witte scholen’ en ‘zwarte scholen’. Dit taalgebruik, een uiting van het enorme populisme en nationalisme, verergert polarisatie en zorgt voor een kloof in de samenleving. ‘Zwarte scholen’ worden als probleemscholen gezien. Labels als deze, die kinderen bestempelen als ‘probleem’, zorgen voor een negatiever zelfbeeld van de kinderen die naar een zgn. ‘zwarte school’ gaan.
  • Er moeten meer ouders met een migrantenachtergrond betrokken worden n de organisatie en medezeggenschapsraad op de school van hun kinderen. Door betrokkenheid en participatie van alle ouders wordt de organisatie en medezeggenschapsraad een betere weerspiegeling van de leerlingen. Hierdoor worden de cultuursensitieve behoeftes van de leerlingen beter vertegenwoordigd.
  • Islamitische scholen staan onder enorme druk en worden slecht ondersteund door de overheid. Islamitische scholen hebben recht op uiting van godsdienst op dezelfde manier als christelijke scholen. Het is de taak van de gemeente om alle scholen te ondersteunen in het bieden van onderwijs. Daarnaast hoort de gemeente in samenwerking met de politie te zorgen voor een veilige leeromgeving van alle kinderen, of zij nu op een openbare of religieuze school zitten.
  • Afgelopen jaar zijn er signalen gekomen dat kinderen van kleur worden geweigerd om onderwijs te volgen op zgn. ‘witte scholen’. Racisme en discriminatie binnen het onderwijs is onacceptabel. Alle kinderen zouden gelijke kansen op onderwijs moeten hebben.
  • Amsterdam BIJ1 steunt ‘PO in actie’ en overige stakingen in het onderwijs.
12

Mensen met een beperking volwaardig

Iedereen kan ermee geconfronteerd worden te moeten leven met een lichamelijke of geestelijke beperking, door leeftijd, ziekte of ongeluk, dan wel in hun omgeving te maken te krijgen met mensen met een beperking, zoals kinderen, ouders en partners.

Mensen met een beperking hebben er recht op om naar vermogen volwaardig te kunnen participeren in onze samenleving, op alle gebieden van het leven: onderwijs, werk, wonen, evenementen en café bezoek. Er ligt een stapel met verdragen waar Nederland zich aan moet houden. In werkelijkheid houdt het nog niet over. Neem het feit dat 55% van de mensen met een handicap, die kunnen en willen werken geen baan hebben. De achterstelling, discriminatie en uitsluiting van mensen met een beperking noemen we validisme.

  • De gemeente Amsterdam streeft naar integrale toegankelijkheidsnormen, volgens de IT-richtlijnen.
  • Vergunningen voor nieuwbouw worden alleen verstrekt aan bedrijven die aanpasbaar bouwen.
  • Gebouwen worden toegankelijk gemaakt en aangepast, van nieuwbouw tot en met monumentaal beschermde gebouwen.
  • Bij vergunningen voor evenementen wordt altijd gelet op de toegankelijkheid, inclusief toegankelijke toiletten.
  • Mensen met een beperking horen toegang te hebben tot de vervoersmiddelen
  • Discriminatie op de arbeidsmarkt wordt actief bestreden, en de gemeente geeft het goede voorbeeld door mensen met een beperking aan te nemen, ook in zichtbare en goed betaalde posities.
  • Er komt onmiddellijk een einde aan verkapte pogingen om mensen binnen de beschermde werkverschaffing onder het minimumloon te betalen.
  • Mensen met een beperking worden ingehuurd — ervaringsdeskundigheid wordt omgezet in erkende consultancy — ook bij het beoordelen van toegankelijkheid.
  • Informatie over validisme wordt een normaal onderdeel in lesprogramma’s. Leidinggevenden en beleidsmakers krijgen training en workshops gegeven door mensen met een beperking, voor een betere omgang met en inzetten van mensen met een handicap.
  • Gebarentaal wordt op scholen geïntroduceerd, zodat ook horende kinderen daar mee om kunnen gaan, om het isolement van niet-horende kinderen te doorbreken. Bij seksuele voorlichting worden mensen met een beperking niet vergeten.
  • Beslissingen en beleid worden getoetst aan het VN verdrag (CRPD) Ook bij de aanbestedingen van hulpmiddelen zijn de gebruikers de klant, die mee moeten kunnen oordelen over de geschiktheid van bijvoorbeeld rolstoelen, die niet alleen thuis te gebruiken zijn maar ook om in te reizen.
  • Er moeten meer subsidies komen voor grassroots organisaties van mensen met een beperking, die zich inzetten voor projecten op alle levensterreinen.
13

Ouderen gelijkwaardig

De Maori’s, in Nieuw Zeeland, hebben een speciaal woord voor de achting die oudere mensen verdienen: mana. In veel culturen, waaronder diegene die we graag zien als ‘primitiever’ dan de onze, is het vanzelfsprekend dat ouderen respect verdienen en goed verzorgd worden.

In onze neoliberale cultuur, waarin individualisme hoogtij viert, en winst belangrijker dreigt te worden dan mensen, worden ouder wordende mensen vaak buitengesloten, en wordt de ‘vergrijzing’ gezien als een probleem en ouderen als ‘kostenpost’. Dit is de grote tegenstelling in onze samenleving: we werden, gemiddeld, nog niet eerder zo oud, maar de leeftijd waarop het nog zin heeft om te solliciteren was nog nooit eerder zo laag.

Op dit moment is 20% van de Nederlandse bevolking 65 jaar of ouder. Dat aantal zal de komende jaren groeien. In Amsterdam woont 12% van de ouderen nog zelfstandig, en moet de eigen zorg geregeld worden. Dit zal in 2030 opgelopen zijn tot 16% van de Amsterdammers. Met name ouderen die niet meer aan de norm van de ‘zelfredzaamheid’ kunnen voldoen, maar nog niet ‘slecht’ genoeg zijn om in een verpleeghuis opgenomen te worden dreigen tussen wal en schip te vallen. Tussen de WMO(gemeente) en WLZ (rijksoverheid) in, waarbij ze, op de wachtlijst, minder uur zorg krijgen terwijl ze meer zorg nodig hebben. 
Ouderen hebben niet alleen behoefte aan zorg, ze hebben ook behoefte aan menselijk contact, deel uitmaken van een gemeenschap, en het gevoel te hebben dat ze er nog toe doen.

  • Er moet voldoende zorg worden ingezet voor ouderen die nog thuis wonen, ook huishoudelijke hulp. Daarbij moet er tijd zijn voor menselijk contact, en moet de hulp geschoold zijn in het signaleren van toenemende problemen. (Zie ook BIJ1 in Zorg)
  • Ouderen kunnen baat hebben bij woonprojecten van bewoners die onderling op elkaar kunnen letten en activiteiten kunnen ontplooien, dan wel woonprojecten waarbij juist oud en jong gemengd worden. (Zie ook wonen)Naast de noodzakelijke zorg is er dus ook een grote behoefte aan welzijnswerk op maat.
  • Er kleeft een onrechtvaardigheid aan het toekennen van de AOW. Mensen met weinig opleiding beginnen doorgaans eerder met werken, en vaak betalen zij al van hun zestiende mee aan de AOW — vaak dus tien jaar langer. Maar aangezien mensen met weinig opleiding vier jaar minder lang leven, profiteren zij minder lang van de AOW. Daarmee is de onrechtvaardige situatie ontstaan waardoor mensen met lage inkomens het staatspensioen van mensen met hoge inkomens subsidiëren. Dit kan rechtgetrokken worden door de pensioenleeftijd af te laten hangen van het aantal jaar dat men heeft gewerkt en niet van leeftijd. Mensen die eerder begonnen met werken mogen ook eerder ophouden.
  • Mensen boven de vijftig zonder baan worden vrijgesteld van sollicitatieplicht, maar kunnen wel terecht bij een helpdesk die zich specialiseert in werk, ook zinvol vrijwilligerswerk voor ouderen.
  • Ouderen met een migrantenachtergrond moeten wanneer ze hulpbehoevend zijn kunnen rekenen op zorg die ook gegeven wordt door mensen die sensitief zijn voor verschillende achtergronden. Verzorgingstehuizen moeten meer rekening houden met afkomst, om ouderen zoveel mogelijk een gevoel van vertrouwdheid en veiligheid te geven. Opleidingen moeten meer met diversiteit rekening houden, en het strekt tot aanbeveling om zorgverleners te rekruteren met diverse achtergrond, eventueel te rekruteren in de landen van herkomst.
14

Armoede en schulden werk en inkomen aangepakt

Hoewel beweerd wordt dat de economische crisis is overwonnen, zijn er meer mensen die in de armoede terecht zijn gekomen, of die dat als dreiging boven het hoofd hangt.

Een vijfde van de Nederlandse huishoudens heeft geen enkele financiële reserve meer. Een kwart van de Nederlanders heeft structureel moeite om rond te komen. De vaste lasten zijn gestegen, de huren zijn omhoog gegaan, de zorg wordt duurder, er wordt bezuinigd op uitkeringen, en er is minder werk beschikbaar dat zekerheid biedt. Teveel werkenden zijn terecht gekomen in flexwerk en tijdelijke contracten. Veertig procent van de mensen in de laagste inkomensgroep heeft werk — werk is niet langer een garantie tegen armoede.

Dat betekent ook meer mensen die zwaar in de schulden terecht zijn gekomen, het betekent meer dakloosheid. In Amsterdam is het aantal daklozen gestegen. Een kleine duizend gezinnen dreigt hun huis uitgezet te worden. Naast de ‘traditionele’ daklozen, vaak met psychiatrische en verslavingsproblemen, is er in Nederland een grote groep nieuwe daklozen bijgekomen, mensen die dakloos geworden zijn door economische problemen. Er zijn 1,3 miljoen huishoudens met problematische schulden. Zij krijgen gemiddeld vijftien verschillende schuldeisers aan de deur, waaronder de overheid, die vooral bezig zijn om de schulden te verhogen. De bureaucratie in de schuldhulpverlening is enorm.

De structuur van de arbeidsmarkt is drastisch veranderd, en werkloosheid in bepaalde sectoren is niet alleen het gevolg van de economische crisis. Er verdwijnt werk door de nieuwe technologie, er verdwijnt werk naar ‘lagelonenlanden’, en er verdwijnt werk doordat de 1% die het overgrote deel van de vermogens in handen heeft vaak liever investeert in economische transacties, dan in de productie. Tegelijkertijd is de hoogte van de productie gestegen, maar de opbrengst daarvan komt niet ten goede aan de werkende mensen. Tenzij we de onderlinge verdeling van werk veranderen, bijvoorbeeld door de verkorting van de standaard arbeidsweek, kunnen we niet meer garanderen dat iedereen recht heeft op werk. We moeten wel garanderen dat iedereen recht heeft op voldoende middelen van bestaan om een menswaardig leven te leiden. Dat betekent dus dat mensen die niet kunnen werken wel recht hebben op voldoende middelen van bestaan — dat is een recht, en geen gunst. En zij hoeven voor een uitkering dus ook geen tegenprestatie te leveren.

Een gemeente waarin de mens boven de winst gaat, kan streven naar zinvolle tijdsbesteding voor mensen die geen volle baan kunnen krijgen, en maatschappelijk zinnig werk kunnen doen waarop geen winst gemaakt hoeft te worden, dan wel deel te nemen aan vrijwilligerswerk. Vrijwilligerswerk dat niet gebruikt mag worden als vervanging van betaalde banen.

Hoewel we in een democratie leven die in principe alle burgers dezelfde kansen geeft op goed onderwijs, en daarmee de toegang tot de arbeidsmarkt. blijken de kinderen van autochtone, hoogopgeleide en werkende ouders 67% kans te hebben op het behalen van een schooldiploma tegen slechts 35% van de kinderen met een migrantenachtergrond, met ouders die laagopgeleid en/of zonder werk zijn. Leerlingen die arm en niet-westers van afkomst zijn, staan op dubbele achterstand. Het huidige armoedebeleid van de gemeente helpt wel een beetje, de bezuinigingen door het rijk helpen niet.

Bijdragen in het gemeentelijke armoedebeleid in de vorm van scholierenvergoeding, of kortingen op de ziektekostenverzekering, of een bijdrage voor een laptop voor scholieren, helpen mensen in nood wel, maar heffen de armoede zelf niet op. Nog steeds weet 20% van de mensen die daar in principe gebruik van mogen maken de weg niet naar de potjes, onder andere omdat ze niet digitaal vaardig zijn. Er moet meer gedaan worden aan schuldhulpverlening in een vroeg stadium. Het mag niet gebeuren dat incassobureau’s de schulden opdrijven bij mensen die niet in staat waren om op tijd hun huur, hun elektriciteit en hun premies te betalen. Er moet alles aan gedaan worden om mensen niet op straat te laten belanden. Er moet noodopvang komen voor mensen die toch worden uitgezet. Wooncorporaties kunnen vrije sectorwoningen tijdelijk verhuren, de gemeente kan bijspringen.

  • De begeleiding van gezinnen met problemen hoort overzichtelijk te zijn, de samenwerking tussen betrokken instanties transparant, met één casemanager.
  • Specifieke voordelen voor minima, zoals voedselbanken, laptops voor schoolkinderen, gratis sport, gratis OV zijn oké, zolang duidelijk is dat deze lapmiddelen niet in de plaats mogen komen van het streven naar voldoende inkomsten voor iedereen. Ook moet er gelet worden op onnodige bureaucratie, niet iedereen is even handig in te weten komen waar de potjes zijn. Er moet dus transparantie en duidelijkheid over zijn, en één loket.
  • Voor het stedelijke armoedebeleid ten aanzien van kinderen moet de inkomensgrens van 120% van het sociaal minimum verhoogt worden naar 130% zodat ook kinderen van werkende ouders met een laag inkomen worden bereikt.
  • De hoogte van de sociale huur wordt aangepast aan het inkomen, ook om scheefwonen tegen te gaan.
  • Belastingvoordelen voor de rijkste bewoners die wonen op eigen grond worden afgebouwd.
  • De toeristenbelasting wordt verhoogd.
  • De stad gaat experimenteren met een verkorte arbeidsweek.
  • Amsterdam gaat het voorbeeld geven bij het scheppen van werk voor mensen die niet 100% inzetbaar zijn, en houdt zich daarbij aan het minimumloon.
  • Amsterdam hoort niet mee te werken aan arbeid zonder loon zodat het aantal betaalde banen in Amsterdam direct weer toe kan nemen. Hierdoor kunnen mensen gemakkelijker uit de bijstand en de armoede komen. Ook het structureel oplossen van de financiële problemen die ontstaan bij het verrekenen van gedeeltelijk betaald werk met de aanvullende bijstandsuitkering, vergroot de kans dat mensen uit de bijstand kunnen komen.Te hopen valt dat hiervoor tijdens het experiment in Amsterdam een structurele vorm voor wordt gevonden.
15

Klimaatrechtvaardigheid

Onze rijkdom heeft twee belangrijke bronnen: arbeid en de natuur. In het huidige westerse economische systeem is de verdeling van arbeid onrechtvaardig, en de omgang met de planeet rampzalig.

Dit is niet alleen een kwestie van lange termijn, het gaat om een spoedeisend rechtvaardigheidsvraagstuk, dat alleen nog kan worden opgelost wanneer er op alle niveau’s wordt samengewerkt om de verwoesting te stoppen voor die niet meer herstelbaar is. Want met de verwoesting van de planeet gaat het om het voortbestaan van de mensheid. Dat betekent, onder andere, dat er een einde moet komen aan de energieverschaffing door kool, gas en olie. De kosten voor de energie transitie horen bij de vervuiler te liggen. De infrastructuur voor hernieuwbare energie moet de fossiele industrie vervangen, en niet alleen een bezigheid blijven van milieubewuste individuen of ideële bedrijven. De klimaatproblemen zijn sociaal-economische problemen die leunen op drie pijlers: privatisering, deregulering en belastingverlaging voor bedrijven. We zullen op alle niveaus in moeten gaan tegen deze tendensen, om te voorkomen dat mensen, vooral in het globale zuiden, huis en haard verliezen, in armoede belanden door gefaalde oogst. En de migratiestroom tegen gevolgen klimaatontwrichting toeneemt. Ook zullen we moeten handelen tegen het schrikbarende aantal sterfgevallen door lucht, water en landvervuiling. Ook in Nederland begint de luchtvervuiling de levens van mensen te bekorten. Het is dus duidelijk dat de oplossingen niet alleen kunnen komen van lokale politiek. Maar ook daar is werk aan de winkel.

  • Privatisering van energievoorziening moet worden teruggedraaid, ten gunste van lokale en duurzame initiatieven.
  • De gemeente houdt de banden met bedrijven tegen het licht van duurzaamheid en klimaatrechtvaardigheid en ontbindt per direct alle banden met bedrijven die niet aan de hoogste standaard kunnen voldoen.
  • Alleen bedrijven die duurzaam en klimaatrechtvaardig opereren krijgen aanbestedingsopdrachten van de gemeente.
  • Alle nieuwbouw moet klimaatneutraal zijn. Renovatie van onzuinige woningen en gebouwen worden gestimuleerd door middel van subsidie. Prioriteit wordt gegeven aan de isolatie van al bestaande sociale woningen.
  • De gemeente zet zich in voor een schone energie-infrastructuur. Het gebruik van aardgas wordt gefaseerd afgebouwd. De Hemwegcentrale gaat dicht.
  • De gemeente ondersteunt initiatieven om de biodiversiteit te herstellen door bebossing, aanleg van insectentuinen, etc.
  • Plantsoenendiensten e.d. werken zonder (chemische) pesticiden en herbiciden. Alleen wanneer er sprake is van een plaag mogen de bestrijdingsmiddelen worden ingezet, maar dan slechts biologisch afbreekbare.
  • De gemeente bevordert dat klimaatrechtvaardigheid een onderwerp wordt op scholen, en kinderen leren na te denken over duurzaamheid, gezondheid, gebruik van plastic e.d.
  • Festiviteiten dienen milieubewust te zijn, zo moet het gebruik van plastic worden teruggedrongen.
16

Mobiliteit toegankelijk

Een voor iedereen toegankelijk en redelijk betaalbaar systeem voor mobiliteit draagt bij aan de persoonlijke ontplooiing van elke inwoner in Amsterdam.

De gemeente verbetert continu de bereikbaarheid van de stad waarbij de blijvende betaalbaarheid en toegankelijkheid voor haar inwoners een belangrijk uitgangspunt is. Ook op openbaar vervoer mag winst niet de belangrijkste drijfveer zijn voor het openhouden van bus- en tramlijnen en metro. Juist voor wijken aan de rand van de stad, waar in verhouding meer mensen wonen met een laag inkomen, is bereikbaarheid belangrijker dan voor de mensen in het centrum. Juist ook voor mensen die niet fietsen of geen auto hebben, zijn trams en bushaltes belangrijk. Er kan meer rekening gehouden worden met haltes vlak bij verzorgingstehuizen — vaak de enige manier waarop oude mensen nog zonder hulp ergens kunnen komen.

  • Het GVB moet in handen blijven van de gemeente zelf.
  • We streven naar gratis openbaar vervoer voor jongeren zonder inkomen, voor minima, en voor ouderen met een laag inkomen.
  • Nieuwe woongebieden, maar ook werklocaties en gemeentelijke instellingen worden dan ook bij voorkeur daar gerealiseerd waar al een goede vorm van openbaar vervoer beschikbaar is of op relatief eenvoudige wijze kan worden gerealiseerd.
  • 95% van de inwoners van Amsterdam heeft toegang tot het openbaar vervoer op maximaal 350 meter loopafstand van een halte. Wanneer regulier openbaar vervoer niet meer rendabel is, werkt de gemeente mee aan maatwerkoplossingen, zoal MaaS (Mobility as a Service). Het gebruik van deze service mag voor de reiziger niet wezenlijk duurder zijn dan regulier OV.
  • Bij halten van hoogwaardig openbaar vervoer worden veilige fietsstalplaatsen gerealiseerd, ook voor bijzondere fietsen (elektrisch, bakfiets). Nieuwe initiatieven voor deelfietsen in de binnenstad worden ontmoedigd, omdat fietspaden al overvol zijn en verkeerd parkeren van fietsen niet goed kan worden gereguleerd.
  • Amsterdam is goed bereikbaar voor iedere bezoeker, want dat draagt uiteindelijk bij aan de economie van de stad. Het stimuleren van bereikbaarheid vindt voornamelijk plaats via het Openbaar Vervoer. Het gebruik van de auto wordt ontmoedigd door blijvend hoge parkeertarieven in combinatie met goede P&R voorzieningen, die waar mogelijk worden uitgebreid.
  • Initiatieven met zelfrijdende auto’s worden ondersteund, mits deze de druk op het wegennet niet vergroten.
BIJ1-kleurenbalk