Op 11 april besprak de com­mis­sie Zorg, Jeugd­zorg en Sport van de gemeen­te­raad het beleid voor een toe­gan­ke­lij­ke stad. Elke Amster­dam­mer zou gelijk­waar­dig mee moe­ten kun­nen doen, maar in de prak­tijk blij­ven er pro­ble­men. Lees hier onze bij­dra­ge terug:

Dank u wel voor­zit­ter,

Een belang­rijk punt uit het VN- ver­drag Han­di­cap is dat er over­leg moet zijn met orga­ni­sa­ties van men­sen met een beper­king. We zijn blij dat het col­le­ge dit ook lijkt te doen. Wel heb­ben we een vraag aan de wet­hou­der. Met wel­ke belan­gen­or­ga­ni­sa­ties heeft de wet­hou­der con­tact? Zit­ten hier ook klei­ne­re orga­ni­sa­ties bij, bij­voor­beeld van men­sen van kleur?

In de wet gelij­ke behan­de­ling op grond van han­di­cap of chro­ni­sche ziek­te staat dat er gelei­de­lijk gewerkt moet wor­den aan alge­me­ne toe­gan­ke­lijk­heid. Hier­voor zijn soms aan­pas­sin­gen nodig, zodat ieder­een over­al kan komen en we op ter­mijn een inclu­sie­ve stad zijn. In de voort­gangs­rap­por­ta­ge staat ech­ter dat aan­pas­sin­gen niet hoe­ven te wor­den uit­ge­voerd als deze een ‘one­ven­re­di­ge belas­ting’ vor­men. Mijn vraag aan de wet­hou­der is dan, wat wordt ver­staan onder een one­ven­re­di­ge belas­ting? Immers, als we het omdraai­en, zou je kun­nen zeg­gen dat vra­gen van een per­soon met een beper­king om ergens niet te komen een one­ven­re­di­ge belas­ting is voor deze per­soon. Heeft de wet­hou­der zicht op hoe vaak men zich beroept op dat iets een ‘one­ven­re­di­ge belas­ting’ is?

In het stuk van de wet­hou­der wordt gespro­ken over ‘inclu­sief ont­wer­pen’. Ook de Advies­raad WMO komt meer­de­re keren terug op het belang van inclu­sief ont­wer­pen. Het is goed­ko­per om een gebouw van begin af aan toe­gan­ke­lijk te laten zijn, in plaats van ach­ter­af aan­pas­sin­gen te moe­ten doen. Aan­pas­sin­gen die ver­vol­gens ook uit het bud­get van WMO moe­ten komen. Is de wet­hou­der het met BIJ1 eens dat inclu­sief ont­wer­pen beter is? Wel­ke instru­men­ten heeft de wet­hou­der tot hun beschik­king om te rea­li­se­ren dat er inclu­sief ont­wor­pen wordt?

BIJ1 is blij met de door­lo­pen­de bewust­wor­dings­cam­pag­nes die inge­zet wor­den. Wij zijn ech­ter een hele diver­se stad, waar­in niet ieder­een Neder­lands als eer­ste taal heeft. Is de wet­hou­der het met ons eens dat de bewust­wor­dings­cam­pag­nes nog effec­tie­ver zou­den zijn als deze in meer­de­re talen aan­ge­bo­den zou­den wor­den?

In de voort­gangs­rap­por­ta­ge komt naar voren dat casema­na­gers voor men­sen met begin­nen­de demen­tie weg­be­zui­nigd zijn, en dat er nu een proef­tuin is met gid­sen genaamd ‘soci­al tri­al’. Zijn de nieu­we gid­sen te ver­ge­lij­ken met de casema­na­gers? Wat is het voor­deel van deze gid­sen ten opzich­te van de casema­na­gers?

Uit de voort­gangs­rap­por­ta­ge over de ‘age friend­ly city’ blijkt dat kin­de­ren voor migran­ten­ou­de­ren vaak de eni­ge bron van onder­steu­ning zijn, omdat ze niet altijd aan­slui­ting vin­den met zorg- en wel­zijns­or­ga­ni­sa­ties. Wat kan de wet­hou­der doen om deze aan­slui­ting wel plaats te doen vin­den? Wel­licht helpt het als de ver­schil­len­de advies­or­ga­nen waar de wet­hou­der het over heeft repre­sen­ta­tief zijn. Bij­voor­beeld de advies­groep die mee­denkt over de ver­schil­len­de com­mu­ni­ca­tie uitin­gen- en kana­len, of de ste­de­lij­ke advies­groep met oude­ren uit ver­schil­len­de orga­ni­sa­ties. Als men­sen met een migran­te­nach­ter­grond niet ver­te­gen­woor­digd zijn in deze advies­or­ga­nen horen we maar een beperkt ver­haal.

Laten we zor­gen dat het beleid voor men­sen met een beper­king van begin af aan inclu­sief is, dat wil zeg­gen dat er aan­dacht is voor cul­tuur­sen­si­ti­vi­teit, men­sen met een migra­tie­ach­ter­grond en een beper­king en lhb­tia+ men­sen met een beper­king. We wil­len immers geen half werk leve­ren. Nu wordt er bij­voor­beeld in de rap­por­ta­ge ver­we­zen naar de Roze Agen­da, die ove­ri­gens niet actu­eel is, in plaats van beleid voor lhbtqia+ men­sen met een beper­king of lhbtqia+ oude­ren in deze voort­gangs­rap­por­ta­ges mee te nemen. Het lijkt ons dan ook van belang dat er in de voort­gangs­rap­por­ta­ges ook voor deze groe­pen aan­dacht komt. Daar­om de vraag aan de wet­hou­der: hoe zorgt de wet­hou­der ervoor dat de advies­ra­den een weer­spie­ge­ling zijn van de stad? En wil de wet­hou­der cul­tuur­sen­si­ti­vi­teit en lhbtqia+ beleid mee­ne­men in de voort­gangs­rap­por­ta­ges?

 

Dank u wel voor­zit­ter